dinsdag 28 februari 2006

Vragen 40

Heb je een vraag over grammatica? Stel hem hier, en de taalprof zal zo snel mogelijk reageren. De vorige vragen staan hier. Ben je docent, en gaat je vraag heel specifiek over grammatica in de klas, bekijk dan ook taalprofklas en stel je vraag eventueel daar.

Heb je onlangs een vraag gesteld en staat hij hier niet bij? Kijk dan bij de oudere vragen.

9 opmerkingen:

  1. Dag Taalprof,
    Ik heb een probleem met de volgende zin: "De glimlach sneed dieper in beide gezichten van de vrouwen."
    Mijn eerste vraag is: Kan een glimlach dieper in iemands gezicht snijden. Een rimpel op iemands gezicht kan dieper worden. En ik las ooit dat iemands gelaatstrekken in zijn gezicht waren gesneden of leek te zijn gesneden.
    Mijn tweede vraag is betreft meervoud. Moet het zijn: "De glimlachen sneden dieper in beide gezichten van de vrouwen."
    Dit leest niet zo prettig. Ik zou ervan kunnen maken: "De glimlach op ieder gezicht van de vrouwen, verdiepte zich."
    De oorspronkelijke zin was al lijdende vorm. (zo noemen we dat toch?) Maar nu is het werkwoord ook nog eens non-actief.
    En in de niet-lijdende actieve vorm: "De twee vrouwen verdiepte(n)/verbreedde(n) hun glimlach(en)."
    In het meervoud leest het niet zo prettig en in enkelvoud zie ik er geen meerwaarde in, bovendien heb ik het idee dat het in meervoud moet. Mijn probleem is ook met de meervoud vorm van het zelfstandig naamwoord "glimlachen".
    Bijvoorbeeld in de volgende twee zinnen:
    "Veel mensen kunnen glimlachen."
    "Maar mensen hebben een glimlach."
    Op het moment dat glimlach een bezit wordt is enkelvoud juist zoals:
    "Veel mensen hebben een auto"
    "Veel mensen hebben twee auto's."
    Terug naar de oorspronkelijke zin:
    "De glimlach sneed dieper in beide gezichten van de vrouwen."
    Ik lees dit toch ergens als: één glimlach snijd in beide gezichten van de vrouwen. Zoals één mes snijd in beide gezichten, terwijl twee messen snijden in beide gezichten.
    Betekent dit dat snijden geen goede beeldspraak is voor wat een glimlach kan doen. (noemen we dit beeldspraak? Of is het gewoon een stijlfiguur?)
    Graag uw mening en alvast bedankt.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dag Taalprof,
    Ik heb een vraag betreft het woord: 'vormige'
    Het programma Word rekent dit woord fout, tenzij ik er een L-vormige, S-vormige, U-vormige etc. woord van maak. Op internet zag ik dat het woord alleen op deze manieren wordt gebruikt. Maar ik wil een 'diamant vormige' beschrijving geven. Is het dan: 'diamant-vormige' of 'diamant -vormige' of 'diamant vormige'

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Beste Xix,

      het woord 'vormige' kan inderdaad niet als los woord voorkomen. Er moet altijd iets voor staan, wat dan ook niet te scheiden is van 'vormige'. Als je spreekt over een 'diamantvormige figuur', dan kun je tussen 'diamant' en 'vormige' geen ander woord zetten. Dat betekent dat 'diamantvormige' één woord is. Op grond van de Nederlandse spellingregels zou je dat dus aan elkaar moeten schrijven. Het streepje is alleen nodig als er leesmoeilijkheden te verwachten zijn (bijvoorbeeld bij 'zo-even', dat je als 'zoeven' verkeerd zou lezen), en als het om een samenstelling met een letterwoord of cijfer gaat (zoals bij 'S-vormige', '13-delig' of 'tl-buis').

      Verwijderen
    2. Dag Taalprof, bedankt voor uw antwoord op mijn vorige vraag. Kunt u mij helpen met deze vraag?
      Ik weet dat 'rechterarm' of 'linkerarm' aan elkaar moet. Maar stel het gaat om een 'rechter hoofd' of 'linker neus' is het dan ook één woord? Normaal gesproken is dit niet aan de orde, maar in een Fantasy verhaal liggen de zaken anders...

      Verwijderen
    3. Als auteur van Fantasy kunt u tot op zekere hoogte doen wat u wilt. Het aan elkaar schrijven van 'rechter' of 'linker' en het bijbehorende woord drukt uit dat het een "vaste eigenschap" betreft: een hand is altijd een linker- of een rechterhand. In uw voorbeeld kan dat met een hoofd of neus natuurlijk ook het geval zijn. Als je een wezen met twee hoofden beschrijft is een hoofd natuurlijk altijd een rechter- of linkerhoofd.

      Zie ook het officiële taaladvies hierover.

      Verwijderen
  3. Geachte Taalprof,

    Ik heb een vraag over onderstaande tekst. U heeft al eerder over deze kwestie geschreven ('eeuwige kwesties (5), verzocht worden') maar wellicht zit het nu toch weer anders.

    "Huisartsen door het hele land worden per brief door patiënten verzocht om een corona-behandeling met het omstreden middel hydroxychloroquine."

    Is deze zin correct, of had er 'wordt verzocht' in enkelvoud moeten staan? Een hoogleraar Governance of Intelligence beweert dat laatste, en krijgt bijval op Twitter. Ik hoor graag wat uw oordeel is. Alvast bedankt!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ook al zou je in sommige gevallen het enkelvoud kunnen bepleiten (zoals 'iemand verzoeken' met een beknopte bijzin 'om iets te doen'), is dit nu eens een geval waarin ALLEEN het meervoud verdedigd kan worden. Het gaat hier immers om 'iemand OM iets verzoeken'. Daar kun je nooit aan bij zetten (je kunt niet zeggen 'aan iemand om iets verzoeken'), dus 'iemand' is hier absoluut zeker geen meewerkend voorwerp maar lijdend voorwerp. Bijgevolg is 'iemand' dan in de lijdende vorm onderwerp. In deze zin is dat 'huisartsen', een meervoud, en dus moet de persoonsvorm ook in het meervoud.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Beste taalprof

    Ik raak er niet uit hoe ik onderstaande zin moet ontleden:
    'Wat bleek er aan de hand te zijn?
    Is er hier sprake van een NWG met koppelwerkwoord (te)zijn en is 'aan de hand' dan het naamwoordelijk deel? Dat vertrouw ik niet zo, want 'aan de hand' lijkt me niet echt een toestand of een eigenschap. Het lijkt erop dat 'aan de hand zijn' een werkwoordelijke uitdrukking is en we in deze zin dus te maken hebben met een WWG.
    En wat is 'Wat' dan?
    Graag uw heldere inzichten.
    Dank u wel!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Het verschil tussen NWG en WWG moet hem zitten in de doen-betekenis of zijn-betekenis van de predicatie. Als er iets aan de hand is, betekent dat dan dat dat iets iets doet of dat er iets mee is?

      Daar komt bij dat je 'aan de hand zijn' ook kunt veranderen in 'aan de hand blijven', 'aan de hand lijken', 'aan de hand blijken', 'aan de hand schijnen'. Alleen met 'worden' kan het niet, maar dat zien we vaker bij naamwoordelijke gezegdes waarvan het naamwoordelijk deel een woordgroep met voorzetsel is (bij 'in de war zijn' krijg je ook niet 'aan de hand worden', al kun je daar nog een variant met 'raken' van maken.

      Bij een werkwoordelijke uitdrukking moet ook het werkwoord tot de uitdrukking behoren, en daarvan lijkt hier geen sprake.

      Verwijderen