vrijdag 17 februari 2006

Wat moet dat met al die voorwerpen?



Lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp, wat zijn dat voor dingen? Wie heeft dat nou weer verzonnen? Waarom is het van belang dat we dat weten? Gek dat deze vragen nooit worden beantwoord in een cursus zinsontleding. Wel allerlei ezelsbruggetjes om een lijdend voorwerp te vinden of een voorzetselvoorwerp te onderscheiden van een meewerkend voorwerp, maar een beetje uitleg ho maar. Toch is het allemaal niet zo moeilijk.



Misschien weet je (en anders moet je het nog maar eens nalezen in deze log) dat elke zin een ingewikkelde manier is om te zeggen dat er iets gebeurt (bijvoorbeeld iemand doet iets) of dat iets het geval is. Dat is het grote verschil tussen werkwoordelijke en naamwoordelijke zinnen.



Werkwoordelijke zinnen hebben als centraal woord een zogeheten zelfstandig werkwoord. Dat is een werkwoord met een "rijke betekenis". Een deel van die werkwoorden kan in zijn eentje voorkomen (zoals lachen, sneeuwen, wandelen), maar andere moeten aangevuld worden met een ander zinsdeel. Neem eten, daar hoort iets bij. Als je eet, eet je altijd iets. Dat zinsdeel iets maakt het werkwoord dus volledig, het completeert datgene wat door het werkwoord wordt uitgedrukt. Daarom wordt zo'n zinsdeel ook wel het complement genoemd.



Het werkwoord eten heeft als complement iets. Andere werkwoorden, zoals wachten, hebben ook een complement iets, maar daar moet altijd een voorzetsel bij. je wacht altijd op iets. Het opvallende is, dat dat voorzetsel eigenlijk vrijwel niets aan de betekenis toevoegt. Het staat er maar zo'n beetje als versiering bij. Maar het zit in de taal dat eten een complement iets heeft, en wachten op iets. Dat had voor hetzelfde geld ook anders kunnen zijn (vroeger was het trouwens ook iets wachten, denk aan die regel uit een kerstliedje "wij wachten het nieuwe jaar").



Die complementen worden ook wel objecten genoemd. Zo heten ze in bijna alle westerse talen. In het Nederlands is deze term (letterlijk) vertaald als voorwerp. Zo'n voorwerp zonder voorzetsel heet een lijdend voorwerp (direct object), en met voorzetsel heet het voorzetselvoorwerp (prepositioneel object). Lijdende voorwerpen en voorzetselvoorwerp zijn dus hetzelfde, op dat gekke betekenisloze voorzetsel na.



En wat is dan het meewerkend voorwerp? Dat is een beetje een probleem. Het klassieke meewerkende voorwerp is een tweede voorwerp, dat zowel met als zonder voorzetsel kan optreden. Het standaardvoorbeeld is het werkwoord geven, dat als eerste (lijdend) voorwerp iets heeft (je geeft iets), en als tweede voorwerp (aan) iemand: je geeft iemand iets, of je geeft aan iemand iets. In de internationale terminologie heet dat een indirect object, maar in het Nederlands noemen we dat meewerkend voorwerp.



Wat is daarbij het probleem? Nou, er zijn er een paar: de meeste meewerkende voorwerpen kun je aanvullen met aan, maar sommige moeten met voor (bijvoorbeeld (voor) iemand iets inschenken), en zelfs met bij (bijvoorbeeld (bij) iemand het voorhoofd afvegen).



Daarnaast heb je een speciale soort tweede object (ook wel de "ethische datief" genoemd), waar je niet echt een voorzetsel kunt toevoegen (hij heeft me toch een hoop dvd's!). Ook die worden gemakshalve tot de meewerkende voorwerpen gerekend.



Ten slotte komt het ook wel voor dat een werkwoord maar één voorwerp heeft dat toch met én zonder voorzetsel kan voorkomen (bijvoorbeeld (aan) iemand gehoorzamen). Die laatste eigenschap is een reden om dit voorwerp toch maar meewerkend te noemen.



Ook bij een naamwoordelijk gezegde heb je soms voorwerpen, maar dat zijn dan altijd meewerkende voorwerpen of voorzetselvoorwerpen: dat is (voor) mij te moeilijk, of ik ben trots op iets.  Er zijn ook werkwoorden met twee voorwerpen, waarbij je het ene als lijdend voorwerp en het andere als voorzetselvoorwerp moet beschouwen. Bijvoorbeeld iets met iets vergelijken. Dan is iets lijdend voorwerp en met iets voorzetselvoorwerp (omdat het voorzetsel verplicht is).



De meest eenvoudige manier om hier tegenaan te kijken is deze: alle completerende zinsdelen bij een werkwoord zijn te beschouwen als voorwerpen. Zijn het varianten op iets of iemand (zonder voorzetsel), dan zijn het lijdende voorwerpen. Moet er een voorzetsel bij, dan zijn het voorzetselvoorwerpen. Kan er een voorzetsel bij, maar hoeft dat niet (het gaat dan om aan, voor of bij), dan zijn het meewerkende voorwerpen. En het weglaatbare me in uitroepende zinnen is ook meewerkend voorwerp, bij gebrek aan een betere benoeming.



Waarom is dit belangrijk om te weten? Nou, werkwoordcomplementen staan centraal in de opbouw van de zin. Ze onderhouden de nauwste relaties tot het werkwoord, en als gevolg daarvan zie je vaak nieuwe woorden ontstaan als combinaties van werkwoorden met hun complement (een van de nieuwste woorden in deze soort is boekenspeler).



Bovendien moet je bij het leren van een taal in de eerste plaats leren welke werkwoorden met welke (en hoeveel) voorwerpen moeten (of mogen) worden aangevuld. Dat het geloven in iets en rekenen op iets is, moet je gewoon uit je hoofd kennen als je Nederlands als tweede taal leert. Gelukkig weet je die dingen als moedertaalspreker feilloos.



22 opmerkingen:

  1. ik heb volgends mij nog nooit zo'n duidelijke uitleg gehad!
    heerlijk verhelderend:) nu snap ik het eindelijk!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi taalprof,
    Ik wil je bedanken voor jouw uitleg op deze site. Geweldig!
    Ik bezoek jouw site graag om diepere uitleg te lezen over een bepaald onderwerp. De uitleg die ik hier lees, blijft veel beter bij mij hangen.
    Thanks,
    Fouzia

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @Fouzia: Graag gedaan! Dank voor je complimenten, fijn dat er mensen zoals jij zijn die iets hebben aan wat ik doe. Aarzel niet om mij vragen te stellen, ik leg graag iets uit.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. HOe vindt je een bepaling van gesteldheid in een zin?

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @Floris: je zou eigenlijk eerst moeten weten wat een bepaling van gesteldheid IS. Lees daarvoor eerst http://taalprof.web-log.nl/log/5214544 , dat is een algemeen verhaaltje over "predicatie."
    Over de bepaling van gesteldheid gaat http://taalprof.web-log.nl/taalprof/2006/11/wie_is_er_bang_.html en http://taalprof.web-log.nl/taalprof/2006/11/wie_is_er_bang__1.html
    Een bepaling van gesteldheid vind je door in de zin op zoek te gaan naar zinsdelen die van andere zinsdelen zeggen wat ze zijn. Die zinsdelen kunnen tot drie soorten behoren: bijvoeglijke bepaling als ze samen met een zelfstandig naamwoord in één woordgroep zitten (zoals 'vrolijke' in 'de vrolijke jongen'), naamwoordelijk gezegde als ze met een koppelwerkwoord verbonden zijn ('vrolijk' in 'de jongen was vrolijk'), en ten slotte bepaling van gesteldheid in alle andere gevallen ('vrolijk' in 'de jongen liep vrolijk over straat' of 'je maakt me vrolijk').

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Dag Taalprof:
    Nog niet meteen kom ik met m'n vragen. Ik zou u eerst willen vragen of meerdere vragen tegelijkertijd mogen worden gesteld. M'n kennis van zinsontleding en woordontleding is erg belabberd. Op 59 jarige leeftijd leer men niet meer zo snel, maar ik zou het toch in niet al te lange periode moeten kennen. Omdat ik Duits leer en dit een erg moeilijke taal is met die 4 naamvallen, in het biezonder datief en genitief. Ik heb gezien dat U zeer duidelijk het allemaal uitlegt, in tegenstelling tot de cursus-websites. Daarom hoop ik via uw uitleg op m'n vragen, erin te lukken om het zeer goed te kennen.
    Dank U
    Chris.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. @Christiaan: Vragen staat vrij: ik beantwoord alles wat ik kan. Misschien verwijs ik hier en daar kortheidshalve naar een eerdere uitleg op de site, maar als die niet duidelijk is doe ik het graag nog eens op een andere manier over. Er zijn altijd meerdere manieren om iets uit te leggen. De taalprof is natuurlijk in principe geen germanist, maar zolang je vragen niet al te specifiek over het Duits gaan zal het geen probleem worden.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Dag Taalprof:
    Bedankt alvast dat het aantal vragen tegelijk geen rol speelt.Voorlopig stel ik U nu nog maar alleen deze vraag, waarin ik U met een link naar m'n probleen moet verwijzen (sorry, als m'n interpunktie aan correctheid te wensen overlaat, ik ken dat niet goed). Ok, m'n probleem is soms, en soms zelfs zeer dikwijls, dat ik de vragen om de woordontleding of zinsontleding, juist te dedecteren, fout stel. Soms wel met de juiste vraag, maar aan de verkeerde woordgroep. Dat kom ik dus momenteel tegen in deze oefeningen op pagina:
    http://www.cambiumned.nl/hppvo.htm
    Ik had slechts een schandalig lage 71% en na correctie slechts 79%, de resterende kan ik niet vinden.
    Dit gebeurd me met het datief ook veel, in het Nederlands!! (dus niet alleen in't Duits). Nochtans is de vraagstelling "aan of voor of bij", en zit ik er toch noch geregeld naast :-(
    Zo, dit is dan m'n eerste probleem-vraag aan U.
    Dank U bij voorbaat
    Chris.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Dag Taalprof:
    Even aan U vragen of U m'n tweede vraag, die ik kort na m'n eerste, hier nog had geplaatst,
    heeft ontvangen, want ik zie ze niet op deze pagina.
    Dank U
    Chris.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. @Christiaan: Een tweede vraag heb ik niet gezien: ik zie op de site hetzelfde als jij. Dat betekent dat er iets mis is gegaan in het versturen.
    Nu je eerste vraag. Je moet het me niet kwalijk nemen, maar ik ga je eerst een paar tegenvragen stellen. De eerste is: waarom wil je dit leren? Begrijp me goed, ik vind dat het interessant genoeg is om te weten hoe taal in elkaar zit, maar jij lijkt een bijzondere motivatie te hebben omdat je graag Duits wilt leren. Klopt dat? Is dat je belangrijkste motivatie? In dat geval zou ik in mijn uitleg daar rekening mee kunnen houden.
    De tweede vraag is: kun je me een indruk geven van de fouten die je in de oefeningen op cambiumned hebt gemaakt? De link die je geeft gaat over onderwerp en persoonsvorm. Daar heb ik op deze site al vaker aandacht aan besteed (klik maar eens op 'persoonsvorm', 'onderwerp' en 'predicatie' in de woordenwolk in de linkerkolom, maar blijkbaar is dat voor jou niet de geschikte invalshoek. Ik heb meerdere manieren om de zaken uit te leggen, en ik probeer graag een nieuwe manier uit, maar het helpt als ik preciezer kan detecteren waar de problemen zitten.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Dag Taalprof:
    U schreef in uw eerste vraag: "maar jij lijkt een bijzondere motivatie te hebben omdat je graag Duits wilt leren. Klopt dat? Is dat je belangrijkste motivatie? In dat geval zou ik in mijn uitleg daar rekening mee kunnen houden. " M'n antwoord: beste Prof, ik vind BEIDE even belangrijk. Ik ben bijna 60 ( 1950/05/21). Ik heb dus geen tientallen jaren meer om m'n talen zeer goed te (leren) kennen. Het wordt dus hoogdringend tijd ( uiterst zachtjes uitgedrukt), dat ik ook m'n eigen Moedertaal zo perfekt als me mogelijk is te (leren) kennen (ondanks m'n uiterst slecht geheugen voor woorden). Wat m'n Duitse zelfstudie betreft, zou het inderdaad fantastisch zijn, als U daar, indien relevant, in uw antwoord, rekening zou mee willen houden. Dat zou een goede hulp voor me zijn, want m'n zefstudie is in het Engels en het Duits. Maar zoals ik reeds zei, wil ik m'n eigen moedertaal, Nederlands, EINDELIJK, zo perfekt mogelijk kunnen.
    M'n antwoord op uw tweede vraag zal ik later beantwoorden, want ik moet het opnieuw bekijken en heb nu geen tijd meer.
    Dank U bij voorbaat
    Chris.

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Dag Taalprof:
    U zal zien bij het volgende bericht, dat m'n e-mail adres verandert, besteed tot alleen het Nederlands.
    Zoals in vorig bericht,is m'n probleem soms, en soms zelfs zeer dikwijls, dat ik de vragen om de woordontleding of zinsontleding, juist te dedecteren, fout stel. Soms wel met de juiste vraag, maar aan de verkeerde woordgroep. Zoals bvb "wie of wat...?", en toch kom ik fout terecht, niet altijd, gelukkig. Met datief: aan wie of wat / voor wie of wat..., en zoals ik in een uitleg van U las, ook bij wie of wat. Zelfde probleem dus. De juiste vraagstelling, maar blijkbaar aan het verkeerd zinsdeel. Als U het specifieker wenst, dan zal ik de oefeningen moeten maken en diegenen die ik fout heb, aan U doorgeven. Niet per link (tenzij U dat wenst), maar dan zal ik de zinnen overschrijven met het door mij foute antwoord.
    (ps: in't Duits wordt er geen punt geplaatst bij het afsluiten van bericht of brief. In't Nederlands?)
    Dank U bij voorbaat
    Chris.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. Dag Taalprof:
    Deze zin vond ik op een site "aan het einde van een werkwoord", zulke zinsbouw kom ik geregeld tegen, doch heb ik geleerd
    De grote tuin is gelegen achter het groot huis. Etc.
    Ook heb ik vroeger als toelatingsexamen een test moeten doen over "voorkeur Nederlands". Daarin bleek het volgende:
    tussen 3 en 5 zinnen met dezelfde woorden in andere volgorde, met dezelfde betekenis. Daaruit moest ik steeds het voorkeur Nederlands kiezen. Ik zie steeds de zinsbouw, bvb: als deze brieven geschreven worden. Dit wordt grammaticaal als correct aanvaard, toch is dit geen voorkeur Nederlands. In voorkeur Nederlands moet het zijn: als deze brieven worden geschreven. Alleen om welluidendheidshalve reden zou men inversie toepassen. Ik vermoed dat dit ook de reden is, dat in woordenboeken, het hulpwerkwoord steeds vóór het voltooid deelwoord staat en niet erachter. Helaas moet ik iedere dag vaststellen dat zowel gesproken als in onderschriften, o.a. op TV, deze regel niet wordt toegepast. Het gebeurt ( gebeurd wordt het gebeurt?) dat ik me betrap dat het niet in de voorkeur volgorde klinkt zoals hoort en inversie nodig is, daarom misschien dat de meesten automatisch het hulpwerkwoord erachter uitspreken. Maar geschreven, zoals in artikels of onderschriften, vind ik dat geen goede reden.
    Uw mening?
    Dank U
    Chris.

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Dag Taalprof:
    Dank U voor de uitgebreide uitleg over de persoonsvorm. " je moet echter altijd controleren of het antwoord van je ezelsbruggetje ook het goede antwoord is", ja, dat is zeer dikwijls m'n probleem zoals ik zei. Het juiste ezelsbruggetje toepassen maar niet aan het juiste woord of juiste zinsdeel, met als gevolg dat het fout is.
    "Streep je de persoonsvorm weg, dan moet een ander werkwoord de persoonsvorm overnemen." Begrijp ik het goed, als ik denk dat U bedoeld dat ik ieder werkwoord, als het om meerdere gaat, moet uitschakelen door te testen of het kan worden omgezet in een persoonsvorm. Maar nu denk ik pas, ieder werkwoord kan toch in een persoonsvorm worden gezet, ja toch?
    "Omdat het de rest van de zin dicteert." Heeft het dus invloed op LO, eventueel ook met MO?
    PS: ik hoop dat U me na een tijdje niet beu zal worden, want ik vrees dat ik U zal overdonderen met vragen / problemen die ik heb met de overige zinsontledingen.
    Dank U bij voorbaat
    Chris.

    BeantwoordenVerwijderen
  15. @Christiaan: Ik begin even met je laatste reactie: ik raadde inderdaad aan om werkwoorden één voor één weg te laten tot er een overblijft. Dat was niet bedoeld om erop te wijzen dat in principe elk werkwoord persoonsvorm kan worden (dat kan inderdaad al op grond van het feit dat het een werkwoord is), maar als methode om het belangrijkste werkwoord te vinden. Lees anders nog eens deze log: http://taalprof.web-log.nl/taalprof/2007/04/hoe_het_hulpwer.html
    Daar staat in wat een hulpwerkwoord precies is. Bij een groepje werkwoorden zijn meestal alle werkwoorden hulpwerkwoord, op één na. Omdat hulpwerkwoorden gedefinieerd zijn als "toegevoegde werkwoorden" kun je ze onder andere herkennen door na te gaan of ze ook weer weglaatbaar zijn.

    BeantwoordenVerwijderen
  16. @Christiaan: in je voorlaatste reactie verwoord je een aantal grammaticale mythen, en verwar je mijns inziens op zijn minst stijl met grammatica.
    Allereerst lijk je te denken dat 'aan het einde van het werkwoord' eigenlijk 'aan het eind van het werkwoord' moet zijn. Als argumentatie voer je de regels aan voor verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord. Maar 'eind/einde' is geen bijvoeglijk naamwoord, het zijn twee varianten van een zelfstandig naamwoord (die beide tot het standaardnederlands behoren).
    Verder citeer je de regels voor verbuiging van het bijvoeglijk naamwoord verkeerd. Die regels zijn zeer complex, maar de hoofdregel is dat een bijvoeglijk gebruikt bijvoeglijk naamwoord altijd verbogen wordt, behalve als het samen met een onzijdig zelfstandig naamwoord een onbepaalde woordgroep vormt. Dat wil dus zeggen: als er géén lidwoord of voornaamwoord bij staat, of het onbepaalde lidwoord 'een'. Dus 'de grote woning,' 'een grote woning', 'het grote huis' maar 'een groot huis'. Dat is dus de hoofdregel, maar er zijn tal van uitzonderingen (zoals 'een groot man' of 'ons lief klein hotelletje' en 'de waarnemend zaakgelastigde').
    De regel dat je het hulpwerkwoord altijd vóór het voltooid deelwoord zou moeten plaatsen is een onzinnige stijlregel die onuitroeibaar lijkt. Er blijven blijkbaar mensen die deze onzin verkondigen, maar hij slaat helemaal nergens op. De woordvolgorde bij voltooid deelwoord en één hulpwerkwoord is in principe vrij. In incidentele gevallen kunnen voorkeuren bestaan die ook nog op een subtiele manier met de betekenis zouden kunnen samenhangen (alhoewel dat lang niet zeker is), en gemiddeld is er over het hele taalgebied een voorkeur voor de variant met hulpwerkwoord voorop, maar dan gaat het om een statistische voorkeur. Vertrouw gewoon op je taalgevoel en gebruik, ook in schrijftaal, de volgorde die voor jouw gevoel het beste klinkt.

    BeantwoordenVerwijderen
  17. Taalprof, er zijn problemen hier.
    Reeds twee berichten met reacties en vragen die ik U zond, en met juiste in te vullen catcha code,werden geplaatst, maar na enkele uurtjes later komen kijken blijken die weg te zijn :-((
    Tot later,
    Chris.

    BeantwoordenVerwijderen
  18. @Christiaan: O, da's zonde! Tik anders je tekst eerst in Kladblok, en kopieer en plak hem dan in het reactievenster. Of mail hem mij direct.

    BeantwoordenVerwijderen
  19. Dag taalprof:
    Om rechtstreeks te mailen heb ik wel uw e-mail adres nodig, en dat vind ik hier niet.
    Mvg,
    Chris.

    BeantwoordenVerwijderen
  20. @Christiaan: Ah, ik zie het. De taalprof heeft een emailadres onder de naam 'taalprof' op gmail.

    BeantwoordenVerwijderen
  21. Beste Taalprof, graag uw hulp.
    Bij de volgende zin: [Hij was...] genoodzaakt hun voor te zijn [...]
    zegt mijn "taalgevoel" dat hij genoodzaakt was HEN voor te zijn.
    Maar ik vind het wat moeilijk te ontleden. Weet u raad?
    Ger Vellekoop

    BeantwoordenVerwijderen