Het houdt maar niet op. Steeds maar weer steekt hij de kop op: de redenering dat het zou moeten zijn
, zoals normale mensen zeggen. En altijd maar weer met diezelfde voorbeeldzin. Arme reizigers, die steeds maar weer
! Het is de hardnekkigste fout in de Nederlandse ontleding. Nu duikt hij weer op in de blogwereld, op
. Net nou dit blog weer nieuw leven was ingeblazen. Het is om te huilen.
Taalkundigen hebben in de afgelopen eeuw talloze malen verteld hoe het zit met dat
worden verzocht, dat is al meer dan honderd jaar bekend, maar wie luistert er nog naar taalkundigen? Ook de taalprof
verwees al eens naar zo’n taalkundige uitleg, maar zelfs dat lijkt geen enkel effect te hebben.
Ik zal niet zeggen dat taalkundigen altijd gelijk hebben. Ook
taalkundigen verkopen wel eens onzin (dát leren ze wel op de
universiteiten). En eerlijk gezegd: taalkundigen zijn natuurlijk altijd
veel te genuanceerd. Alles kan een beetje, en voor elke redenering
bestaat wel enig begrip. Iedereen die in het onderwijs zit weet dat dat
een lovenswaardige maar zinloze manier van uitleggen is. In het
onderwijs moet je zwart-wit zijn. Het een of het ander, niet allebei.
Meerkeuzevragen, en er is maar één antwoord mogelijk.
In dat geval: de enige variant die fatsoenlijk grammaticaal onderbouwd kan worden is
De reizigers worden verzocht (om) over te stappen.
Alle zichzelf respecterende naslagwerken, de Algemene Nederlandse
Spraakkunst voorop, vermelden waarom dit correct is: omdat je
de reizigers kunt vervangen door
men. Dan wordt het
Men wordt verzocht (om) over te stappen, en dat is een perfecte Nederlandse zin. Niets mis mee. Iemand die deze zin afkeurt spreekt geen Nederlands.
Hoe komt het toch dat zoveel mensen blind zijn voor de keiharde conclusie die hieruit volgt? Het voornaamwoord
men kan nooit als meewerkend voorwerp gebruikt worden (
Ik geef men een boek), of als welk voorwerp dan ook (
Ik zie men,
ik verbaas me over men).
Men kan alleen maar het onderwerp van de zin zijn.
Maar als
men het onderwerp is van de zin
Men wordt verzocht over te stappen, wat is dan het onderwerp als je
men vervangt door
een reiziger?
Een reiziger wordt verzocht over te stappen. Dat is toch een vraag die je zelfs zonder grammaticale opleiding kunt beantwoorden, niet? Natuurlijk is dan
een reiziger ook het onderwerp. Maar dan volgt het sluitstuk van de redenering: wat is dan het onderwerp als je van het enkelvoudige
een reiziger het meervoudige
de reizigers
maakt? Ja sorry, ik moet me verontschuldigen tegenover de lezer die
zich hier als een kind toegesproken voelt, maar er zijn toch echt mensen
die met droge ogen durven beweren dat in de zin
De reizigers worden verzocht over te stappen het zinsdeel
De reizigers géén onderwerp kan zijn. Wie kan mij vertellen waar in deze redenering deze mensen afhaken? Dat zou ik wel eens willen weten.
Goed.
De reizigers worden verzocht over te stappen is dus zonder twijfel een correcte zin. Maar hoe zit het dan met
De reizigers wordt verzocht over te stappen?
Is die zin dan automatisch fout, of is er een geldige redenering waarom
die zin goed zou kunnen zijn? Dat is natuurlijk het probleem: zo’n
redenering is er wel, maar daar blijkt bij nadere beschouwing van alles
op aan te merken. Echter: die redenering is blijkbaar zo imponerend, dat
hij leidt tot de gedachte:
als de reizigers wordt verzocht over te stappen goed is, dan is die zin met
worden alsnog fout! Hoe blind kun je zijn?
Die twijfelachtige redenering wordt vaak met veel aplomb verkondigd. Kijk, zegt de redeneerder,
De reizigers wordt verzocht over te stappen
is een passieve zin. Nu is de helft van de bevolking al voor het
standpunt gewonnen, want er bestaat nu eenmaal een heilig ontzag in de
Nederlandse samenleving voor grammaticale termen.
De reizigers wordt verzocht over te stappen is dus een passieve zin, en de actieve vorm is
wij verzoeken de reizigers over te stappen.
Tot zover niets aan de hand. Maar dan komt het: in die zin is
de reizigers het meewerkend voorwerp, zo wordt vervolgens beweerd. Maar dat is wel heel gemakkelijk geconcludeerd!
Waarom zou
de reizigers het meewerkend voorwerp moeten zijn in de zin
wij verzoeken de reizigers over te stappen? Ja, je kunt zeggen
AAN de reizigers. Let op: zo wordt het meestal gezegd. Alleen het zinsdeel
de reizigers wordt herhaald, met
aan erbij. Of er wordt iets van gemaakt als
de reizigers zijn degenen aan wie het verzoek gericht is. Op die manier wordt toevoeging van het woordje
aan
geloofwaardig gemaakt. Zorgvuldig wordt vermeden om de hele zin te
herhalen met dat voorzetsel erbij, want dan klinkt het al meteen een
stuk slechter:
Aan de reizigers wordt verzocht over te stappen, wie zegt dat ooit? Die constructie met
aan komt
bijna nooit voor. Ja, er zijn wel mensen die dit af en toe zeggen of
schrijven, ongetwijfeld onder invloed van deze redeneerfout, maar de
versie zonder
aan heeft duidelijk de voorkeur. Natuurlijk omdat
de reizigers helemaal geen meewerkend voorwerp is. Als je
iemand uitnodigt, is die uitnodiging ook
aan iemand gericht, maar
iemand is gewoon lijdend voorwerp. Niemand komt op het idee om dat meewerkend voorwerp te noemen. Waarom zou dat bij
verzoeken dan ineens wel moeten?
Er is nog een tweede "redenering" die moet aantonen dat
de reizigers meewerkend voorwerp zou zijn. Dat is, dat
over te stappen het lijdend voorwerp is in de zin
wij verzoeken de reizigers over te stappen. Maar ook dat is onjuist.
Over te stappen is een actie of een handeling, en als je de beknopte bijzin daardoor vervangt zie je wat er aan de hand is. Het is niet
wij verzoeken de reizigers een actie, maar
wij verzoeken de reizigers om een actie.
De bijzin is niet het lijdend voorwerp, maar het voorzetselvoorwerp.
Bij voorzetselvoorwerpen in de vorm van een beknopte bijzin valt het
voorzetsel wel vaker weg. Dat is niets bijzonders, dat je wel vaker
tegenkomt bij de ontleding.
Er zijn ook mensen die wel eens een klok hebben horen luiden over de
overeenkomst tussen een meewerkend voorwerp en een "derde naamval". In
oudere stadia van het Nederlands zijn er inderdaad aanwijzingen dat het
meewerkend voorwerp zonder voorzetsel in de derde naamval stond. Is dat
met deze constructie niet het geval? Kun je langs die weg niet aantonen
dat
de reizigers het meewerkend voorwerp is? Nee, dat kun je niet.
In oudere stadia van het Nederlands bestond alleen de constructie met
iemand verzoeken in de vierde naamval (
iemand was lijdend voorwerp), en ook in onze zustertaal waar de naamvallen nog wel bewaard zijn (het Duits), zie je
versuchen met een vierde naamval. Niet met een derde. Er is dus geen enkele aanwijzing dat
de reizigers ooit derde naamval of meewerkend voorwerp geweest is.
Kortom: er is geen geldige redenering die aantoont dat
de reizigers meewerkend voorwerp is in de actieve zin. De bijzin is geen lijdend voorwerp, maar een voorzetselvoorwerp.
De reizigers moet dus gezien worden als het lijdend voorwerp. Als je van de actieve zin
wij verzoeken de reizigers over te stappen een passieve zin wil maken, zou je van het lijdend voorwerp (
de reizigers) het onderwerp moeten maken. Dus:
de reizigers worden verzocht over te stappen. Ik kan er werkelijk niets anders van maken.
Waarom zijn die taalkundigen en taaladviseurs dan zo voorzichtig met
die foute zin? Waarom wordt die fout in bescherming genomen? Ik denk dat
dit misplaatste tolerantie is. Omdat de foute zin jarenlang in een
verkeerde redenering is goedgepraat, wordt hij als het ware kunstmatig
in leven gehouden. Sommige mensen, zwaar geïndoctrineerd natuurlijk door
pseudotaalkundige betweters, slagen er blijkbaar in om hem met een
stalen gezicht over de lippen te krijgen, en hij komt dus inderdaad
voor. En het is een belangrijk principe in de taalbeschrijving dat wat
voorkomt, uiteindelijk tot de taal gerekend moet worden. Ook al kan de
correcte zin met keiharde en onweerlegbare argumenten worden onderbouwd,
ook al heeft de foute zin in meer dan honderd jaar nooit echt voet aan
de grond gekregen, dit taalkundige couveusekindje moet koste wat kost
behouden worden door te verklaren dat het "strikt genomen" de juiste
vorm is die "verdrongen wordt" door de andere. Allemaal onzin
natuurlijk.
Hoe lang moeten wij dit nog aanzien? Hoe lang moeten wij ons nog
laten piepelen door grammaticale fundamentalisten die ons bedreigen met
taalkritiek? Waarom verzoeken wij die betweters niet eens om over te
stappen?