Posts tonen met het label Tijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tijd. Alle posts tonen

zondag 14 oktober 2012

Een vergeten taalregel


De taalkundige Marc van Oostendorp schrijft vandaag in zijn dagelijkse column op Neder-L een interessante wedstrijd uit: verzin een gloednieuwe taalregel die er betrouwbaar en gedegen uit ziet, en die taalgebruikers ineens heel onzeker maakt.
De taalprof heeft natuurlijk wel iets beters te doen dan taalregels verzinnen om taalgebruikers onzeker te maken. Als hij al eens verwarring sticht dan is het uit didactische motieven, om de taalgebruikers te stimuleren na te denken over de taalvorm.

Liever dan mee te dingen in dergelijke frivole spelletjes naar prijzen die iedereen toch al in huis moet hebben vestigt de taalprof dan ook de aandacht op een vergeten taalregel: een regel die wel degelijk bestaat, maar die je vreemd genoeg in geen enkel taaladvieswerk meer tegenkomt.

zondag 30 september 2012

Niet vergeten!

Op 28 september twitterde @TaalcentrumVU: Wat is juist: 'Ik heb het adres vergeten' of 'Ik ben het adres vergeten'? en dan een link naar een taaltip.

Nou zijn er waarachtig wel belangrijker zaken om je druk over te maken, en over deze kwestie bestaat al een uitgebreid en heel genuanceerd advies op taaladvies.net, met een overzicht van haast alle adviezen hierover, maar blijkbaar heeft het Taalcentrum van de VU de behoefte om nog een duit in dit al uitpuilende zakje te doen.

maandag 28 mei 2012

Verborgen grammaticales in raptekst Gers Pardoel


Populaire liedteksten worden in intellectuele kringen nogal eens bekritiseerd om hun oppervlakkigheid. Liefdesverdriet, de lente, lustgevoelens of landelijke voetbalelftallen, het zijn niet de meest diepgravende onderwerpen die erin aan de orde worden gesteld. Weliswaar gaat het in rapteksten wel eens om maatschappelijke onvrede of twijfel aan de zin van het bestaan, ook daar buitelen de uitbundig getatoeëerde, met goud omhangen uitvoerende artiesten en hun schaars geklede, kortstondige levenspartners tijdens niet al te filosofische gedachtewisselingen over elkaar heen.
En dan is daar ineens de Nederlandse rapper Gers Pardoel, die eerder de vaderlandse onderwijswereld in slaap suste met teksten als Ik neem je mee en Bagagedrager, maar die nu ineens op de proppen komt met een heuse grammaticales in de vorm van een raptekst.

zaterdag 7 november 2009

Het moet maar eens afgelopen zijn




Als Taalprof heb je nooit rust. Voortdurend vallen je kleine dingen op in het taalgebruik van mensen om je heen. Net nog: ik heb net het vorige logje geplaatst, ik loop naar de keuken waar Radio Een opstaat, en ik hoor de verslaggever zeggen: Dat moet maar eens afgelopen worden, ehh, dat moet maar eens afgelopen zijn.


He wat flauw, dat is toch gewoon een vergissing?

GrammatiQA #4



Omdat de vorige zo lastig was, snel een makkelijke:

Vanmorgen gehoord op de sportschool (jaja):

Wanneer is zij uitgerekend?
Hoe zit deze zin in elkaar?



(a) Het is een tegenwoordige tijd met is als koppelwerkwoord;
(b) Het is een tegenwoordige tijd met is als hulpwerkwoord;
(c) Het is een voltooide tijd met is als hulpwerkwoord van tijd;
(d) Het is een voltooide tijd met is als hulpwerkwoord van de lijdende vorm.




vrijdag 10 maart 2006

Geen toekomst




In een vorige log had ik het over werkwoordstijden. Daarin had ik het ook over de toekomende tijd, en ik merkte daar op dat het Nederlands geen mogelijkheden heeft om in een werkwoordsvorm uit te drukken dat iets in de toekomst plaatsvindt. Dat kan in andere talen wel (het Latijn, het Frans), maar in het Nederlands moet je door andere woorden uitdrukken dat iets in de toekomst zal plaatsvinden. Bijvoorbeeld Het regent morgen.


Nu zijn er veel grammaticaboekjes waarin naast de verleden en de voltooide tijd, ook een toekomende tijd in het Nederlands wordt aangenomen. Die zou dan zijn uitgedrukt in het hulpwerkwoord zullen, en in modern taalgebruik in het hulpwerkwoord gaan: het zal regenen of het gaat regenen. Maar klopt dat wel?


Als het goed is, zou een toekomende tijd moeten betekenen dat de gebeurtenis plaatsvindt na het moment van spreken. Dat is voor de gegeven voorbeelden inderdaad heel waarschijnlijk, maar wat betekent dan het zal zondag geregend hebben? In deze zin is die zogenaamde toekomende tijd gecombineerd met een voltooide tijd. Dat kan inderdaad slaan op een zondag in de toekomst, en dan is de regen opgehouden (voltooid) vóór die zondag, maar het is ook heel goed mogelijk om deze zin te begrijpen als de uitspraak dat het heel waarschijnlijk is dat het afgelopen zondag regende. De regen is dan afgelopen vóór het moment van spreken, dus in het verleden. Hoe kan dat?


Blijkbaar kun je het werkwoord zullen in ieder geval opvatten als een modaal hulpwerkwoord (zie daarvoor deze log), dat een sterke waarschijnlijkheid uitdrukt. De betekenis komt dan overeen met iets als vast en zeker. Maar kan dat dan niet altijd? Betekent Het zal regenen dan niet gewoon altijd Het regent vast en zeker? In dat geval is er geen reden om dit te beschouwen als een aparte toekomende tijd.


Een soortgelijke redenering gaat op voor het werkwoord gaan: wat betekent het ging zondag regenen? Volgens mij dat het begin van de regen plaatsvond op een zondag in het verleden. Maar dan is gaan dus geen toekomende tijd, maar een hulpwerkwoord dat gaat over een tijdsaspect, namelijk het begin van het regenen.


Als je zegt Het gaat zondag regenen is er geen sprake van een verleden tijd, dus het gaat niet per se over een zondag in het verleden. In principe kan deze zin over elke zondag gaan. Dat klopt ook. Zet er maar het woordje vaak bij: Het gaat zondag vaak regenen. Dit gaat heus niet per se over een zondag in de toekomst. Niks toekomende tijd dus.


Als je een verleden tijd aanneemt, én een voltooide tijd, én een toekomende tijd, dan krijg je daarmee acht verschillende combinaties. In sommige grammatica's staan ze alle acht opgesomd, van onvoltooid tegenwoordige tijd tot voltooid verleden toekomende tijd. Dat lijkt me te ingewikkeld.

Subtieler kan bijna niet




Nou weer eens wat leuks. Als je mijn uitleg over werkwoordstijden en andere tijdsaspecten hebt doorgeworsteld, denk je misschien: is dat alles? Wat een eenvoudige taal is het Nederlands! Ja dat is wel zo, maar het zit ook wel weer heel mooi in elkaar, met fijne details en zo. Voorbeeldje?

Je herinnert je de voltooid tegenwoordige tijd (het heeft geregend) en de onvoltooid verleden tijd (het regende), nietwaar? Anders even nalezen! Zo op het eerste gezicht verschillen die niet zoveel in betekenis. Wat maakt het nou uit of je zegt Gisteren heeft het geregend of Gisteren regende het? Die kun je zo verwisselen. Toch is er een subtiel verschil.


De voltooid tegenwoordige tijd is een voltooid aspect in combinatie met het ontbreken van een verleden tijd: er zit geen tijdsmarkering op heeft, maar er is wel een voltooid deelwoord geregend. Het enige wat deze zin zegt is dat het einde van de regen plaatsvindt vóór een bepaald moment. Dat bepaalde moment is het moment van spreken. De regen is afgelopen in het verleden. Zet je er de tijdsbepaling gisteren bij, dan is dat verleden blijkbaar gisteren.


De onvoltooid verleden tijd het regende gisteren bevat alleen verleden tijd, en geen voltooid aspect. De zin zegt dus niets over het einde van de regen, maar alleen dat de regen zelf plaatsvond vóór het moment van spreken. Zet je daar gisteren bij, dan is dat ook de tijd waarop de regen plaatsvond.


Het subtiele verschil is dus dat de voltooide tijd (Gisteren heeft het geregend) zegt dat de regen afgelopen is (het kan weer opnieuw begonnen zijn maar de regen van gisteren is in ieder geval vóór vandaag ooit opgehouden), terwijl de verleden tijd dit in het midden laat. Als je zegt Het regende gisteren kan het wel onophoudelijk geregend hebben tot en met nu. Zet er maar eens het woordje al bij: Het regende gisteren al.


Geloof je dit niet? Kijk dan eens naar de volgende twee zinnen. Als ik jou vraag Wat deed jij gisteren?, dan kun je antwoorden Gisteren heb ik naar GTST gekeken of Gisteren keek ik naar GTST. Omdat het kijken naar GTST niet zo heel lang hoeft te duren is het logisch dat in beide gevallen die gebeurtenis nu wel afgelopen is. Maar als ik nu in plaats van gisteren vraag Wat deed jij twee seconden geleden, net voordat ik binnenkwam?, dan maakt het wel degelijk verschil of je zegt Toen heb ik naar GTST gekeken of Toen keek ik naar GTST. Die eerste zin betekent dan nog steeds dat je dat nu niet meer doet, terwijl je met de tweede zin heel waarschijnlijk bedoelt dat je daar nu nog mee bezig bent.


Ik heb dit niet verzonnen. Het zit zo al verankerd in je taalgevoel, zonder dat iemand je dat zo geleerd heeft. Dit is vast de eerste keer dat je je daarvan bewust bent. Dat is het leuke van de grammatica: dat je steeds van die hele subtiele dingetjes tegenkomt die je eigenlijk allang wist, maar waar je nooit over nagedacht hebt. Je bent slimmer dan je denkt!