zaterdag 7 november 2009

GrammatiQA #4



Omdat de vorige zo lastig was, snel een makkelijke:

Vanmorgen gehoord op de sportschool (jaja):

Wanneer is zij uitgerekend?
Hoe zit deze zin in elkaar?



(a) Het is een tegenwoordige tijd met is als koppelwerkwoord;
(b) Het is een tegenwoordige tijd met is als hulpwerkwoord;
(c) Het is een voltooide tijd met is als hulpwerkwoord van tijd;
(d) Het is een voltooide tijd met is als hulpwerkwoord van de lijdende vorm.




vrijdag 6 november 2009

GrammatiQA #3



Nieuw op het Taalprof Weblog! Af en toe een Grammatica-Quizvraag met Antwoord.


De vorige waren wel heel gemakkelijk, nu een echte grammaticale breinbreker:

Moet je nou toch eens kijken! 

Hoe zit deze zin in elkaar?


(a) Het is een gebiedende wijs: in feite gaat het om een opdracht, al is die dan heel erg afgezwakt;
(b) Het is een vraagzin, dat kun je zien aan de woordvolgorde. De vraag is wel afgezwakt tot een aansporing;
(c) Het is een gewone zin waarin het eerste zinsdeel is weggelaten;
(d) Eigenlijk gaat het om een bijzin met hoofdzinsvolgorde: daar staat ook altijd de persoonsvorm voorop, zoals in Hou je van vlees, dan braad je in Croma.





maandag 2 november 2009

Taalprof toch weer op longlist

Het vorig jaar klaagde de jury van de Dutch Bloggies 2008 in haar rapport over het beste weblog in de categorie Onderwijs al over het belegen karakter van de onderwijsblogs. De jeugd was nagenoeg afwezig, stelde ze, en de taalprof, die wel op de shortlijst stond, werd tussen neus en lippen getypeerd als een blog dat "ons op de vingers [tikt] als de d's en t's niet kloppen."


De taalprof had zich dit jaar dan ook al verzoend met een plaats in de anonimiteit, even een jaartje geen nominaties, geen slapeloze nachten van zou het toch nog gebeuren. Maar wat blijkt? Voor de Dutch Bloggies 2009 staat hij er gewoon weer bij. Weer een jaar bejaarder dan in 2008, maar blijkbaar nog niet afgeschreven. Kansloos, uiteraard, want er zijn betere en bredere weblogs over onderwijs, en de taalprof is bewust een one issue weblog, maar elke nominatie is meegenomen. Bij de beste tien, zullen we maar weer zeggen, want het heet wel een longlist, maar er staan maar tien weblogs op. En er zijn er vast veel meer dan tien.


Ridders van de droevige figuur





Stop de persen! De bladeren vallen, de avonden lengen, en de verkiezingen buitelen weer over elkaar heen. Misschien is het de eerste dit jaar die met een uitslag komt, maar de Nederlandse taalgebruikers (althans naar verluidt 1950 van hen) hebben de "vaagtaal" van 2009 gekozen, een "initiatief van Tekstridders," een bureau van taaladviseurs. Het vorig jaar won de uitdrukking een plekje geven, en de winnaar van 2009 was blijkbaar nog niet in beeld. Dit jaar dus een nieuwe ster aan het firmament. Welke hypermoderne modieuze uitdrukking kwam in 2009 zodanig opzetten dat de Nederlandse taalgebruikers (althans 1950 van hen) zich er groen en geel aan ergerden?

vrijdag 23 oktober 2009

Wat betekent een zelfstandig naamwoord?



"Mag ik jou eens een gekke vraag stellen?"
"Doe eens."
"Wat is eigenlijk een zelfstandig naamwoord?"
"Hoe bedoel je dat?"
"Nou, hoe leg ik uit wat een zelfstandig naamwoord is aan iemand die dat niet weet?"
"Dat is toch niet zo moeilijk?"
"Doe eens voor dan. Als het kan in één zin."

"Een zelfstandig naamwoord duidt een zelfstandigheid aan. Wat vind je daarvan?"
"Wat is dat?"
"Hoezo, wat is dat?"
"Wat is dat, een zelfstandigheid?"
"Een mens, een dier, een ding, en eh, nou ja, allerlei dingen."
"Hmhm"
"Zoals pijn bijvoorbeeld, dat is ook een zelfstandigheid, of rechtvaardigheid, of deugd."
"Hm, ja, ik snap de voorbeelden wel, en ik voel ook wel een beetje aan wat in ieder geval een zelfstandigheid is, maar niet wat het nou echt is. Waarom is vrolijkheid wel een zelfstandigheid en vrolijk niet?"
"Nou, vrolijkheid daar kun je een lidwoord voorzetten."
"Ja, dat gaat over het wóórd vrolijkheid, maar we hadden het over het begrip."
"He?"
"Het wóórd vrolijkheid kun je een zelfstandig naamwoord noemen op grond van het feit dat je het met een lidwoord kunt combineren, maar waarom is het begrip vrolijkheid een zelfstandigheid?"
"Tja, vrolijk is een eigenschap en vrolijkheid is wat je hebt als je die eigenschap verzelfstandigt."
"Volgens mij wordt het er zo niet echt duidelijker op. Laat ik het via een omweg benaderen: waarom denk jij dat een zelfstandig naamwoord een zelfstandig naamwoord heet?"
"Dat lijkt me logisch: omdat het een zelfstandigheid aanduidt."
"Kijk, dat denk ik dus niet."
"O? Wat denk jij dan?"
"Ik denk dat een zelfstandig naamwoord een zelfstandig naamwoord heet omdat het een naamwoord is dat zelfstandig voorkomt."
"Hoe bedoel je dat?"
"Een bijvoeglijk naamwoord is een naamwoord dat altijd afhankelijk is van een ander woord. Het staat altijd ergens bij. Vrolijk kun je in een zin alleen gebruiken bij een zelfstandig naamwoord (een vrolijk kind), of als naamwoordelijk deel (het kind is vrolijk), of als bepaling van gesteldheid (het kind zat vrolijk in zijn stoeltje). Het is dus altijd afhankelijk van een ander woord waar het iets van zegt. In een taal met naamvallen zie je dan dat het bijvoeglijk naamwoord qua vorm afhankelijk is van het zelfstandig naamwoord. Een zelfstandig naamwoord is onafhankelijk, oftewel zelfstandig."
"Jaja."
"Ik denk dus dat die hele betekenisomschrijving met die zelfstandigheid afgeleid is van de term zelfstandig naamwoord, en niet andersom."
"Dat snap ik niet."
"Een zelfstandigheid is iets wat je aanduidt met een zelfstandig naamwoord, en niet andersom: een zelfstandig naamwoord is een woord wat een zelfstandigheid aanduidt."
"Ik geloof dat ik het net snap, maar het is wel subtiel hoor! Maar dan zit je dus wel met een uitlegprobleem!"
"Precies. Daarom vroeg ik het."
"Aha"
"De Algemene Nederlandse Spraakkunst merkt dit probleem ook op. Die merkt op: Het substantief is het gemakkelijkst syntactisch te karakteriseren. En even verderop: Semantisch is het substantief moeilijk te definiëren. En dan komt de ANS met die uitleg van die zelfstandigheid van jou."
"O, dat was dus nog niet eens zo gek."
"Nee, dat niet. Maar het gekke is dat elke uitleg in elke onderwijsmethode met die problematische betekenisuitleg begint."
"Nou ja, dat is toch ook het meest inzichtelijk? Dat de woordsoort een soort betekenisbasis heeft?"
"Dat ben ik wel met je eens. Maar eigenlijk zou je dus een ander woord willen hebben dan dat gekke zelfstandigheid, waar niemand zich iets bij voor kan stellen."
"Ja dat snap ik wel. Maar dan kom je toch al snel terecht bij een opsomming."
"Wat zei je net ook alweer? Mensen, dieren, dingen, en…"
"Eh, ik zei iets als allerlei dingen geloof ik."
"En toen gaf je een paar voorbeelden."
"Ja, ik zei pijn, en eh… dinges, eh…"
"Hee wacht eens even!"
"Wat?"
"Je zei dinges. Is dat niks?"
"Dinges?"
"Ja!"
"Een zelfstandig naamwoord is een woord dat een dinges aanduidt?"
"Ja. Kijk, Balkenende is een dinges, maar een kat is ook een dinges. En een tafel is een dinges, maar pijn is ook een dinges (bijvoorbeeld een gevoel). En vrolijkheid is een dinges, maar vrolijk niet. Vrolijk is geen dinges."
"Jaja."
"Vrolijk is meer een zo."
"Hm. Denk je dat je dat kunt verkopen?"
"Ik weet het niet, maar het is de moeite waard om het te proberen. Het aardige lijkt me wel dat het aansluit bij een taalgevoel. Iedereen heeft wel een zeker taalgevoel over wanneer je kunt zeggen X is een dinges. En uiteindelijk heb je toch nog je syntactische argumenten die dat gevoel kunnen ondersteunen."
"Mmmm. Dat zou kunnen werken."
"Weet je wat? Ik ga het gewoon proberen!"
"Nou, ik wens je veel succes!"


maandag 19 oktober 2009

Verkiezing Taalzuurpruim 2009

[Update: uitslag hier]


Er kan gestemd worden! De voorronde van de eerste verkiezing van de Taalzuurpruim van het jaar is afgelopen, en de nominaties zijn vastgesteld. In de rechterkolom kun je je keuze maken voor de zurigste taalzeurder, of de meest irritante taalmopperaar. Wie zit er steeds onder jouw taalkundige vingernagels?


Deze nieuwe enquête betekent tevens het einde van de vorige verkiezing, namelijk die van je meest favoriete zinsdeel. De winnaar van die verkiezing is geworden de persoonsvorm (682 stemmen), die de runner up, het onderwerp (223 stemmen), op grote afstand achter zich laat. Het minst populair blijken de bijwoordelijke bepaling (88) en het naamwoordelijk deel (66), die op ruime afstand van de grote middenmoot (138-165 stemmen) eindigden.


Dit beeld bevestigt dat van de vorige verkiezing ("Ik heb het meeste moeite met..."). De bovenaan eindigende zinsdelen zijn de eerste die in de lessen zinsontleding behandeld worden, en het naamwoordelijk deel is waarschijnlijk het eerste dat echt voor problemen zorgt. Blijkbaar houden we niet van problemen.


De impopulariteit van de bijwoordelijke bepaling zal toe te schrijven zijn aan het feit dat het behandeld wordt als een restcategorie: als je het niet meer weet zal het wel bijwoordelijke bepaling zijn. Ook dat wordt blijkbaar niet erg gewaardeerd.


De complete lijst:

persoonsvorm [30,1%] (682)
onderwerp [9,9%] (223)
lijdend voorwerp [7,4%] (168)
naamwoordelijk gezegde [7,3%] (165)
bepaling van gesteldheid [7,2%] (163)
voorzetselvoorwerp [6,8%] (153)
werkwoordelijk gezegde [6,4%] (145)
bijvoeglijke bepaling [6,2%] (140)
meewerkend voorwerp [6,0%] (135)
tussenwerpsel [6,0%] (135)
bijwoordelijke bepaling [3,9%] (88)
naamwoordelijk deel [2,9%] (66)

zondag 4 oktober 2009

Voorzetsels en voegwoorden




Het lijkt wel een beetje stilletjes op het taalprof-weblog, maar de vragen en discussies gaan gestaag door. De afgelopen dagen ontstonden er twee verschillende discussies, die op een verrassende manier samenhangen. Eerst merkte Ton op dat het voegwoord al in de zin al heb ik een euro, ik koop toch geen ijsje niet als een voegwoord maar als een bijwoord gezien moet worden, en vervolgens stelt Henk voor om als in verkleed gaan als Sinterklaas een voorzetsel te noemen. Zij dragen daar argumenten voor aan, maar de discussie roept de vraag op: wat is hier eigenlijk aan de hand? Wat is eigenlijk het verschil tussen voegwoord en voorzetsel? Wanneer noem je iets voegwoord, wanneer voorzetsel (en wanneer bijwoord)?

zondag 20 september 2009

GrammatiQA #2



Nieuw op het Taalprof Weblog! Af en toe een Grammatica-Quizvraag met Antwoord.


Wederom naar aanleiding van een grap uit de rubriek Ruggespraak (Onze Taal, september 2009):


Wegwerp scheermesjes voor heren
met vaste kop

Grappen hebben heel vaak een grammaticale achtergrond. Welke is het hier?


(a) met vaste kop is bedoeld als een bijwoordelijke bepaling, maar je leest het bijvoeglijk;
(b) met vaste kop lees je als bijvoeglijke bepaling bij het verkeerde woord;
(c) het voorzetsel met heeft twee verschillende betekenissen, en je leest hier de verkeerde;
(d) Bij het woord heren hoort niet het woord kop maar hoofd.





woensdag 16 september 2009

Het is weer het gebruikelijke rommeltje




Ik probeer echt te begrijpen wat ze bedoelen, de mensen die zich graag (?) ergeren aan allerlei taalverschijnselen. Sterker nog, ik snap heel goed dat je sommige taalvormen prettig vindt en andere onprettig, of lelijk, of storend. Het gaat pas mis als je vervolgens probeert daar allerlei redeneringen bij op te hangen. Dan haak ik af.

woensdag 2 september 2009

Ze leren het nooit




Op de site van de taalwinkel van de HvA/UvA staat een grammaticatoets. Ha, een grammaticatoets! Eerst even maken, en dan verder lezen.