Kun je de woorden in een taal tellen? Als je de Global Language Monitor moet geloven wel. En het NOS journaal en de Telegraaf kunnen het ook niet laten om het berichtje op te pikken. En wie weet hoeveel nieuwsdiensten het klakkeloos gaan overnemen: Web 2.0 is het miljoenste woord in de Engelse taal. Maar het is grote onzin.
De taalkundigen op Language Log hebben het al overtuigend aangetoond: als je Web 2.0 een woord noemt, dan is het hek van de dam. Zijn dat geen twee woorden? Wat zijn je criteria om iets een woord te noemen? Als samenstellingen woorden zijn heb je in principe al een oneindig aantal woorden.
De Taaladviesdienst van de Taalunie citeerde al eens de oud-hoofdredacteur van Van Dale, Van Sterkenburg, die ooit 60 miljoen verschillende woordvormen voor het Nederlands in zijn tekstbestanden geteld had. Maar dan reken je tel, telt, telde, tellen, geteld allemaal apart.
Je kunt natuurlijk de woorden in een taal helemaal niet tellen. Een taal kun je niet eens behoorlijk afbakenen in de tijd of de regionale variatie. Hoogstens kun je woorden tellen in een verzameling woorden (een tekst, verschillende teksten). En dan nog moet je allerlei gevallen samen nemen, of uitsluiten omdat ze te weinig voorkomen of aperte schrijffouten zijn, kortom, het is niet te doen. Woorden tellen kan helemaal niet.
Maar het is wel een geheide manier om de media te halen, dat wel natuurlijk.
woensdag 10 juni 2009
zondag 31 mei 2009
Armoede

In mijn vorige logje had ik ook iets willen zeggen over het feit dat veel mensen zich ergeren aan die reclame Gewoon dóén! (op het weblog Irritaal gaat het over Ik zeg: doen! van Natasja Froger), en in mijn hoofd zat de woordspeling tussen de uitdrukking In arren moede en het woord armoede om die uitweiding aan op te hangen. Maar ja, dat zou allemaal maar afleiden van waar het mij over ging, dus dat heb ik maar achterwege gelaten. Maar ik licht het toch even toe, want het is wel grappig.
Sluikreclame voor werkwoordelijk gezegde


Er lijkt zich tegenwoordig maatschappelijk een overdreven aandacht voor het werkwoordelijk gezegde af te tekenen. Het naamwoordelijk gezegde komt er een beetje bekaaid af. In de eindtermen voor het basisonderwijs wordt wel het werkwoordelijk gezegde genoemd, maar niet het naamwoordelijk gezegde. En dan worden wij ook nog eens om de haverklap in allerlei reclames aangespoord om dingen gewoon te dóén. Als dat geen teken van de tijd is.
maandag 11 mei 2009
Neem haar serieus

Taalpost doet het zonder commentaar: af en toe een paar taalkronkels naar het voorbeeld van de Onze-Taalrubriek Ruggespraak. Die van vrijdag 8 mei 2009 bevatte onder andere Pornoster Sacha wil serieus genomen worden. Helaas zonder commentaar, maar ja, dat is humor, dat je niks hoeft uit te leggen.
De taalpuristen doen het iets uitgebreider: die wijzen erop dat de twee betekenissen afhankelijk zijn van de klemtoon. Bij klemtoon op serieus krijg je de ene betekenis, en bij klemtoon op genomen de (haha) andere.
Maar neem dan toch de grammatica serieus en zeg wat hier aan de hand is! Zeg dat serieus met klemtoon een bepaling van gesteldheid is, die uitdrukt dat pornoster Sacha wil dat men vindt dat zij serieus is. En dat klemtoon op genomen inhoudt dat serieus een bijwoordelijke bepaling is ("op serieuze wijze"), met een eigen klemtoon trouwens.
En dat je dat klemtooneffect krijgt omdat het werkwoord met zijn complementen (waarvan die bepaling van gesteldheid er een is) maar één klemtoon heeft. Dat houdt trouwens in dat het niet gaat om wel of geen klemtoon op serieus, maar om wel of geen klemtoon op genomen. Bij de eerste lezing valt de klemtoon op genomen weg (iemand serieus nemen), bij de tweede houden beide zinsdelen hun klemtoon (iemand serieus nemen).
Zo. Nou kun je tenminste onbekommerd lachen omdat je weet dat je er ook nog wat van opgestoken hebt. Anders heeft het toch iets onbevredigends.
zondag 19 april 2009
Volkskrantredactie blundert



"Goede journalistiek verloochent zich niet. Als de inrichting van de journalistiek honderd jaar geleden naar tevredenheid functioneerde, zouden we terug moeten kunnen naar die situatie." Bent u het daarmee eens? Dan wilt u dus terug naar de tachtigjarige oorlog, toen iedereen maar raak schreef en niemand kon lezen.
Tenminste, dat vindt Quiny Danko, chef redactie van de Volkskrantbijlage VK-banen.
zaterdag 11 april 2009
Witteman komt er niet goed uit



Het is niet nieuw, maar soms is het toch weer verrassend. Misschien moet je het een fout noemen, en er zullen ook wel weer mensen zijn die er een contaminatie in zien, maar dat moet dan maar. Gisteravond, bij de afsluiting van het programma Pauw & Witteman, kondigde Paul Witteman een documentaire aan met de woorden: Dit komt daar onder andere in te zien.
Het klinkt gek, dat geef ik onmiddellijk toe. Maar als je het ontleedt is het lang niet zo gek als het klinkt.
vrijdag 10 april 2009
Saaie grammaticakwesties
Altijd leuk als iemand naar je weblog verwijst. "Saaie grammaticakwesties luchtig opgeklopt" schrijft Mario de Zutter over de taalprof. Sympathiek bedoeld, ongetwijfeld, maar de formulering verraadt een diepgeworteld gevoel over de grammatica.
Blijkbaar zijn volgens Mario de grammaticakwesties die de taalprof aansnijdt, in hun diepste wezen saai, en de taalprof doet wanhopige pogingen om ze "luchtig op te kloppen" (mooie dubbele resultatieve bepaling van gesteldheid!) zodat ze nog een beetje verteerbaar worden. En dat terwijl de oogmerken van de taalprof juist andersom zijn: de inherent interessante grammaticakwesties van hun stoffige imago ontdoen om hun ware gedaante te onthullen.
Hoopgevend is dan wel weer de combinatie "saaie grammaticale kwesties". Ervan uitgaande dat dit niet dubbelop bedoeld is, staat hier dat de saaie grammaticakwesties een deelverzameling vormen van de totale verzameling grammaticakwesties. Dus blijkbaar zijn er ook niet saaie grammaticakwesties. Maar daar heeft de taalprof het dan weer niet over.
Blijkbaar zijn volgens Mario de grammaticakwesties die de taalprof aansnijdt, in hun diepste wezen saai, en de taalprof doet wanhopige pogingen om ze "luchtig op te kloppen" (mooie dubbele resultatieve bepaling van gesteldheid!) zodat ze nog een beetje verteerbaar worden. En dat terwijl de oogmerken van de taalprof juist andersom zijn: de inherent interessante grammaticakwesties van hun stoffige imago ontdoen om hun ware gedaante te onthullen.
Hoopgevend is dan wel weer de combinatie "saaie grammaticale kwesties". Ervan uitgaande dat dit niet dubbelop bedoeld is, staat hier dat de saaie grammaticakwesties een deelverzameling vormen van de totale verzameling grammaticakwesties. Dus blijkbaar zijn er ook niet saaie grammaticakwesties. Maar daar heeft de taalprof het dan weer niet over.
zondag 22 maart 2009
De Taalprof plagieert



Het hoge woord moet er maar eens uit: de taalprof zit gewoon de negentiende-eeuwse taalkundige literatuur te plagiëren. Misschien heeft hij het zelf niet eens in de gaten, maar de overeenkomsten zijn te opvallend om ze aan het toeval toe te schrijven. Weliswaar is de taaltechnologie nog niet zover dat de voorbeelden ondubbelzinnig kunnen worden opgespoord, maar wie kan lezen wat die negentiende-eeuwers allemaal schreven, moeten de overeenkomsten in het oog springen.
Neem nou bijvoorbeeld dit stukje over het betrekkelijk voornaamwoord. Dat lijkt bijna letterlijk overgeschreven van een artikeltje van Lambert te Winkel in het Taalkundig Magazijn uit 1853!
zondag 15 maart 2009
Verborgen boodschap in boekenweekgeschenk


Het boekenweekgeschenk Een tafel vol vlinders van Tim Krabbé lijkt op het eerste gezicht een naturalistische novelle, die niet veel blijk geeft van een optimistische levenshouding, maar aan de andere kant ook niet bol staat van moralisme en opvoedkundig verantwoorde inhoud.
Toch zit er een belangrijke boodschap in het verhaal verborgen. En die gaat ook nog eens over grammatica.
Wie het boekje nog niet gelezen heeft, moet dat misschien eerst even doen. In wat nu volgt staan sommige plotwendingen genoemd die belangrijk zijn voor de afloop van het verhaal. Als je die afloop nog niet wilt weten, lees dan niet verder.
dinsdag 10 maart 2009
Grammatica voor uilskuikens



Het was wel een handige zet van de UvA. Vlak vóór de boekenweek een persbericht over een onderzoek van UvA-wetenschapper Jelle Zuidema over de taal van vogels. Helaas werd het bericht in bijna alle media voorgesteld als een onderzoek naar de afwijkende zang van stadsmerels (wat het niet was), maar het was toch maar mooi exposure.
Waar ging het dan wel over? Tja, dat kwam ook niet erg helder in de berichtgeving tot uitdrukking. Neem bijvoorbeeld dit citaat "Toch zit er volgens Zuidema in de zang van sommige vogels een structuur van grammaticaregels. Die hebben echter geen enkele betekenis..." Een structuur van grammaticaregels? Wat is dat?
Abonneren op:
Posts (Atom)