zaterdag 3 juli 2010

Je komt er nooit van()af



Dat is schrikken! Een vraag op het taalprof-weblog. Dat is al een tijdje geleden. De taalprof dacht al dat alle vragen beantwoord waren. Maar gelukkig is er nog iemand met een prangend probleem. Het gaat om het volgende:

Vandaag in de NRC: "“Ze probeerden zelfs jarenlang om er vanaf te komen."
Moet dit niet zijn: "Ze probeerden zelfs jarenlang om ervan af te komen." ? 'af' hoort toch bij het werkwoord 'komen' ('afkomen') en niet bij het 'van' of maak ik een denkfout?
Eigenlijk betreft het een spellingvraag, en op dat gebied is de taalprof geen specialist, maar in dit geval kun je het ook zien als een ontleedvraag: hoe zit die zin in elkaar?
Als je je beperkt tot de spelling is het een betrekkelijk oninteressante kwestie. Dan zoek je het werkwoord afkomen op in het woordenboek, en dan zie je, bijvoorbeeld in Van Dale 14, betekenis 11: van iets afkomen staan. Gaap.

De taalprof ziet echter achter de vraag een taalgevoel dat vermoedt dat de zin anders in elkaar zit. En eigenlijk vermoedt hij dat zelf ook.

De constructie van iets af()komen kun je natuurlijk best ontleden als een werkwoord afkomen met een (voor mijn part) voorzetselvoorwerp van iets (al is de bijzinsvariant Ik kom er maar niet van af dat het zo warm is wel een beetje gek), maar je kunt hem ook analyseren als een vervangend koppelwerkwoord komen met een naamwoordelijk deel van iets af. Kijk maar: als je ergens van()af()komt, dan ben je ervanaf. En dat laatste is een naamwoordelijk gezegde. Je zou van iets af()komen dus kunnen zien als de "worden"-variant van zijn, die ook nog de mogelijkheid kent: ik raak er maar niet vanaf.

Eigenlijk vindt de taalprof dat de beste analyse. Maar dan zou afkomen hier helemaal geen werkwoord zijn, en de spelling zou moeten zijn ervanaf komen.

Dat kan in de ontleding redelijk aannemelijk gemaakt worden, maar de aard van de spelling werpt een blokkade op tegen de redelijkheid, en dat is dat de woordenboekmakers blijkbaar die ontleding niet delen. Die kiezen voor afkomen en dan ben je uitgepraat, want de spelling is een door menselijke keuzes gereguleerd systeem, en daarin verschilt het van de grammatica. De grammatica is immers van de taal zelf. Of van ons. In elk geval niet van de spellingwetgevers.

5 opmerkingen:

  1. Beste Taalprof,
    Dank voor de snelle reactie. De volgende zin komt uit een Volkskrant-interview van vandaag met (toevallig) dezelfde persoon als die uit het eerder genoemde NRC-artikel, Edward Witten:
    ‘Dat komt dan vaak doordat het maar in mijn hoofd blijft opkomen en ik ervan afwil.’
    Als we uw vrienden van de Van Dale even vergeten, want ‘afwillen’ is geen werkwoord, dan zou deze zin grammaticaal kloppen, toch ? Of geeft u de voorkeur aan:
    Dat komt dan vaak doordat het maar in mijn hoofd blijft opkomen en ik ervanaf wil.
    Als ik uw redenering over ‘afkomen’ goed begrepen heb en vervolgens toepas op ‘afwillen’ en doe net alsof ‘afwillen’ een bestaand werkwoord is, dan kan ik ‘willen’ volgens mij niet analyseren als vervangend koppelwerkwoord. Als je ergens van()af()wilt dan ben je –in tegenstelling tot afkomen- n i e t ‘ervanaf’. Dat is nu net het verschil tussen komen en willen, of rukt hier een leger mieren in mijn hoofd op ?
    Ik zou de zin als volgt geformuleerd hebben:
    ‘Dat komt dan vaak doordat het maar in mijn hoofd blijft opkomen en ik ervanaf wil komen.’
    Hmm, verdient ook geen schoonheidsprijs.
    Groet
    Jan

    BeantwoordenVerwijderen
  2. @Jan H: Ik zou inderdaad redeneren dat hier ruwweg hetzelfde aan de hand is, en dus 'ervanaf wil' de spelling zou moeten zijn. 'Willen' is een modaal hulpwerkwoord. En als je modale hulpwerkwoorden combineert met een predicaat waar beweging in zit ('ik wil/moet/kan weg' naast 'ik ben weg') dan kan het zonder koppelwerkwoord.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Weer een inzicht rijker, of vooral: een argument rijker om voor 'ervanaf komen' te kiezen.
    Van Dale is in dit soort gevallen vaak uiterst inconsequent en lijkt helemaal niet van grammaticaal denken te houden. Dat 'ervan afkomen' bij 'afkomen' staat, zal ook wel zijn omdat het nu eenmaal vaak zo wordt geschreven in de praktijk, en 'dus' is het een woord met een betekenis, zullen ze bij woordenboekredacties wel redeneren. Taaladviseurs kijken bij dit soort spellingkwesties vaak niet eens in de woordenboeken omdat je het eigenlijk beter met een grammaticale redenering kunt oplossen.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. @Wouter: Van Dale heeft inderdaad moeite met al die werkwoorden die na die achterzetsels met richtingbetekenis staan: 'de garage in()rijden,' 'op de taart af()vliegen,' 'de trap af()lopen.'
    Maar bij zo'n normendiscussie spelen verschillende overwegingen: woordenboeken, taaladviseurs, de grammaticale analyse, en niet te vergeten de werkelijkheid. Het is ook een feit dat veel mensen bij de spelling van die voornaamwoordelijke bijwoorden en achterzetsels in het midden van de zin een soort "principe van gelijke verdeling" hanteren: een deel naar het middenveld, een deel aan het werkwoord vast. 'Ervanaf komen' is grammaticaal het best te verdedigen, maar het lijkt "oneerlijk" omdat het voornaamwoordelijk bijwoord alles krijgt en het werkwoord niks.
    Ik vraag me af of de spelling zo inderdaad een invloed op de grammaticale structuur zou kunnen krijgen ('afkomen' als werkwoord zoals in het woordenboek).

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Hé, een gloednieuw inzicht op spellinggebied - dat valt me niet dagelijks ten deel. Dank je!

    BeantwoordenVerwijderen