dinsdag 29 december 2009

Luim en ernst

Vreugde en verdriet liggen vaak dicht bij elkaar: in dezelfde week waarin het taalprof-weblog zijn halfmiljoenste pageview registreerde (op 19 december 2009, voor de geschiedschrijvers) kwam het bericht dat de koploper in de taalzuurpruimverkiezing, het weblog van de taalpuristen, het bijltje erbij neergooit. Ze smeren hun afscheid uit over ten minste vier logs, dus ze zitten een beetje te hengelen naar openlijke uitingen van rouw, uitgetrokken haren, zand over hoofden, petities aan het comité van ministers van de Taalunie, ik weet het niet precies, maar als het om necrologieën gaat is de taalprof niet te beroerd om een duit in het zakje te doen.


De geschiedenis zal moeten uitwijzen wat een grotere rol heeft gespeeld bij de bestrijding van het Grammaticale Onbenul: de serieuze aanpak van de taalprof, of het steeds maar weer op ironische wijze signaleren van hele en halve (of zogenaamde) foutjes door die jongens (?) van de taalpuristen, waardoor op een gegeven moment iedereen wel móét gaan denken: "Hee, maar als dat zo vaak fout gaat, waarom is het dan eigenlijk fout? Van wie is die taal nou helemaal?"


Want was het allemaal wel zo serieus? Zelf zijn ze er een beetje halfslachtig over: aanvankelijk wel, maar soms niet, of later minder, of alleen bij fouten door gevestigde instanties, kortom: in de loop der tijd krijgen relativerende gevoelens steeds meer de overhand. Het blijkt nog lastig om het vingertje opgeheven te houden en tegelijkertijd de wenkbrauwen in een ernstige frons te bevriezen. Je moet op den duur wel ironisch worden. Serieuze taalergernis heeft een houdbaarheidsdatum.


Ik weet eigenlijk niet hoelang ze precies al actief zijn. In november 2006 begonnen ze bij web-log.nl, ik meen na slechte ervaringen met een gehackte eigen site. Maar van die oorspronkelijke site zie ik geen archieven meer. Misschien dat ze dus hun eerste lustrum wel hebben gehaald. Dat is best een respectabele leeftijd voor een weblog (gemiddelde levensduur een paar maanden), daar niet van, maar misschien toch te vroeg voor een afscheid. Als ik afga op activiteit, dan zie ik dat ze er nog steeds in slagen om vrijwel elke dag een logje te plaatsen. Dat is meer dan welke andere taalblog dan ook. Weliswaar lijkt de reaguurdersactiviteit wat af te nemen, maar dat kan ook een seizoenskwestie zijn. Hoe dan ook: taalpuristen is een van de actiefste Nederlandstalige taalweblogs op het internet, dat mag ook wel eens gezegd.


Maar goed, aan alles komt een einde: na nltaal.blog en taalkoeien is dit het derde grote taalblog dat uiteindelijk de geest geeft. Een tijdperk is ten einde. De honden blaffen, maar de taalkaravaan trekt verder.

Grammaticale Puzzel week 53

Ik had er eigenlijk iets anders van verwacht. Ik had gedacht dat de meeste mensen de zin De reizigers worden geadviseerd niet meer met de trein te reizen zouden aanwijzen als de enige ongrammaticale zin. De derde optie, De reizigers worden aangespoord niet meer met de trein te reizen is oncontroversieel, en de tweede, De reizigers worden verzocht niet meer met de trein te reizen, is weliswaar een clichévoorbeeld in de taaladvieswereld, maar iedereen is het er eigenlijk wel zo'n beetje over eens dat het een acceptabele zin is. Dus ik had gedacht: iedereen kiest de eerste zin.


Maar nee, 60% kiest de derde zin, en de andere twee worden ongeveer even vaak aangewezen. Een mooi resultaat voor een puzzel die het denken moet stimuleren: in een groepje besproken zal hij zeker discussie opleveren. Maar wel opmerkelijk.


Zoals verwacht is de argumentatie op grond van de betekenis hier ondergeschikt. Er zijn wel een paar lezers die proberen een semantisch verschil aan te wijzen, in de sfeer van "vrijblijvend," "urgent" (ik denk dat dit aansluit bij het communicatieve aspect van de eerste twee werkwoorden, en het mogelijk lichamelijke van aansporen), maar ze zijn in de minderheid. De meeste mensen gaan in op de kwestie correct-incorrect, en redeneren dus dat alleen de derde goed is en de eerste twee (eigenlijk) fout.


Toch zijn er ook nogal wat lezers die op een syntactisch aspect ingaan: hoewel je bij de zelfstandige naamwoorden advies, verzoek en aansporing een bepaling met aan kunt hebben, is dit bij het zelfstandig gebruikte werkwoord (het adviseren, het verzoeken, het aansporen) al niet meer het geval: het aansporen aan de reizigers kan niet. En dit is ook zo bij de werkwoorden in de actieve zin: wij adviseren aan de reizigers... is prima, wij sporen aan de reizigers aan... is fout. Blijkbaar vinden mensen wij verzoeken aan de reizigers... meer aansluiten bij adviseren dan bij aansporen (waar je volgens mij nog best over zou kunnen discussiëren).


De aanleiding voor deze puzzel was een discussie die ik aantrof op het internet over de zin De reizigers wordt geadviseerd niet meer met de trein te reizen, die daadwerkelijk de vorige week op de aankondigingsborden in de stations te zien is geweest. In die discussie kwam de vraag op of hier ook worden kon worden gebruikt. Een aantal deelnemers merkte op dat de taalprof zou beweren dat dat kon. In werkelijkheid heb ik dat niet met zoveel woorden beweerd. Ik heb een hele discussie gevoerd over dezelfde zin met verzoeken, waarin ik betoogde dat in iemand (om) iets verzoeken het zinsdeel iemand geen meewerkend voorwerp, maar een lijdend voorwerp is. Over adviseren ging de discussie niet. Als je mij zou vragen hoe het met adviseren zit, dan zou mijn antwoord zijn dat in wij adviseren de reizigers om niet meer met de trein te reizen het zinsdeel de reizigers wél meewerkend voorwerp is, vooral omdat wij adviseren aan de reizigers om niet meer met de trein te reizen een prima zin is. Veel beter dan wij verzoeken aan de reizigers om niet meer met de trein te reizen, in mijn beleving dan.

Betekent dit dat ik de reizigers worden geadviseerd om niet meer met de trein te reizen een foute zin vind? Nou nee. Er zijn twee redenen om hem goed te keuren: allereerst de redenering die ook vaak bij verzocht worden wordt toegepast: waarom zou je in de lijdende vorm geen meewerkend voorwerp tot onderwerp mogen maken? En ten tweede: hoewel onwaarschijnlijker dan bij verzoeken is er ook bij adviseren een redenering die iemand als lijdend voorwerp aanwijst. In de zin Wie adviseert jullie eigenlijk? (in de betekenis "Wie is jullie raadsman?" of "Wie voorziet jullie van advies?") heeft jullie meer het karakter van een lijdend voorwerp dan van een meewerkend voorwerp. Hier is bijplaatsing van aan dan ook onmogelijk: Wie adviseert aan jullie eigenlijk? lijkt me onmogelijk. Vanuit die gedachte is de analyse met iemand als lijdend voorwerp in alle constructies niet zo gek.

Is er ook nog een reden om de tweede zin aan te wijzen als vreemde eend? Ja, onder de argumentatie dat je bij adviseren eerder wordt zou kiezen, bij aansporen eerder worden. Alleen bij verzoeken zou je echt twee keuzes hebben.

Dan nu toch nog een puzzel voor de 53e week. Beetje later dan gewoonlijk, maar het is ook een gekke tijd. Volgende keer weer gewoon op zondagochtend.



Welke zin hoort in het volgende rijtje niet thuis?
De taalprof biedt u deze nieuwjaarswens aan.
Deze nieuwjaarswens wordt u aangeboden door de taalprof.
U krijgt deze nieuwjaarswens aangeboden door de taalprof.
 
pollcode.com free polls

zondag 20 december 2009

Grammaticale Puzzel week 52

De puzzel van de vorige week gaf tot nu toe de beste spreiding: slechts 61% van de 107 stemmers koos voor het tweede alternatief, ik ben net bezig een boek te lezen. Helaas ging bij de commentaren bijna niemand in op de reden voor die keuze, alhoewel een lezer die variant "de meest gekunstelde noemde," en een ander veronderstelde dat met bezig zijn met eerder een plaats in het boek aangeduid wordt dan een plaats in de tijd (wat ik persoonlijk moeilijk aan te voelen vind). Ik denk dat de constructie met het bijvoeglijk naamwoord (bezig) door de meesten als duidelijk anders werd gevoeld dan die met zitten te of met zijn aan het, juist vanwege dat bijvoeglijk naamwoord. De andere twee opties scoren ongeveer gelijk (19 en 21%).


Interessant in deze zinnen was natuurlijk de kwestie of het hier naamwoordelijke of werkwoordelijke gezegdes betreft. De betekenis is nagenoeg gelijk, het gaat echt om de syntaxis. Ik denk dat de meeste kiezers de constructie met bezig echt naamwoordelijk vonden en de andere meer werkwoordelijk. In de discussie over aan het van een tijdje terug maakte de taalprof er een punt van dat de constructie met aan het ook naamwoordelijk zou zijn, hetgeen de derde optie de vreemde eend in de bijt zou doen zijn. De eerste zin zou je kunnen kiezen als je opmerkt dat in de bijzin de persoonsvorm achteraan staat: omdat ik net een boek aan het lezen ben, omdat ik net bezig ben een boek te lezen, omdat ik net een boek zit te lezen. Alleen in het eerste geval kan ben achteraan staan.


Volgende puzzel:


Welke zin hoort in het volgende rijtje niet thuis?
De reizigers worden geadviseerd niet meer met de trein te reizen.
De reizigers worden verzocht niet meer met de trein te reizen.
De reizigers worden aangespoord niet meer met de trein te reizen.
 
pollcode.com free polls



zondag 13 december 2009

Grammaticale Puzzel week 51

Het aantal deelnemers aan de puzzels neemt snel af. Maar 71 mensen reageerden op de puzzel uit week 50. Daarvan stemde de overgrote meerderheid (73%) op de tweede optie (alles wat wij kunnen willen). Minder dan de vorige keren, maar ook hier weer lijkt de betekenis de beslissende factor. Mensen signaleren allereerst de overeenkomst tussen kennen en weten. Verder springt de tweede optie eruit omdat hij dubbelzinnig is (alhoewel ook opgemerkt wordt dat kennen ook de substandaardvariant van het hulpwerkwoord kunnen zou kennen zijn).


De eerste optie (alles wat wij weten willen) heeft een afwijkende intonatie (klemtoon op weten), en bij de derde optie (alles wat wij willen kennen) staat het hoofdwerkwoord in ieder geval zeker achteraan.


Deze puzzel lijkt me geschikt om het verschil tussen zelfstandig werkwoord en hulpwerkwoord aan de orde te stellen. Zelfs de betekenisverschillen zijn terug te voeren op de interpretatie van een van de twee werkwoorden als hulpwerkwoord. Zelfs als je twee potentiële hulpwerkwoorden naast elkaar zet, moet je er toch één als zelfstandig werkwoord opvatten, en allebei tegelijk kan niet (tenzij je er op een creatieve manier een samengestelde zin in ziet). Er zijn volgordekwesties en intonatiekwesties die hier een rol spelen.


Ondanks de terugloop in deelnemersaantal ga ik door met de volgende puzzel:



Welk van de volgende woordcombinaties hoort niet in het rijtje thuis?
Ik ben net een boek aan het lezen.
Ik ben net bezig een boek te lezen.
Ik zit net een boek te lezen.
 
pollcode.com free polls



zondag 6 december 2009

Grammaticale Puzzel week 50

De puzzel van vorige week leverde een minder uitgesproken voorkeur op dan de andere twee: 72% koos voor de derde optie, ik heb daar de hele ochtend in geslapen, waar daarin een plaatsbepaling was. In de andere gevallen werd het voornaamwoordelijk bijwoord eerder gelezen als een voorwerp (ergens op studeren, ergens iets aan besteden), hoewel ook daar creatieve analyses werden bedacht waardoor een bijwoordelijke lezing mogelijk zou worden. Blijkbaar vond men dit betekenisverschil (dat samenhangt met een ontleedverschil) belangrijker dan de functie van de hele ochtend: 19% koos voor ik heb daar de hele ochtend aan besteed, omdat daar de hele ochtend een lijdend voorwerp was, terwijl het in de andere gevallen bijwoordelijke bepaling van tijd (van duur) was. Toch nog 9% koos voor ik heb daar de hele ochtend op gestudeerd, waarschijnlijk vanwege het feit dat dit de enige dubbelzinnige was.

Nu de nieuwe:


Welk van de volgende woordcombinaties hoort niet in het rijtje thuis?
alles wat wij weten willen
alles wat wij kunnen willen
alles wat wij willen kennen
 
pollcode.com free polls


zondag 29 november 2009

Grammaticale Puzzel week 49

Maar liefst 87% van de stemmers bij de puzzel van vorige week kozen voor kinderen hebben als de taaluiting die er niet bij hoorde. De meesten deden dat op grond van de betekenis: kinderen lachen en kinderen spreken gaat over communicatie, en kinderen hebben niet. Ook waren er mensen die opmerkten dat kinderen hebben een onaffe zin is. Die opmerking impliceert dat ze kinderen als onderwerp wensten te beschouwen of ervan uitgingen dat alledrie de uitingen per se hele zinnen moesten zijn, maar dat stond niet in de opgave. Blijkbaar zijn deze twee syntactische neigingen erg sterk. Zo sterk dat de overeenkomst tussen kinderen spreken en kinderen hebben vrijwel verloren ging. Want zowel kinderen spreken als kinderen hebben kun je opvatten als woordgroepen met kinderen als voorwerp (ik wil kinderen spreken/hebben). Hierdoor viel ook de mogelijkheid vrijwel weg om kinderen spreken te kiezen, als enige dubbelzinnige uiting.

Niemand baseerde zich op de klankvorm van de uitingen: het feit dat je in geval van een combinatie tussen voorwerp en werkwoord het werkwoord in de intonatie kunt reduceren viel niemand op (althans, niemand noemde die observatie).

De puzzel van de vorige week is daarom misschien in deze vorm niet zo geschikt om veel discussie los te weken. De bedoeling was om de combinatie voorwerp - werkwoord te onderscheiden van onderwerp - werkwoord, zowel in betekenis, zinsbouw en klankvorm, maar de meeste relevante eigenschappen bleven buiten beeld.

De volgende puzzel. Beetje complexer, maar het principe is hetzelfde: alles is goed, als je het maar kunt motiveren.

Welk van de volgende zinnen hoort in het rijtje niet thuis?
Ik heb daar de hele ochtend aan besteed.
Ik heb daar de hele ochtend op gestudeerd.
Ik heb daar de hele ochtend in geslapen.
 
pollcode.com free polls


zaterdag 28 november 2009

Bedroevend




De Telegraaf maakt weer eens melding van de resultaten van een taaltoets, ditmaal een verplichte taaltest voor 4100 eerstejaarsstudenten van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU), door de krant voor het gemak gegeneraliseerd naar "de eerstejaars studenten aan de universiteit." Natuurlijk wordt een opzichtige spelfout bovenaan gezet, maar ook de grammatica komt aan het eind van het artikel heel voorzichtig om de hoek kijken: "Maar ook grammatica wordt moeilijk bevonden: een derde schrijft hem in plaats van hij in de zin Het feit dat zij hoger op de sociale ladder staat dan hij."


Nog afgezien van dat gekke bevonden, en het feit dat het hier geen zin betreft maar een woordgroep met een bijvoeglijke bijzin erin (blijkbaar bevindt de Telegraafjournaliste het gebruik van grammaticale termen ook niet gemakkelijk), geloof ik hier niets van.

zondag 22 november 2009

Grammaticale Puzzel week 48

Op de vorige puzzel hebben 605 mensen gestemd. 77% koos voor het woord verkoop, 20% voor veraf, en maar 3% voor vergezicht. De dominante argumentatie ging in op de betekenis van het woorddeel ver- ("niet dichtbij" of niet), op de woordvorming (ver- als voorvoegsel), of de uitspraak (onbeklemtoonde uitspraak ver-). Al deze argumenten spanden samen om verkoop een aparte status te bezorgen ten opzichte van de andere twee.


De keuze voor veraf werd meestal ingegeven door de woordsoort: de andere twee werden dan als zelfstandig naamwoord betiteld, hetgeen je in geval van verkoop nog zou kunnen nuanceren omdat dit woord ook werkwoord kan zijn (eerste persoon enkelvoud van verkopen). Kennelijk echter worden verkoop en vergezicht toch als meer verwant gezien, waarschijnlijk omdat het allebei zogeheten inhoudswoorden zijn. Veraf als bijwoord valt dan buiten de boot.


Bijna niemand koos voor vergezicht. Het mogelijke argument dat dit het enige woord is dat zeker zelfstandig naamwoord is, kwam nauwelijks bovendrijven. Andere dan de genoemde klankargumenten speelden vrijwel geen rol (bijvoorbeeld: vergezicht is als enige drielettergrepig). In de categorie Creatief vielen argumenten als dat veraf en verkoop op lipklanken eindigen (en vergezicht niet), dat vergezicht als enige meerdere medeklinkers aan het einde van een lettergreep heeft (cht), en de letterwaarde bij scrabble.


Deze puzzel is een geschikte inleiding om de opbouw van woorden in te leiden. Met name het feit dat betekenis en uitspraak de motivatie vormen voor het onderscheiden van de categorie voorvoegsel.


De volgende puzzel. Nogmaals: er is geen echt fout antwoord, het gaat om de argumentatie.

Welk van de volgende woordcombinaties hoort niet in het rijtje thuis?
Kinderen lachen
Kinderen spreken
Kinderen hebben
 
pollcode.com free polls



zondag 15 november 2009

Grammaticale Puzzel week 47

In het kader van de extra aandacht voor het onderwijs zal de Taalprof vanaf heden elke week een grammaticale puzzel op zijn weblog publiceren. Hij maakt hiertoe voorlopig gebruik van een gratis voorziening voor het creëren van zogeheten polls, waardoor je wel allerlei reclame-uitingen erbij krijgt. Als dat te gek wordt gaan we het anders proberen.


De puzzels hebben steeds dezelfde vorm: je krijgt een rijtje taalvormen, en eentje hoort niet in het rijtje thuis. Maar let op: het gaat niet om "het goede antwoord," want in principe kunnen alle antwoorden gemotiveerd worden.


Je kunt de puzzels in het onderwijs gebruiken om het nadenken te stimuleren over de verschillende eigenschappen van de taalvorm. In dat geval moet je ervoor zorgen dat je leerlingen niet tevreden zijn met het kiezen van een antwoord, maar ze aan het denken zetten over wat er goed is aan elk antwoord. Want ik zeg het nog eens: elk antwoord is te verdedigen, en wel met taalkundige argumenten. Die argumenten kunnen liggen op het terrein van de klank, de woordsoort, de volgorde van elementen, de opbouw, de betekenis, de gebruiksmogelijkheden, de acceptabiliteit, enzovoort. Dat lijkt soms niet echt het geval, maar ik daag je uit om erover na te denken. Geef gerust commentaar, dan krijgen we discussie en dan wordt er al helemaal nagedacht. Ook als je een verzoek hebt voor een thema uit de grammatica bedenk ik er graag een puzzel bij.


Welnu! Daar gaan we. De puzzel voor week 47:

Welk van de volgende woorden hoort niet in het rijtje thuis?
veraf
verkoop
vergezicht
 
pollcode.com free polls


zaterdag 14 november 2009

Taalprof klapt uit Schoolvak Nederlands

Om zijn nominatie voor de Dutch Bloggies 2009 in de categorie Onderwijs waar te maken, komt de taalprof ook wel eens op een conferentie. Gisteren was hij in Den Haag, op de conferentie Het Schoolvak Nederlands, waar hij de hand wist te leggen op een interessante powerpointpresentatie over grammaticaonderwijs.


Door verschillende conferentiedeelnemers daartoe aangespoord, maar in alle eerlijkheid tegenover de mensen die niet geregistreerd hebben, stelt de taalprof deze presentatie beschikbaar, met een kleine drempel.


Vul in onderstaand invoerveld de code in van het lokaal waar de betreffende presentatie gehouden werd. Code zonder spaties of leestekens, en letters in hoofdletters. Klik dan op de downloadknop. Mocht het niet lukken, neem dan contact op via e-mail.