De taalprof ruimt zijn schoenendoos op! Deze aantekening is al oud, maar ik kan me vaag herinneren dat iemand het al eens eerder heeft opgemerkt. Een columnist, een cabaretier, ik weet het niet meer. Dus misschien praat ik anderen na, maar de analyse hoort hier thuis.
Het is bekend dat succesvolle popsongs vaak een grammaticaal eigenaardigheidje hebben, waardoor je taalgevoel even geprikkeld wordt. Dat je net even denkt: "Hè, wat zingt-ie daar nou?" Blijkbaar is dat een prettige sensatie, want het verkoopt goed. De taalprof heeft al eens eerder geschreven over
Rood van Marco Borsato, of
Stil in mij van Van dik hout, en ook andere columnisten hebben rare dingen opgemerkt in andere songs.
Deze observatie betreft het lied
Het is een nacht van Guus Meeuwis, waarin de passage voorkomt:
Op de vloer ligt een lege fles wijn. Hè? Op de vloer ligt een wát?