maandag 6 januari 2014
Zo willen we het doen laten voorkomen
dinsdag 31 december 2013
Detaalprof is geen taalprof
Een taalprof onder elke andere naam ruikt natuurlijk net zo lekker, maar niet iedereen die zich de naam 'taalprof' aanmeet is daarmee meteen okselfris. Het bedrijf detaalprof is op geen enkele manier gerelateerd aan dit weblog of in het algemeen degene die zich in de afgelopen jaren publiekelijk onder die naam gemanifesteerd heeft. En ik vrees dat de ideeën van het bedrijf ook niet overeenkomen met wat hier steeds wordt verkondigd.
zaterdag 7 december 2013
Renkema zelf werpt nog geen nieuw licht op koningsliedzin
Aangezien de taalprof niet bij de afscheidsrede aanwezig kon zijn, was het wachten op die publicatie. Die is er nu, althans de videopublicatie met de integrale weergave van het college. En? Wat zegt Renkema over de koningsliedzin?
Als je verwachtingen te hoog gespannen zijn, valt het altijd tegen. Renkema bespreekt de bewuste zin in een minicollege samen met het onderwerp hun hebben, zo te zien (maar dat wordt niet helemaal duidelijk) als een voorbeeld van stigmergie: dat gemeenschappen de neiging hebben om buiten de geplaveide paden te treden en eigen weggetjes te maken (die ook wel olifantspaadjes worden genoemd, maar dat zegt hij er niet bij). Meer specifiek geeft Renkema van de constructie uit de koningsliedzin een aantal voorbeelden uit de afgelopen eeuwen, zonder in te gaan op hoe die constructie precies in elkaar zit.
Renkema zegt dus geen woord over 'bijzinnen' of 'omhoog halen' in zijn afscheidscollege. Zijn voorbeelden zijn allemaal voorbeelden van extractie uit een lijdendvoorwerpszin, maar niet alleen van het onderwerp (ook van voorwerpen).
Misschien dat de journaliste citeerde uit een papieren publicatie, dat zou nog kunnen. Van afscheidsredes verschijnt vaak later een wat uitgebreidere versie, waarin de auteur wat zaken verder uitdiept. Er is dus nog hoop. Maar vooralsnog werpt Renkema in zijn afscheidscollege geen nieuw licht op de koningsliedzin.
maandag 2 december 2013
Werpt Renkema zelf nieuw licht op koningslied?
Afgezien van de suggestie dat er onbegrijpelijke wartaal uit een publicatie van Renkema is overgeschreven (wat ik zeker ga controleren als ik de kans krijg), proef ik in de reactie van de journaliste iets geïrriteerds. Iets van 'de boodschapper heeft het zeker weer gedaan.' Alsof het alleen maar de bedoeling van de taalprof zou zijn om journalisten te bashen.
Ik snap heel goed dat journalisten vaak het mikpunt zijn van onredelijke kritiek. Het minste foutje wordt ze onmiddellijk aangewreven, en ze worden geïdentificeerd met elke mening van elke geïnterviewde. Je hebt een mooi interview gemaakt, er staat een spelfoutje in, en de krant krijgt tientallen brieven over het spelfoutje en geeneen over de inhoud. Maar in dit geval lijkt me er iets anders aan de hand.
Als Renkema heeft geschreven of gezegd dat die je wist een bijzin is in de dag die je wist dat zou komen (wat we dus nog moeten vaststellen), en dat die bijzin 'omhoog gehaald is,' dan lijkt me dat voor een leek (en zelfs voor een taalkundige) totaal onbegrijpelijk. Hoezo een bijzin? Wat is dat voor een bijzin? En wat is 'omhoog gehaald'? Ja sorry hoor, dan kun je als journalist wel zeggen: 'Ik heb het alleen maar overgeschreven, don't kill the messenger,' maar dan heb je volgens mij een te arm beeld van de journalist als dictafoon.
Naar mijn idee heeft de journalist de taak om de lezer te ondersteunen in de duiding van het nieuws. Als het alleen maar gaat om weer te geven wat er gebeurd is, zet er dan een camera op en schaf de kranten af. Natuurlijk kan het voorkomen dat een wetenschapper iets zegt dat moeilijk of abstract is, maar vraag dan om nadere uitleg zou ik zeggen.
Ik wil trouwens best toevoegen dat ik het een mooi interview vond. De reden waarom ik op die passage inga is deze: gáát het een keer over grammatica, staat er meteen iets onbegrijpelijks. Blijkbaar is het de moeite niet waard om dat te begrijpen.
zondag 1 december 2013
Interviewer Jan Renkema werpt nieuw licht op koningslied
En nu is daar ineens een redacteur van de NRC, die in een interview met Renkema (zaterdag 30 november) het volgende noteert: Het is, zal Jan Renkema bij zijn afscheid betogen, een constructie die we ook honderden jaren geleden al in onze taal zagen: 'Judas mijn apostel, die ik bekende te wesen', 'De dag die ik wist dat zou komen'. "Dat je zo'n bijzin 'die ik wist' omhoog kunt halen direct na 'de dag'. Dat hebben niet veel talen. Heel intrigerend, en waarom doet iemand dat?"
Dat is interessant. Die visie kenden we nog niet. In De dag die je wist dat zou komen is die je wist een bijzin die "omhoog gehaald" is. Van waaruit, zou je dan denken? De dag dat die je wist zou komen, de dag dat zou die je wist komen of de dag dat zou komen die je wist?
woensdag 20 november 2013
Ontleden voor ongeïnteresseerden
Dat kan nou ook weer niet de bedoeling zijn. Daarom, voor de mensen die dreigen ongeïnteresseerd te raken in de ontleding: een kleine update.
donderdag 7 november 2013
Vergeef de taalprof voor wat hij schrijft
vrijdag 11 oktober 2013
Het kan niet elke zin grammaticaal feest zijn
Je kunt het niet iedereen naar de zin maken, dus in feite heb je geen goede keuze. Het heeft geen zin om een van de mogelijkheden als 'fout' te 'verbeteren,' want alle verbeteringen zijn ook 'fout.' Vermijden is de enige oplossing.
Ik schreef dit stukje omdat ik op hetzelfde moment een onduidelijke discussie op twitter had over een geval waar ik ook zo'n gevoel bij had. Het ging over de zin Als het getal van onderwerp en persoonsvorm niet hetzelfde zijn, heet dat incongruentie, die in een schoolmethode stond. Iemand had opgemerkt dat dit zelf een incongruente zin was, want het getal is een enkelvoudig onderwerp en zijn is een meervoudige persoonsvorm. Vervolgens had de uitgever het verbeterd naar Als het getal van onderwerp en persoonsvorm niet hetzelfde is, heet dat incongruentie. Maar is dat wel beter?donderdag 10 oktober 2013
Fout hersteld
Iemand schrijft de volgende zin: 'Jij of ik hebben gelijk.' Onmiddellijk springen er een paar twitteraars bovenop die opmerken: dat is fout! De nevenschikking 'jij of ik' kan geen meervoud zijn, want dat is ook niet zo in 'Jan of Piet hebben gelijk.' Dat moet enkelvoud zijn. Schrijf liever 'Jij of ik heb gelijk.'
De schrijver verbetert de fout en schrijft 'Jij of ik heb gelijk.' Ja maar, merkt een ander op, het is niet 'Jij heb,' het moet zijn 'jij hebt,' net als in 'Jij hebt gelijk of ik.' De schrijver probeert zich nog te verdedigen door te zeggen: ik dacht aan 'Ik heb gelijk of jij,' maar deze tegenwerping wordt meteen weggehoond. Het is immers 'jij of ik,' niet 'ik of jij.'
Voor de tweede keer herstelt de schrijver de fout. Nu staat er 'Jij of ik hebt gelijk.' Hohoho, roept nu een derde taalcriticus, 'jij of ik,' dat betekent eigenlijk 'een van ons beiden.' Het moet dus zijn 'Jij of ik heeft gelijk,' net als in 'Een van ons beiden heeft gelijk, jij of ik.' De nevenschikking 'jij of ik' is dus een derde persoon.
Zuchtend vervangt de schrijver voor de derde keer de zin, en maakt ervan 'Jij of ik heeft gelijk.' Neeneenee, klinkt het meteen uit de social media, de persoon van deze nevenschikking is onduidelijk, kijk maar in de Algemene Nederlandse Spraakkunst. De enige manier om dit probleem te vermijden is door het meervoud te gebruiken, want in het meervoud is er geen verschil tussen eerste, tweede en derde persoon. Het kan dus alleen maar zijn 'Jij of ik hebben gelijk.'
Wie heeft er nu gelijk?
donderdag 3 oktober 2013
De Taalprof wil altijd wel iets uitleggen
Op 27 september kreeg de Taalprof de volgende vraag op zijn blog: Hoe ontleed je deze zin in samengestelde zinnen: ''Je bent veel slimmer dan je denkt als je denkt dan als je niet denkt.''? Dat ruikt naar een huiswerkvraag, dus de Taalprof gaf niet meteen een rechtstreeks antwoord, vanuit de gedachte: van oplossingen leer je niks, van nadenken over problemen wel.
Uiteindelijk werd de aandrang om toch aan het uitleggen te slaan de Taalprof te veel, en gaf hij een schetsmatige analyse als antwoord. Meteen daarop kwam dezelfde vraag nog eens, zo te zien van een andere vragensteller, die meteen terechtgewezen werd door een derde (?) anonieme reageerder die opmerkte "slimpie antwoord staat hierboven."
Dat moeten scholieren zijn, dacht de Taalprof, dus hij vroeg: Is dit een opdracht voor school of zo? Je bent al de tweede die hiernaar vraagt. Straks zit ik hier jullie huiswerk te maken en dan leren jullie niks. En daarop kwam van twee reageerders het antwoord: de leraar wilde deze zin niet uitleggen. ik ben er wel benieuwd naar.
Die eerste zin moet je nog eens lezen: de leraar wilde deze zin niet uitleggen. Samen met de tweede zin is dit de tragiek van het onderwijs.