zaterdag 26 januari 2013

Verwarring rond voorzetseluitdrukkingen

Deze week ontstond er enige ophef naar aanleiding van een artikel in het satirische webmagazine De Speld, waarin werd bericht dat de Vereniging ten behoeve van voorzetseluitdrukkingen voortaan geen tweets meer zou publiceren vanwege het beperkte aantal karakters, waarbinnen het onmogelijk zou zijn om de voorzetseluitdrukking goed tot zijn recht te laten komen.

De voorzitter van de vereniging, jonkheer Van Aever tot Ghordt, is furieus: "Het kan wel zijn dat het allemaal satire is, maar hier wordt gewoon een stukje cultuurgoed belachelijk gemaakt, om nog maar te zwijgen van onze vereniging, die bestaat uit hardwerkende leden waarvan er sommigen de watersnoodramp van '53 nog van horen zeggen hebben meegemaakt, dus we hebben het hier wel over mensen die onze taal mee hebben opgebouwd!"

De voorzitter maakt zich vooral boos over de manier waarop de activiteiten van de vereniging worden weergegeven: "Natuurlijk is het niet onze bedoeling om zo veel mogelijk voorzetseluitdrukkingen in één zin te gebruiken. Net als elke andere Nederlander trekken wij graag op zijn tijd een lekker vet en ongezond voorzetsel als van, door of voor uit de muur. Echter, u moet wel beseffen dat hierdoor een ongenuanceerd taalgebruik ontstaat, dat in gematigde hoeveelheden weinig kwaad kan, maar dat op den duur toch leidt tot ernstige vernauwingen van de communicatiekanalen." Hoe zit dat? "Wel, de voorzetseluitdrukking is in staat om veel preciezer te formuleren. Neem een uitdrukking als in de eerste zin van uw artikel. Daar staat: ophef naar aanleiding van een artikel. U had ook kunnen schrijven ophef over een artikel. Maar dan had u een heleboel in het midden gelaten. Dan had u alleen de focus van de ophef benoemd, dat waar de ophef over gaat. Met de voorzetseluitdrukking naar aanleiding van benoemt u heel precies het artikel als de aanleiding. Niet de oorzaak (dan had u kunnen schrijven als gevolg van), niet een ophef aangezwengeld door de schrijvers van het artikel zelf (dan had het moeten zijn in aansluiting op), maar een ophef die het artikel als aanleiding had, en die de inhoud van het artikel overstijgt, die dus breder uitwaaiert dan het artikel zelf. Ziet u wel? Dat kunt u wel allemaal onuitgesproken laten met het ongenuanceerde en primitieve over, maar dan doe je de taal tekort."

In de afgelopen eeuw blijkt de voorzetseluitdrukking met name in de taaladviesliteratuur behoorlijk onder druk te hebben gestaan. Jonkheer Van Aever tot Ghordt vat de ontwikkelingen kernachtig samen: "In de taaladviesliteratuur moet het altijd maar kort, kort, kort. Zo had ik in de vorige zin van de taaladviseurs met één keer kort kunnen volstaan. U zult het toch met me eens zijn dat er dan een hoop zeggingskracht verloren gaat." Maar is een efficiënte, compacte boodschap niet vaak gewoon helderder? "Neeneenee! Denkt u toch eens na! De taal is in de loop der eeuwen ontwikkeld als een communicatiemiddel om elkaar zo precies mogelijk op de hoogte te brengen van elkaars kennis en gevoelens. Het is toch domweg onlogisch om daar van alles in weg te laten om het duidelijker te maken? Dan kun je op den duur beter helemaal niets meer zeggen, lekker duidelijk is dat. En efficiënt natuurlijk."

Is het ook niet een gevolg van de opkomst van de sociale media, sms en twitter, die een beknopte communicatie noodzakelijk maken? Hebben die jongens van De Speld daar niet gewoon een punt? "Ik kan het niet hard maken, maar ik denk dat het gewoon andersom is. Gaat u maar na: die taaladviesoekazes van bondig formuleren ontstonden al in de jaren twintig, dertig van de vorige eeuw. Toen had je nog helemaal geen sociale media. Ja, telegrams, maar die kunnen het taalgebruik niet op grote schaal beïnvloed hebben. Nee, die kortheidsmanie is in het hart van de taaladvieswereld ontstaan. Ik vermoed dat de beperkingen in de sociale media daar eerder het gevolg van zijn. Technisch is er geen enkele reden, in elk geval geen enkele reden meer, om de communicatie te beperken tot 160 tekens. Die grens wordt kunstmatig in stand gehouden door de lobby van de taaladviseurs. Die weiden maar al te graag uit over het heilzame van die beperking, en de creativiteit die daar dan weer het gevolg van is. Maar het is natuurlijk allemaal ploeteren in de armoede."

Zelfs uit linguïstische hoek blijkt er weinig steun voor de voorzetseluitdrukking. "Taalkundigen merken op dat woordgroepen als met betrekking tot en bij monde van eigenlijk helemaal geen woordgroepen zijn. Daar kun je geen argumenten voor bedenken. Laat staan dat je ze als woorden zou kunnen begrijpen. Daarmee zaag je wel de poten onder de voorzetseluitdrukking vandaan. Als we het al niet van de taalkundigen moeten hebben, wie staat ons dan nog bij?"

O ja, één ding wil de voorzitter nog kwijt over het artikel in De Speld: "Als je dan satire bedrijft, moet je het wel goed doen. Zo staat er dat onze vereniging reageert uit hoofde van haar woordvoerder. De schrijvers zullen hier wel het idee hebben gehad dat die reactie uit zijn hoofd kwam, maar de goede voorzetseluitdrukking is hier bij monde van. Met uit hoofde van zeg je dat de vereniging namens haar woordvoerder reageert."


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen