zaterdag 9 februari 2013

Je gaat het pas zien als je het doorhebt

Terwijl de taalkundigen van Nederland zich verliezen in het traditionele bacchanaal aan het einde van het Taalgala, buigt de taalprof zich op zijn schemerachtige zolderkamertje maar weer eens over een taalvraag. De vraag plopte op 6 februari al op als een #dtv op Twitter, maar de discussie liep een tijdje door. De oorspronkelijke vraag kwam van @iAnk, en luidde: "De actieve vorm van horen is luisteren. Is zien de actieve vorm van kijken, of is kijken de actieve vorm van zien?"
Hoewel de meeste mensen kijken als actiever beschouwden dan zien (met een interessante centrale rol voor een decolleté) was er ook twijfel. @Onzetaal probeerde het pleit te beslechten door te stellen dat kijken en luisteren "intenser, bewuster" waren, maar dat vergrootte de onzekerheid. Want je kunt best ergens naar kijken zonder het te zien (werd er beweerd), en je kunt ook naar iets luisteren zonder het te horen.
Wat is hier nu weer aan de hand?
Volgens mij spelen hier twee eigenschappen door elkaar: de oorspronkelijke vraag over het actief zijn van de werkwoorden moet inderdaad opgelost worden door op te merken dat zien en horen iets is wat je overkomt, terwijl kijken en luisteren meer iets is wat je (inderdaad bewust) doet. Eigenlijk is dit niet zozeer een verschil in activiteit, maar een verschil in intentionaliteit: als je kijkt of luistert, voer je een intentionele handeling uit, die je jezelf kunt voornemen en waarover je zelf beslist. Daarentegen zijn zien en horen juist niet-intentioneel: daarmee spreek je in elk geval niet uit dat het je bedoeling was om iets te zien of te horen.
Je kunt het verschil in intentionaliteit illustreren door te proberen bepalingen toe te voegen die juist bij intentionele werkwoorden horen (expres, ingespannen). Die passen alleen bij kijken en luisteren. Bepalingen die passen bij niet-intentionele werkwoorden (ineens, tot mijn stomme verbazing) kunnen weer beter bij zien en horen.
Maar waarin zit hem dan de verwarring? Ik denk dat die voortkomt uit een verschil in teliciteit: bij zien en horen is het zeker dat de waarneming ook binnenkomt, terwijl je dat bij kijken en luisteren nog maar moet afwachten. Je kunt het vergelijken met het verschil tussen meebrengen en meenemen. In het eerste geval wordt het eindpunt bereikt (telisch), en in het tweede geval niet noodzakelijk (niet-telisch).
Bij telische werkwoorden is het onmogelijk om toe te voegen dat het mislukt. Je kunt niet zeggen Ik bracht koekjes mee, maar ik ben ze halverwege kwijtgeraakt, terwijl je heel goed kunt zeggen Ik nam koekjes mee, maar ik ben ze halverwege kwijtgeraakt. Zo is het ook met het verschil tussen zien en kijken. Je kunt niet zeggen Ik zag het, maar het lukte niet, maar wel Ik keek ernaar, maar het lukte niet.
Zien en horen zijn dus niet-intentioneel maar telisch, terwijl kijken en luisteren intentioneel maar niet-telisch zijn. De indruk van activiteit hangt voornamelijk samen met de intentionaliteit (dus kijken en luisteren worden als actiever ervaren), maar ook wel met teliciteit. Vandaag dat zien en horen iets actiefs lijken te hebben. Immers, de waarneming is met succes voltooid.

7 opmerkingen:

  1. Hoewel de meeste mensen kijken als actiever beschouwen als zien:
    Het moet toch zijn: actiever... 'dan' zien?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Foei, Taalprof, dingen 'verbeteren'!

    Wat mij interesseert, is de connectie met 'proeven' en 'ruiken', waarover we eerder hebben gediscussieerd (http://nederl.blogspot.nl/2012/03/dat-smaakt-naar-bijgeloof.html, http://taalprof.weblog.nl/bepaling_van_gesteldheid/de-smaak-van-lekker/, http://nederl.blogspot.nl/2012/03/waarom-proeven-fijn-is-en-ruiken-niet.html)

    Het lijkt mij dat 'ruiken' in deze zin telisch is en 'proeven' niet-telisch. Bovendien hebben we in het Nederlands geen niet-telische tegenhanger van ruiken; een soort telische-tegenhanger van proeven is 'smaken', maar dat heeft de argumentstructuur andersom (je kunt niet zeggen 'ik smaak dat' maar 'dat smaakt mij'). Het lijkt me dat sommige zaken die we vorig jaar besproken in een nieuw licht komen te staan, maar dit commentaarvak is helaas te kort om daar nader op in te gaan.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik verbeter mezelf voortdurend zonder dat dit impliceert dat ik mijn eerdere zelf veroordeel ;-)

      Je snijdt een interessant punt aan. Ik kan geloof ik 'ruiken' zowel telisch gebruiken ('ik ruik ineens brand') als niet-telisch ('De drugshond rook wel overal, maar vond geen spoor van drugs'). Misschien juist vanwege het ontbreken van een duidelijke tegenhanger. Daarnaast kun je ook die telische werkwoorden natuurlijk in een niet-telische structuur plaatsen door ze te voorzien van het werkwoord 'proberen-te.' Dan krijg je in elk geval een semantiek die het mogelijk maakt dat het halverwege de poging mislukt.

      Overigens moet ik eerlijk bekennen dat ik een beetje onzeker ben over mijn gebruik van het begrip 'telisch' in dit verband. Ik heb het idee dat ik hiermee het hele semantische betekenisveld rond 'eindpunt' en 'resultaat' een beetje op een hoop gooi. Maar los daarvan, 'smaken' lijkt me inderdaad iets telisch te hebben.

      Inderdaad te complex om hier nu even per commentaarvak af te handelen!

      Verwijderen
  3. Hebben wij nooit een intentionele telische variant van kijken/zien nodig?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Nou ja, alles wat we nodig hebben kunnen we uitdrukken. De vraag zou moeten zijn of we er per se één woord voor willen hebben.

      Verwijderen
  4. Zouden "bekijken" en "beluisteren" intentioneel en telisch zijn? En "toehoorder zijn" niet-intentioneel en niet-telisch?

    ?? Hij bekeek de vaas, maar zag hem niet.
    OK Hij bekeek de vaas ingespannen.
    ?? Hij beluisterde de cd, maar hoorde niets.
    OK Hij beluisterde cd ingespannen.

    OK Hij was wel toehoorder bij de show, maar hoorde niets.
    * Ingespannen was hij toehoorder.

    BeantwoordenVerwijderen