vrijdag 26 oktober 2012

Te leuk om te laten liggen



Vandaag zag de taalprof op Facebook (ja daar zit hij ook al) een advertentie van de firma Samsung, waarin een robotstofzuiger werd aangeprezen. De tekst eindigde met de -ongetwijfeld ironisch bedoelde- zin Of vind je stofzuigen veel te leuk om zelf te doen? En toen moest de taalprof ineens heel erg hoesten.

De bedoeling van het zinnetje is duidelijk: stofzuigen vind je eigenlijk niet zo leuk dat je het zelf wilt doen. Maar staat dat er wel? Immers, de zin had ook kunnen luiden Of vind je stofzuigen veel te leuk om het aan een robot over te laten? Dan was de bedoeling hetzelfde geweest, maar zelf doen en aan een robot overlaten is precies elkaars tegengestelde. Hoe kan dat?


Als je je eenmaal over de gedachte heen gezet hebt dat het zinnetje eigenlijk fout is, wordt het niet zo moeilijk meer: er is sprake van een dubbelzinnigheid in de structuur van de zin. Zo'n beknopte bijzin kun je namelijk laten aansluiten op het bijvoeglijk naamwoord (leuk om zelf te doen), óf op de graadbepaling (te zeer om aan een ander over te laten). Daar hebben we zelfs in de eredivisie van het ontleden een term voor: in het tweede geval hebben we te maken met een bijwoordelijke bijzin van graadaanduidend gevolg. Zo'n bijzin van graadaanduidend gevolg sluit aan op een bepaalde graad, en schetst een gevolg daarvan. Je vindt stofzuigen leuk, en wel zo erg dat je het niet aan een ander wilt overlaten. Veel bijzinnen van graadaanduidend gevolg sluiten aan op het woordje zo: dan noemt de bijzin een direct gevolg van de graad: zo leuk dat je het zelf wilt doen. In deze constructie heb je een beknopte bijzin die aansluit op te, en dat maakt een complexere betekenis: nu gaat de bijzin over een ongewenst gevolg: te leuk om aan een robot over te laten betekent dat je als gevolg van een te hoge graad van leuk-vinden het liever niet aan een robot overlaat.

De andere lezing, dus niet die van graadaanduidend gevolg, is eenvoudiger: die zegt dat je stofzuigen leuk om zelf te doen vindt, en dat dan in te erge mate. Dan creëer je een soort betekeniseenheid van leuk om zelf te doen, die je zelfs in één woord zou kunnen uitdrukken, ik zeg maar wat, verleidelijk, en dat woord gradueer je met te: je vindt stofzuigen te verleidelijk. Dat interpreteer je dan in de context van de belangenafweging van het al dan niet kopen van een robotstofzuiger, en je zegt: nee toch maar niet, want ik vind het te verleidelijk, ik doe het te graag zelf.

Het is duidelijk dat die laatste lezing in de advertentie bedoeld is. Dat is namelijk zo absurd, dat je liever zelf stofzuigt dan dat je dat door een robot laat doen, dat het ironisch effect gemakkelijk bereikt wordt. Nee natuurlijk: iedereen koopt liever een robotstofzuiger. Maar waarom stond de taalprof dan op het verkeerde been?

De taalprof interpreteerde de zin aanvankelijk als een bijzin van graadaanduidend gevolg. Dan zou er de suggestie staan dat je stofzuigen zo leuk vindt dat je het ongewenst vindt om het zelf te doen. Dat is een tegenstrijdigheid. En die is niet te plaatsen in de context, zelfs niet in een ironische betekenis. Dat kan gewoon niet, dat je stofzuigen leuk vindt en tegelijkertijd toch maar liever niet zelf doet.

Maar als dat zo absurd is, waarom drong die betekenis zich dan aan de taalprof op? Ik denk dat daar twee oorzaken voor zijn. Ten eerste het woordje zelf. Dat staat meestal in die bijzinnen van graadaanduidend gevolg: te ... om zelf te doen, dat is bijna altijd graadaanduidend gevolg. Zelf doen kost moeite, en dat sluit aan bij die overmaat van te. Ten tweede moet je bij de andere interpretatie meer erbij bedenken. Als je zegt Of vind je stofzuigen te verleidelijk? dan hoort daar eigenlijk nog iets bij: te verleidelijk voor wat? Die extra betekenis moet je dan afleiden uit de context. Met andere woorden, het woordje te roept ook dat graadaanduidende gevolg op, dat in dat geval niet uitgedrukt wordt.

Eigenlijk weer een voorbeeld van geslaagde reclametaal: behalve dat het product wordt aangeprezen, creëert de tekst ook een soort grammaticale frictie, doordat er twee lezingen met elkaar in je hoofd strijden. Dat prikkelt je om net even iets langer bij zo'n tekst te blijven hangen. En elke milliseconde is winst.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen