zondag 7 november 2010

Alles over de beknopte bijzin



De beknopte bijzin is een van de lastigste onderdelen in de redekundige zinsontleding. Vaak zit hij verstrengeld in een andere zin, zonder duidelijke begin- en eindpunten. Voor het ontrafelen van de beknopte bijzin uit de andere zin bestaan geen simpele trucjes. Ja, nadenken. Maar dat is zo'n goedkoop trucje.

Wat is eigenlijk een beknopte bijzin? Waarin onderscheidt hij zich van andere zinnen? Wat is de reden om hem apart te benoemen? Dat zijn de centrale vragen om de beknopte bijzin goed te begrijpen. Dat is nog geen garantie om hem altijd te kunnen spotten, of met zekerheid te benoemen, maar het is een goede basis.



Een beknopte bijzin is een bijzin. Dat klinkt misschien logisch, maar het is wel goed om daar vooraf nog even de nadruk op te leggen. Want een bijzin, dat is een zinsdeel in een grotere zin. Een zinsdeel, dat zelf een gezegde met een bijbehorende ontleding bevat. Zo'n zinsdeel in een grotere zin, dat kan het onderwerp zijn ([Dat je veel fruit eet] is gezond), een voorwerp (Ik denk [dat ik ga verhuizen]), maar ook een bijvoeglijke bepaling (Die vrouw [die daar loopt], is mijn zus.) of een bijwoordelijke bepaling ([Omdat het regent] blijven we thuis). Een beknopte bijzin is wat dat betreft precies hetzelfde als een gewone bijzin.

Een gewone bijzin heeft een paar vormkenmerken waarin hij zich onderscheidt van de gewone zin: de werkwoorden, inclusief de persoonsvorm staan op een kluitje ergens achteraan (zoals dat heet: "achteraan in het middenveld"), en de bijzin begint met een voegwoord (omdat het regent), eventueel voorafgegaan of vervangen door een vraagwoord (wie (of) dat gedaan heeft) of betrekkelijk voornaamwoord (die dat gedaan heeft).

Ook in dit opzicht is de beknopte bijzin nog bijna hetzelfde. Echter, in de beknopte bijzin ontbreekt de persoonsvorm, waardoor een gezegde met te overblijft, en waardoor ook het onderwerp achterwege blijft. Waarschijnlijk is het zo dat de eis dat persoonsvorm en onderwerp congrueren (zelfde persoon en getal) tot gevolg heeft dat ze ook allebei tegelijk achterwege blijven.

Maar ook met het voegwoord is er iets aan de hand. Een beknopte bijzin heeft een hele andere set van voegwoorden. Geen dat, geen omdat, terwijl of aangezien, maar als meest voorkomende voegwoord om (om te gaan verhuizen), en minder gebruikt teneinde, vooraleer, voor, na en zonder (na verhuisd te zijn). Maar vaker nog blijft het voegwoord ook gewoon achterwege, net als persoonsvorm en onderwerp (ik denk [te gaan verhuizen]). En vraagwoorden zijn wel mogelijk (hoe te verhuizen, waarheen te verhuizen) maar betrekkelijke voornaamwoorden niet.

Bijna elk zinsdeel kan de vorm van een beknopte bijzin aannemen: een onderwerp (het is gezond [om veel fruit te eten]), een voorwerp (ik probeer [om het uit te leggen]), een bijvoeglijke bepaling (Jouw pogingen [om die prijs te winnen]) en een bijwoordelijke bepaling (Zonder die hele weg te hoeven lopen). Alleen een meewerkend voorwerp als beknopte bijzin ben ik nog nooit tegengekomen (waarschijnlijk omdat een betrekkelijk voornaamwoord onmogelijk is, want de enige bijzinnen die meewerkend voorwerp kunnen zijn, zijn de bijzinnen met ingesloten antecedent: ik geef [wie erom vraagt] een advies.

Hoewel met deze uitleg de meeste beknopte bijzinnen wel ondervangen zijn, blijven er best een aantal grensgevallen. Zo kun je je afvragen wat je moet met de bijzinnen zonder te. Neem als voorbeeld Lachen is gezond. Je zou kunnen zeggen: lachen, dat is een werkwoord, dus lachen is een beknopte bijzin. Maar je kunt ook zeggen dat het hier gaat om het zelfstandig naamwoord lachen, de nominalisatie van het werkwoord. Misschien is dat laatste wel eenvoudiger. Maar dan is de vraag, wat doe je dan met Elke dag lachen is gezond? Zelfstandig naamwoord met voorbepaling? Dat wordt al gekker. [Elke dag een uurtje vrolijk op de bank voor de televiesie zitten lachen om een leuke comedy] is gezond. Nou wordt het onderhand beter om te zeggen dat het een beknopte bijzin is.

Ook sommige voorwerpszinnen zijn problematisch. Zij probeert [om te dansen], dat is beknopte bijzin. Lijdend voorwerp bij proberen. Dat zou je ook nog wel willen volhouden bij Zij probeert te dansen, maar daar wordt het al onzekerder. Vervolgens krijg je in de voltooide tijd: Zij heeft geprobeerd te dansen of Zij heeft proberen te dansen. In het laatste geval, met vervangende infinitief, lijkt het meer een hulpwerkwoordconstructie, maar proberen is eigenlijk geen hulpwerkwoord, dus moet je ook daar nog aannemen dat het beknopte lijdendvoorwerpszin is. Soortgelijke problemen krijg je met Hij heeft mij menen te moeten beledigen, en Ik heb haar zien dansen.

Een aparte kwestie is het onderwerp van de beknopte bijzin. Dat is er niet, zoals gezegd, maar toch is het er weer wel. Er is verschil in betekenis tussen Ik vraag jou [om het gras te maaien] en Ik beloof jou [om het gras te maaien]. In het ene geval maai jij het gras, in het andere geval ben ik de maaier. Om dit verschil uit te drukken kun je aannemen dat het onderwerp van de beknopte bijzin een soort onzichtbaar voornaamwoord is. In de eerste zin verwijst dit voornaamwoord dan naar jou, in de tweede naar ik.

Maar er is nog een ander, meer technisch argument om aan te nemen dat er toch een -zij het onzichtbaar- onderwerp in de beknopte bijzin zit. Dat heeft te maken met het woord elkaar.

Het voornaamwoord elkaar verwijst altijd naar ten minste twee personen of dingen in de zin. Die twee personen of dingen zitten meestal in een meervoud (Die mensen kennen elkaar), of desnoods in een nevenschikking (Jan en Piet kennen elkaar), maar ze kunnen nooit gesplitst zijn over meer zinsdelen. Dat kan bij andere voornaamwoorden wel.

Een voorbeeld: Op weg van Jan naar Piet kwam ik ze allebei tegen. Het voornaamwoord ze heeft nu een zogeheten gesplitst antecedent. Dat kan niet bij elkaar: Op weg van Jan naar Piet kwam ik elkaar allebei tegen.

Toch heb je wel de zin Jan stelde Piet voor om elkaar elke week te mailen. Nu lijkt het alsof het antecedent van elkaar gesplitst is, want elkaar heeft betrekking op Jan én op Piet. Door nu aan te nemen dat er een onzichtbaar voornaamwoord in de beknopte bijzin staat (in de taalkunde wordt daar de afkorting PRO voor aangenomen, als afkorting voor pronomen) los je dit technische probleem op: in Jan stelde Piet voor om PRO elkaar elke week te mailen is het antecedent van PRO gesplitst, maar het antecedent van elkaar is PRO. Net zoals in Jan stelde Piet voor dat ze elkaar elke week zouden mailen.

Het onderwerp van de beknopte bijzin blijft dus wel achterwege, omdat de persoonsvorm achterwege blijft, het is wel degelijk op de een of andere manier onzichtbaar aanwezig. En de persoonsvorm? Waarom blijft die weg? Wel, het is misschien preciezer om te zeggen dat niet de persoonsvorm wegblijft, maar de persoon-, getal- en tijdskenmerken. Die worden niet toegevoegd aan een van de werkwoorden uit het gezegde. Daarom krijg je Hij denkt te winnen in plaats van Hij denkt dat hij wint.

In feite is het dus alleen de tijd die wegblijft. De beknopte bijzin is een bijzin zonder eigen tijd. De tijd van de beknopte bijzin wordt afgeleid uit die van de zin waarin hij ingebed is. En met tijd bedoel ik dus alleen tegenwoordig of verleden. Want bijvoorbeeld voltooid, dat is een tijdsaspect (net als begin of duur). Dat kan dus wel in een beknopte bijzin (Hij dacht te hebben gewonnen).


12 opmerkingen:

  1. Bedankt, Taalprof!
    Maar de beknopte bijzin is dus altijd met 'te'? Maar een tegenwoordig deelwoord was toch ook een beknopte bijzin?

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Waren het niet Van Kooten en De Bie die een constructie introduceerden als: „hij dacht te wonnen,” om zo tóch het duuraspect te kunnen uitdrukken?
    Het kan ook zijn dat ik het ergens anders vandaan heb.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. In het Fries kun je heel mooi zien wanneer de 'lachen'-zinnen wel en niet een beknopte bijzin bevatten. De nominale infinitief krijgt daar namelijk een -n.
    Het kale 'lachen' kan verbaal en nominaal zijn:
    (1) Laitsje is goed foar jin.
    (2) Laitsjen is goed foar jin.
    Maar met bepalingen is de nominale vorm opeens niet meer mogelijk:
    (3) Alle dagen laitsje is goed foar jin.
    (4)*Alle dagen laitsjen is goed foar jin.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. @Joris: Een beknopte bijzin kan ook zonder 'te' zijn, zoals in het voorbeeld van 'Elke dag een half uur zitten lachen is gezond' of 'Ik zie haar dansen.'
    De woordgroepen rond een tegenwoordig of voltooid deelwoord worden inderdaad ook wel beknopt genoemd. Hierbij speelt echter nog sterker wat ik opmerkte bij 'Lachen is gezond.' Bij 'Lachen is gezond' zou je kunnen zeggen dat 'lachen' zelfstandig naamwoord is, en bij 'in de winkel gekocht' of 'denkend aan Holland' kun je ook volhouden dat de deelwoorden bijvoeglijke naamwoorden zijn. Dat kun je zelfs langer volhouden omdat je in die deelwoordconstructies niet eens hulpwerkwoorden kunt toevoegen, zodat je je kunt afvragen of er wel echt sprake van een gezegde is. Met een voorbeeld. Bij 'Lachen is gezond' heb je 'Goed kunnen lachen is gezond' of 'Je hele leven hebben gelachen is gezond,' maar bij 'denkend aan Holland zie ik brede rivieren' heb je niet 'kunnende denken aan Holland' of 'hebbende gedacht aan Holland,' en bij 'gekocht in de winkel' heb je al helemaal niet 'kopen gekund in de winkel' of zoiets.
    Dus als je de deelwoordconstructies al beknopte bijzin zou willen noemen, dan zijn ze in elk geval minder "zinsachtig" dan de beknopte bijzinnen met infinitieven.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @Mark Bruurmijn: Ik ken het niet van Van Kooten en De Bie. Het zou best kunnen dat zij, of een andere cabaretier, zoiets ooit gedaan hebben, maar het is in elk geval nooit aangeslagen (in tegenstelling tot veel andere taalvormen die zij introduceerden).

    BeantwoordenVerwijderen
  6. @Taalprof, over de hulpwerkwoorden bij deelwoordconstructies: Ik weet niet of onze taalgevoelens (hé, wat een grappig woord) hier afwijken, maar volgens mij kun je best zeggen: 'Dat gedaan hebbende kun je verder gaan met de volgende opdracht.'

    BeantwoordenVerwijderen
  7. @Taalprof, joris: die clusters worden inderdaad beter als het hoofdwerkwoord vooraan staat, tenminste bij mij. Denk aan:
    (1) Dat gezegd hebbende verliet ze de kamer. (*Dat hebbende gezegd ...)
    (2)?Dat wordt nog een probleem voor al die 's avonds niet in slaap komen kunnende jongeren. (*kunnende komen jongeren)

    BeantwoordenVerwijderen
  8. @Joris en @Henk: Ja dat is waar. Ik denk dat die plaatsing er ook op wijst dat het eerder om een bepaling van gesteldheid gaat. Ik bedoel dit: bij 'hebben' heb je de mogelijkheid om een bepaling van gesteldheid te gebruiken. Met partikels ('ik heb het werk af'), maar ook met bijvoeglijke naamwoorden ('hij heeft de band lek') en ook met voorzetselconstructies 'jij hebt je zaakjes op orde.' Maar als dat kan, dan kun je daar ook een voltooid deelwoord voor gebruiken: 'ik heb dat gedaan.'
    Die constructie valt samen met de normale voltooide constructie, maar soms kun je het verschil zien, zoals in de vraag 'Heeft u die film ook ingekleurd?' of in een zin als 'We hebben het werk eindelijk nagekeken.'
    Een bepaling van gesteldheid staat in een bijzin altijd vóór het werkwoord. In een werkwoordelijk gezegde zou je verwachten dat het hoofdwerkwoord ook achter het hulpwerkwoord kan staan. Ik denk dus dat 'dat gezegd hebbende' een constructie met bepaling van gesteldheid is.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. Zou je op grond van de mogelijkheid van "elkaar" toch (sommige) constructies met deelwoorden beknopte bijzinnen klassificeren als beknopte bijzin? Ik denk bijvoorbeeld aan de internetzin "Held van beroep is een roman over het fenomeen familie – voor eeuwig met elkaar verbonden en voor eeuwig van elkaar gescheiden"

    BeantwoordenVerwijderen
  10. @Ton: In jouw voorbeeld zie ik niet meteen een gesplitst antecedent. Ik zou hier 'familie' als antecedent van 'elkaar' interpreteren. Jij niet?
    Hoe dan ook, het elkaar-argument gaat over het onzichtbare onderwerp. Ik kan me wel voorstellen dat je redenen hebt om een onzichtbaar onderwerp aan te nemen in andere constructies dan de beknopte bijzin (al is het vinden -of construeren- van goede voorbeelden lastig. Iets als 'Jan had ruzie met Piet vanwege al die boze brieven naar elkaar.' Ik vind hem zeer twijfelachtig, en ik vraag me af of je zoiets in het wild aantreft, maar als hij goed is zou je kunnen overwegen dat de schrijvers van de brieven als onderwerp in de woordgroep 'al die boze brieven naar elkaar' aanwezig is.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. Is de volgende zin een foutieve beknopte bijzin?
    Staande in de voortrazende en hevig wiebelende metro, werd een exemplaar van het gratis dagblad Sp!ts gelezen

    BeantwoordenVerwijderen