woensdag 17 januari 2007

Wat betekent het meewerkend voorwerp?



Kom, we weten allemaal te weinig van de grammatica, laten we eens iets leren! Het meewerkend voorwerp, wat is dat eigenlijk? Weet iemand dat? Die term komt vaak langs, bijvoorbeeld als het gaat over hen en hun, en over de reizigers worden verzocht om over te stappen, maar wat ís dat precies, een meewerkend voorwerp? Hoe bepaal je of een zinsdeel meewerkend voorwerp is?


Opzoeken maakt je niet meteen veel wijzer. Of je nu de Wikipedia raadpleegt of de Algemene Nederlandse Spraakkunst, het is allemaal of onbegrijpelijk, of het klopt niet.


Wat zeg je bijvoorbeeld hiervan?
Het meewerkend voorwerp (of: indirect object) is het zinsdeel dat de
zelfstandigheid aanduidt waarop de handeling of werking die door de
combinatie van werkwoord en lijdend voorwerp wordt uitgedrukt, gericht
is. Het meewerkend voorwerp heeft in de meeste gevallen betrekking op
personen of levende wezens en kan dikwijls als de begunstigde worden
beschouwd (taaladvies.net)
Probeer dat maar eens te begrijpen zonder universitaire opleiding. En andere formuleringen zijn vaak wel simpeler, maar niet veel helderder:
Het meewerkend voorwerp is het zinsdeel waaraan of waarvoor de handeling van de persoonsvorm betrekking heeft. (Wikipedia)
Dat is niet eens een fatsoenlijke zin, zou ik zeggen. Op een andere plaats in diezelfde Wikipedia staat weer dit:
Het meewerkend voorwerp (indirect object) is een zinsfunctie waarvoor in veel talen de datief (derde naamval ) wordt gebruikt. Het meewerkend voorwerp in een zin is gewoonlijk datgene waarop de door het werkwoord uitgevoerde handeling níet direct betrekking heeft. Het meewerkend voorwerp is meestal een persoon, maar niet altijd (Wikipedia)
Let op het voorzichtige gewoonlijk, wat de hele definitie waardeloos maakt.


De ANS dan maar, dat moet toch goed zijn zou je zeggen:
Bij bepaalde gezegdes moet of kan naast een lijdend of oorzakelijk voorwerp nog een tweede zinsdeel voorkomen, dat - heel algemeen uitgedrukt - aangeeft op wie of wat de werking zich richt: een meewerkend voorwerp of een belanghebbend voorwerp (ANS).
Nu staat er weer iets voorzichtigs (heel algemeen uitgedrukt) bij dat gekke op wie of wat de werking zich richt. Alsof de ANS zegt: ja, wij zien ook wel dat het niet klopt, maar we komen er niet echt uit hoe we dat nou precies moeten formuleren dus we zeggen maar iets heel algemeens waar we ons nooit een buil aan kunnen vallen.


Wat kunnen we hieruit concluderen? De taalprof heeft het al eens eerder beweerd: betekenis en zinsontleding, dat is geen gelukkig huwelijk. Je kúnt de zinsdelen niet benoemen op basis van hun betekenis. Al die betekenisomschrijvingen zijn armoedige pogingen om te omschrijven wat die zinsdelen meestal betekenen, met vaak onbegrijpelijk resultaat. Daar heb je dus niets aan, en al helemaal niet als je die zinsdelen moet vinden of vaststellen.


Zal ik dat nog eens ten overvloede illustreren? Neem de zin Ik geef jou een stuk taart. Daar kun je een heleboel varianten voor verzinnen, die allemaal ongeveer hetzelfde betekenen: ik schenk jou een stuk taart, ik voorzie jou van een stuk taart, ik trakteer jou op een stuk taart, ik verras jou met een stuk taart, ik presenteer jou een stuk taart, ik overhandig jou een stuk taart, en er zijn nog talloze andere mogelijkheden.


Nou wil ik best aannemen dat al die werkwoorden een "werking" uitdrukken. Ik vind het gek gezegd, maar goed: geven is een "werking". Dan zou ik toch zeggen dat jij in alle gevallen degene bent op wie deze "werking" gericht is. Of de "begunstigde", of de "belanghebbende", kortom: jij krijgt het stuk taart.


Als het meewerkend voorwerp nu een zinsdeel was dat alleen op de betekenis gebaseerd was, dan zou het woordje jou toch in al die zinnen meewerkend voorwerp moeten zijn, nietwaar? Maar nee, dat is niet zo: bij voorzien, trakteren, en verrassen is jou lijdend voorwerp. Blijkbaar kan dezelfde betekenis in verschillende zinsdelen worden uitgedrukt. Betekenis, daar heb je dus niet zoveel aan.


Hoe moet het dan wel? Hoe kun je zien dat een zinsdeel meewerkend voorwerp is? Een aantal bronnen hebben het over de datief (derde naamval). De Wikipedia was daar een voorbeeld van: "Het meewerkend voorwerp (indirect object) is een zinsfunctie waarvoor in veel talen de datief (derde naamval) wordt gebruikt". Ik vraag me af of dit klopt (hoeveel talen zijn dat dan? drieduizend? driehonderd? drie?), maar je hebt er weer niet veel aan. Je kunt in ieder geval niet zeggen dat alles wat in een andere taal derde naamval is, in het Nederlands meewerkend voorwerp is. En los daarvan: het zou natuurlijk wel heel raar zijn als je voor het ontleden van een Nederlandse zin eerst naar een andere taal moet kijken! Dus die derde naamval, ook al geen bruikbare regel.


Op verschillende plaatsen wordt een andere eigenschap van het meewerkend voorwerp genoemd:
Een meewerkend voorwerp kan met aan of voor beginnen. Als deze woorden er niet voor staan, kun je ze er voor zetten (Cambiumned).
Kijk, dat is bruikbaar. Onvolledig, maar het klopt wel. Dat is volgens mij het enige bruikbare kenmerk voor het meewerkend voorwerp: het is een voorwerp (geen bijwoordelijke bepaling) dat met én zonder voorzetsel aan, voor of bij kan voorkomen. Als een van die voorzetsels erbij staat moet je de zin zo kunnen herschikken dat je het weg kunt laten, en als het er niet bij staat moet je het toe kunnen voegen.


Dit is een absolute eigenschap. Dus niet zoals hier geformuleerd:
Je kunt meestal aan of voor voor het meewerkend voorwerp zetten. Als er al aan of voor staat, kun je dit meestal weglaten (Learnonline)
Niet meestal (dan is altijd de vraag: wanneer niet dan?), maar altijd. Er bestaan geen meewerkende voorwerpen waarbij dit niet kan.


Daarom is jou bij de werkwoorden geven, schenken, presenteren, overhandigen wél meewerkend voorwerp, en bij de andere voorbeelden niet. Daarom is jou in ik vraag jou iets te doen wel meewerkend voorwerp en in ik nodig jou uit iets te doen niet. Vrijwel dezelfde betekenis, maar andere ontleding. En daarom ook is jou in ik verzoek jou om een reactie géén meewerkend voorwerp (maar hier krijg ik vast commentaar op).


Dat voorzetsel bij, dat wordt er niet vaak bij vermeld. De meeste definities hebben het alleen over aan en voor. Het voorzetsel bij komt voornamelijk voor als het lijdend voorwerp een lichaamsdeel is: Zij maakte (bij) hem het voorhoofd nat, Hij hakte (bij) mij een hand af.


Tja, en dan bestaat er ook nog eens een voorwerp waar niemand goed raad mee weet en dat bij gebrek aan beter ook maar meewerkend voorwerp wordt genoemd. Het is het uitroepende me, in bijvoorbeeld Hij kreeg me toch een stuk taart! of Het was me toch koud! "Ethische datief" heette dat vroeger. Vandaar. Dat dit niet helemaal lekker zit, zie je aan het feit dat je nu twee meewerkende voorwerpen in één zin kunt krijgen: Hij gaf me haar toch een groot stuk taart! Misschien zou je dat woordje me helemaal niet als een voorwerp moeten benoemen, daar zou ik eigenlijk een voorstander van zijn.


Ik zal niet zeggen dat er verder alleen maar duidelijke gevallen bestaan. In sommige gevallen kun je het erover oneens zijn of je nou wel of niet een voorzetsel kunt toevoegen of weglaten. En er zullen ook wel versteende uitdrukkingen zijn die vroeger derde naamval waren en die je dus daarom meewerkend voorwerp zou willen noemen (de ANS noemt bijvoorbeeld iemand iets benijden of iemand iets gelasten). Maar daar zou je desnoods afspraken over kunnen maken. Dat zijn niet meer dan tien, weinig voorkomende gevallen. In de overgrote meerderheid van de gevallen is het weglaatbare voorzetsel een prima middel om het meewerkend voorwerp te benoemen. Bovendien is het de enige manier om een meewerkend voorwerp van een ander zinsdeel te onderscheiden.

48 opmerkingen:

  1. Beste Taalprof,
    Je weet toch dat je dringend een grammatica moet schrijven? Twee eigenlijk:
    - een populariserende versie, die ook gebruikt kan worden voor het middelbare onderwijs - daar róépen ze de laatste tijd luidkeels om;
    - een uitgebreide versie, met bijvoorbeeld gefundeerde kritiek op de formuleringen in andere grammatica's, zoals hierboven, voor taalkundigen en geïnteresseerde leken.
    Echt wel doen, hoor.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ja, ik ben voor!
    Misschien een geschikte poll voor op je site: moet de taalprof een grammatica schrijven?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. @Scrubs en Suzan: dank voor het blinde en hartverwarmende vertrouwen! Ja, daar zou ik toch echt even voor moeten gaan zitten, denk ik zo. Maar even serieus, ik weet niet wie hierom roepen, en vooral niet wat die roepers dan precies zouden willen. De mensen die het in het onderwijs voor het zeggen hebben, behoren die tot de roepers? Ik hoor anders dat die juist minder aandacht voor de grammatica bepleiten, of andere aandacht, of meer algemene taalbeschouwing. Er worden veel dingen geroepen. Het is vrees ik niet eens zo eenvoudig als een goede en begrijpelijke grammatica schrijven.
    Maar houd moed! Ik ben wel van plan om voor alle zinsdelen en woordsoorten een principieel stukje te schrijven. Zul je zien dat ik straks ineens een complete grammatica heb (maar dat is dan natuurlijk nog geen methode).

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Die truuk van die voorzetsels (aan/voor) is redelijk betrouwbaar. Ik ben een voorstander van een soort bewustwording van het zinsdeel. Zo wordt het meewerkend voorwerp gebruikt als 'andere kant' van een soort communicatie. De 'ontvanger'.
    Ik vind het jammer dat zoveel organisaties/personen het blijkbaar een sport vinden om een uitleg zo onaantrekkelijk mogelijk te maken.
    Taalprof is absoluut een uitzondering. Mooie post!

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @Manus: dank voor deze adhesiebetuiging! Ja, ik zou het graag nog eenvoudlger zeggen. Het liefst zou ik zeggen: het lijdend voorwerp is een voorwerp zonder voorzetsel, het voorzetselvoorwerp is altijd met voorzetsel, en een meewerkend voorwerp is iets daartussenin. Maar dat doe ik nog wel eens.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Hoe zit het dan met een zin als
    'Ik zei hem dat het 8 uur was'?
    Hierin kun je 'hem' wel vervangen door 'tegen hem', maar vervangen door 'aan hem' levert een kromme zin op (en met 'voor hem' of 'bij hem' verandert de betekenis). Is 'hem' geen meewerkend voorwerp, of hoort 'tegen' ook bij het rijtje voorzetsels?

    BeantwoordenVerwijderen
  7. @Rene: De standaardopvatting is dat in 'ik zei hem...' het voorzetsel 'aan' is weggelaten. Maar ik ben het met je eens dat dat hier ouderwets en belegen klinkt (al komt het nog redelijk vaak voor als je het googlet). Ik denk dat het inderdaad een goed idee is om 'tegen' toe te voegen aan het rijtje, als de "moderne" variant van 'aan' in dit soort zinnen. Maar let wel: het gaat dan wel om het weglaatbare 'tegen'! Want bijvoorbeeld in 'ik verzette mij tegen hem' is 'tegen hem' voorzetselvoorwerp. En ook in 'ik riep tegen hem dat het 8 uur was' kun je 'tegen' niet weglaten, zodat je daar 'tegen hem' als een bijwoordelijke bepaling zou moeten zien.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. @taalprof: ik zie het verschil niet tussen "ik zei hem" en "ik riep hem". Het laatste voorbeeld 'klinkt' ook gewoon grammaticaal, hoor.
    Dus ook daar zou ik het een meewerkend voorwerp noemen.

    BeantwoordenVerwijderen
  9. @Peter Vosmeer: in 'ik riep hem' is 'hem' zeker lijdend voorwerp. Je kunt het ook in de lijdende vorm zetten: 'hij werd door mij geroepen'.
    Het gaat om de gevallen 'ik zei iets tegen hem' en 'ik riep iets tegen hem'. Dat lijkt hetzelfde, maar het is anders. Je kunt namelijk wel krijgen 'ik zei hem iets' maar niet 'ik riep hem iets'. Dus bij 'zeggen' heb je wel een argument om 'tegen hem' meewerkend voorwerp te noemen, en bij 'roepen' niet.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Volgens mij maakt mevrouw F. Smit nog onderscheid tussen een bezittend voorwerp, een ondervindend voorwerp en een belanghebbend voorwerp.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. @Lizz: inderdaad. De ANS onderscheidt binnen de ontleding "indirect object" ook al "meewerkend voorwerp" (met 'aan'), en "belanghebbend voorwerp" (met 'voor'). In de Grammatica van Van den Toorn die ik heb maakt hij hetzelfde onderscheid.
    Ik zou eenvoudigheidshalve zeggen: de overeenkomst tussen deze gevallen is het weglaatbare voorzetsel. Daardoor is het meewerkend voorwerp (of het indirect object) iets tussen lijdend voorwerp en voorzetselvoorwerp in. De verschillen zitten in de keuze van dat voorzetsel, of in (niet altijd even duidelijke) betekenisverschillen.
    Wat mevrouw Balk-Smit Duyzentkunst in haar grammatica doet, heb ik hier niet bij de hand. Klooster (Grammatica van het Nederlands) onderscheidt meewerkend en belanghebbend voorwerp, "possessieve datief" en "ethische datief", waarbij hij het ondervindend voorwerp "verwant aan de ethische datief" noemt. Dat is denk ik het meest verfijnde onderscheid dat je nog kunt maken. Maar zelfs Klooster heeft dan nog een restcategorie nodig van "bijzondere gevallen".
    Samenvattend: de overeenkomst tussen al die "indirecte objecten" lijkt me beter gefundeerd dan de verschillen.

    BeantwoordenVerwijderen
  12. Beste taalprof,
    Wat doet u met objecten bij werkwoorden die slechts bij uitzondering een geef-actie uitdrukken en niet kunnen worden voorafgegaan door een voorzetsel? Ik denk aan objecten als 'de hond' in onderstaanden zinnetjes:
    (1) Zij drukte de hond een kus op zijn snuit.
    (2) Zij sloeg de hond een bal in zijn snuit.
    (3) Zij spuwde de hond een pitje toe.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. @Henk: ik zou de eerste twee gevallen analyseren als het weggelaten voorzetsel 'bij': 'zij drukte (bij) de hond een kus op de (of: zijn) snuit'.
    Geval 3 is wat lastiger. Ik denk dat hier van oudsher het voorzetsel 'aan' bij wordt gedacht, maar ik zou het onmiddellijk met je eens zijn als je zegt dat dat ouderwets klinkt.
    Maar hier merk ik wel op dat je 'iemand iets toespuwen' ook anders zou kunnen analyseren. Je zou kunnen zeggen dat 'iemand' hier lijdend voorwerp is, en 'iets' oorzakelijk voorwerp. De gedachte daarachter zou zijn dat de constructie zich heeft ontwikkeld in de richting van 'iemand bespuwen met iets'. In die constructie is 'iemand' lijdend voorwerp en 'met iets' bijwoordelijke bepaling. De constructie 'iemand iets toespuwen' is nog niet hetzelfde, maar lijkt daar al veel op. In het dictee van 2005 gaf een soortgelijke constructie aanleiding tot verwarring. Daar ging het om 'iemand iets toesnauwen' ('jij wordt toegesnauwd', 'jou wordt iets toegesnauwd').
    Kijk, interessante constructie! Maar let op: de benoeming is eenvoudig. Als je vindt dat 'de hond' ook met voorzetsel kan heb je een argument om het meewerkend voorwerp te noemen, anders heb je geen argument. Dat hoeft ook niet rampzalig te zijn. Als de taal onduidelijk is, zegt dat niets over de helderheid van de ontleding.

    BeantwoordenVerwijderen
  14. Zomaar een spontaan alternatief, zonder in de literatuur te kijken. Is het niet het interessantst om de term 'meewerkend voorwerp' te reserveren voor die zinsdelen die geen lijdend voorwerp kunnen zijn (omdat een ander zinsdeel die rol al speelt) en niet worden voorafgegaan door een voorzetsel (of iets anders dat ze casus verleent)? In die definitie is het mw.vw. alles wat zijn casus van het predikaat krijgt. Bij uitbreiding zouden misschien niet-weglaatbare zinsdelen met 'aan' of 'voor' (Jan schonk (aan) Marie een boek) ook onder die noemer kunnen vallen, maar ik kan me goed voorstellen dat we met twee verschillende categorieën te maken hebben.

    BeantwoordenVerwijderen
  15. @Henk: het gaat volgens mij niet zozeer om casus (naamval), maar thema (de rol die het zinsdeel speelt). Zie ook deze log:
    http://taalprof.web-log.nl/taalprof/2007/01/meer_over_het_m.html
    Het voorzetsel is er inderdaad voor de naamval, dat ben ik met je eens. Maar bij de voorwerpen is het werkwoord er voor de betekenis.
    Wat weglaatbaarheid ermee te maken heeft, zie ik niet. Lijdende voorwerpen en voorzetselvoorwerpen zijn ook vaak genoeg weglaatbaar. Dat maakt geen enkel verschil.

    BeantwoordenVerwijderen
  16. En hoe zit dat dan als je iets krijgt van iemand?
    Ik geef oma een boek, dan is hem het meewerkend voorwerp (ik kan het boek niet geven, als oma niet meewerkt)
    Ik krijg een boek van oma, is van oma dan een bijwoordelijke bepaling? Of is het hier ook een meewerkend vw?
    En, is het niet: de reizigers wordt verzocht?

    BeantwoordenVerwijderen
  17. @Clau: de ANS noemt 'van oma' in de zin 'ik krijg een boek van oma' een voorzetselvoorwerp. Ik zou er persoonlijk toe neigen 'van oma' te beschouwen als een bijwoordelijke bepaling, namelijk de bijwoordelijke bepaling die een richting ("vanwaar") aangeeft.
    Uiteraard moet het bijwoordelijke bepaling zijn in de zin 'ik krijg de zenuwen van oma', want dan is oma de oorzaak.
    Volgens mij is het niet 'de reizigers wordt verzocht'. Ik zie geen enkele reden om 'de reizigers' meewerkend voorwerp te noemen in 'wij verzoeken de reizigers om over te stappen'.
    Zie: http://taalprof.web-log.nl/taalprof/2006/02/vragen_3.html#comment-16804494

    BeantwoordenVerwijderen
  18. Voorzetselvoorwerp lijkt me ook niet logisch. Krijgen van is toch niet persé een vaste combinatie? Een bijwoordelijke bepaling lijkt me ook logisch, je kunt namelijk ook de vraag stellen: hoe, of via wie krijg ik het boek.
    Die artikelen ga ik even rustig doorlezen...

    BeantwoordenVerwijderen
  19. @Clau: ik denk dat de ANS redeneert dat de functie van het zinsdeel 'van oma' eerder bepaald wordt door het werkwoord 'krijgen' dan door het voorzetsel 'van'. Daar is wel iets voor te zeggen. Aan de andere kant kun je bij voorzetselvoorwerpen vaak een bijzinsconstructie maken: 'ik ging ervan uit dat het zou gaan regenen'. Dat kan hier weer niet.

    BeantwoordenVerwijderen
  20. Oh, ik zou die zin ontleden als:
    een boek van oma = lv
    van oma = een bijvoeglijke bepaling bij 'een boek'
    Rogier

    BeantwoordenVerwijderen
  21. @Rogier: dat is inderdaad in de voorbeeldzin een mogelijke ontleding, zeker als je dat 'boek van oma' van iemand anders gekregen hebt: 'ik krijg het boek van oma voor mijn verjaardag van mijn ouders'. Maar als je de zin een beetje omzet, zie je dat 'van oma' ook een andere ontleding moet kunnen hebben. Als je zegt: 'ik krijg van oma een boek', dan is de lezing "bijvoeglijke bepaling" niet meer voorhanden. En in mijn voorbeeld van zo-even kun je 'van mijn ouders' ook geen bijvoeglijke bepaling meer noemen.

    BeantwoordenVerwijderen
  22. @ Rogier en taalprof
    Of: van oma krijg ik een boek, dan werkt het ook niet.
    als ik in de zin: ik krijg een boek van oma,
    "een boek van oma" lijdend voorwerp zou noemen, dan zou ik dat interpreteren als
    "een boek dat door oma geschreven is"
    Uiteraard zou ik dit niet fout rekenen als leerlingen met deze interpretatie komen, zolang ze maar kunnen onderbouwen waarom ze die keuze gemaakt hebben!

    BeantwoordenVerwijderen
  23. Hey Taalprof,
    Zie ik nu dat je laatste blog van 17 januari is?? Geen inspiratie? Ik wacht op je volgende blog!!
    ;)
    Groet,
    Marit

    BeantwoordenVerwijderen
  24. @Marit: nee, zo erg is het niet. De laatste is van 13 maart ('Grammatica Nostra'). Dat is nog wel lang geleden, maar daar staat tegenover dat ik elke dag wel een (soms uitgebreide) vraag of reactie heb beantwoord. Het lijkt erop dat dit weblog zich steeds meer ontwikkelt tot een support- en discussieforum, waar ik momenteel zwaar over na aan het denken ben.
    Daarnaast heeft de taalprof ook nog andere levens waarin hij ook wel eens iets moet schrijven (soms zelfs stukjes die jij ook leest!), dus wees gerust: ook achter de schermen zet de taalprof zijn heilzame werk voort.
    Maar ik zie ook wel dat dit allemaal halve excuses zijn, dus ik beloof dat ik nog deze week de schade zal inhalen. Daar mag je me aan houden!

    BeantwoordenVerwijderen
  25. Foei taalprof!
    Bij je uitleg van het meewerkend voorwerp gebruik je als voorbeeld: "de reizigers worden verzocht om over te stappen". Deze zin bevat echter een lelijke taalfout. Het moet zijn: "de reizigers wordt verzocht...". Immers, ER wordt AAN de reizigers iets verzocht. Het is bv. wel: "de reizigers worden ziek".

    BeantwoordenVerwijderen
  26. @michiel: nee hoor, michiel, dat heb je mis. In 'wij verzoeken de reizigers om over te stappen' is 'de reizigers' geen meewerkend voorwerp, maar juist lijdend voorwerp. Kijk maar wat er gebeurt als je van de bijzin een zelfstandig naamwoord maakt. Dan krijg je 'wij verzoeken de reizigers OM een handeling', niet 'wij verzoeken AAN de reizigers een handeling'. De bijzin is dus een voorzetselvoorwerp, en 'de reizigers' is lijdend voorwerp. In de lijdende vorm moet het dus wel degelijk onderwerp worden!

    BeantwoordenVerwijderen
  27. Van de zin 'Zij konden hem niet opbellen' beweert mijn studieboek Italiaans dat 'hem' meewerkend voorwerp is. Ik kan mij dat niet voorstellen. Wat vindt de taalprof?

    BeantwoordenVerwijderen
  28. @Hans: 'hem' in 'hem opbellen' is geen meewerkend voorwerp maar een lijdend voorwerp. Je kunt er geen 'aan', 'voor' of 'bij' bijzetten, in de lijdende vorm wordt het gewoon onderwerp, en je zegt 'het opbellen van iemand' en niet 'het opbellen aan iemand'. Daarbij komt dat het werkwoord ontstaan is uit een bepaling van gesteldheid 'op', die bij het lijdend voorwerp hoorde. Dus het is ook altijd lijdend voorwerp geweest.
    Dat neemt natuurlijk niet weg dat de vertaling in een andere taal heel goed wél een meewerkend voorwerp kan zijn!

    BeantwoordenVerwijderen
  29. Bij de zinsontleding wordt het woord "hem" benoemd als lijdend of meewerkend voorwerp. Wat is "hem" in deze zin: We moeten het hem niet kwalijk nemen dat hij zo gek doet. Volgens mij is "het" voorlopig lijdend voorwerp en "dat hij zo gek doet" het lijdend voorwerp. Is "hem" meewerkend voorwerp of bijwoordelijke bepaling?

    BeantwoordenVerwijderen
  30. @Thijs: je analyse van 'het' als voorlopig lijdend voorwerp en 'dat hij zo gek doet' als lijdend voorwerp lijkt me onbetwistbaar.
    Het zinsdeel 'hem' is in ieder geval een voorwerp, dat is zeker. Als je het complex 'kwalijk nemen' als werkwoord beschouwt, dan zijn de zinsdelen die dat werkwoord aanvullen 'iemand' en 'iets'. Het is 'iemand iets kwalijk nemen', waarbij 'kwalijk nemen' qua betekenis een beetje lijkt op 'verwijten'.
    Ik ben geneigd om 'hem' meewerkend voorwerp te noemen. Weliswaar is toevoeging van een voorzetsel moeilijk (eventueel zou je kunnen spreken van 'aan iemand iets kwalijk nemen' naar analogie van 'aan iemand iets verwijten', maar helemaal lekker klinkt dat niet). Echter, 'hem' lijkt me zeker geen lijdend voorwerp (dan zou je behalve 'deze dingen worden ons kwalijk genomen' ook verwachten 'wij worden deze dingen kwalijk genomen' en dat is zeker niet goed), en een voorzetselvoorwerp is het ook niet want er staat geen voorzetsel bij.
    Er zijn wel grammatica's die een fijner onderscheid maken (zoals de Algemene Nederlandse Spraakkunst). In die grammatica's wordt een algemene term 'indirect object' gebruikt voor alle voorwerpen die geen lijdend voorwerp of voorzetselvoorwerp zijn.
    Binnen de indirecte objecten heb je dan het meewerkend voorwerp (met weglaatbaar 'aan'), het belanghebbend voorwerp (met weglaatbaar 'voor') en het ondervindend voorwerp (met weglaatbaar 'bij'), maar ook de zogeheten "ethische datief" (als in 'dat is me wat'), en enkele moeilijk te classificeren gevallen, bijvoorbeeld 'iemand iets aanrekenen' of 'iemand iets misgunnen', waar een voorzetsel heel ongebruikelijk is.
    Het is zeker dat 'hem' een indirect object is. Ik neig er zoals gezegd toe om het, ook binnen die klasse, meewerkend voorwerp te noemen, maar daar zou je over kunnen discussiëren.

    BeantwoordenVerwijderen
  31. In de zin 'Zij geeft mij teveel dure cadeaus aan haar kinderen' lijken ook twee indirecte objecten te zitten: een ondervindend en een meewerkend voorwerp.

    BeantwoordenVerwijderen
  32. @René: Inderdaad, 'mij' is in deze zin de zogeheten 'ethische datief,' die ik hier al eens eerder besproken heb: http://taalprof.web-log.nl/taalprof/2009/02/zinsdelen-op-de.html . Die kan er vrijwel altijd bij. Je zou zelfs kunnen hebben: 'Ze geven me jou toch een hoop kadootjes!'

    BeantwoordenVerwijderen
  33. Mmmh - ik had gedacht 'mij' als ondervindend voorwerp te benoemen, in de betekenis 'wat mij betreft' en afhankelijk van 'te'. De ethische datief is onbeklemtoond en altijd 1e persoon, itt mijn voorbeeld.

    BeantwoordenVerwijderen
  34. Het is een beetje mosterd na de maaltijd aan het worden, maar toch. Ik was de discussie over de aan-het constructie door aan het lezen, en nu is me de hele tijd nog een argument tegen de naamwoordelijke analyse door het hoofd aan het spelen. Er kan een resultatief bij: 'Hij is het hekje pimpelpaars aan het verven', naar mijn intuïtie alleen extern.

    BeantwoordenVerwijderen
  35. Taalprof, waarom wordt 'bij' niet vaak vermeld bij de uitleg? Wordt het daar zoveel ingewikkelder van?

    BeantwoordenVerwijderen
  36. @joris: het meewerkend voorwerp met 'bij' is sterker beperkt dan de andere. Zoals ik al zei gaat het dan om gevallen waarin het lijdend voorwerp een lichaamsdeel is, en de actie van het werkwoord gericht is op dit lichaamsdeel (en indirect op de hele persoon).
    Bovendien: als 'bij' er wel bij staat zou je ook nog een argument hebben om te zeggen dat het bijwoordelijk is (het zou dan een locatie kunnen aangeven). Het lijkt me dat de ontleding "meewerkend voorwerp" dan nog betere papieren heeft, maar discussie wordt in uitleg (ten onrechte) vaak vermeden.

    BeantwoordenVerwijderen
  37. 'De schoenen van Ellert waren voor Brammert te groot.'
    Is 'voor Brammert' een meewerkend voorwerp? M.i. niet, gelet op betekenis, maar dat mag volgens de uitleg hierboven niet.
    Is het overigens mogelijk een meewerkend voorwerp i.c.m. een naamwoordelijk gezegde te hebben in een zin?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Je zou anders best een punt kunnen maken in het voordeel van de benoeming meewerkend voorwerp in dit geval. Je kunt namelijk 'voor' ook weglaten: 'De schoenen van Ellert waren Brammert te groot.'

      Als ik dat zo bekijk, dan heb ik de indruk dat je twee betekenissen kunt hebben: 'Brammert vond dat de schoenen van Ellert te groot waren' en 'De schoenen van Ellert waren zo groot dat ze Brammert niet pasten.' Naar mijn gevoel kun je alleen in de eerste betekenis 'voor' weglaten. Dat zou kunnen betekenen dat je alleen dan een meewerkend voorwerp hebt, en anders een bijwoordelijke bepaling (van beperking zou ik zeggen).

      Je kunt heel goed een meewerkend voorwerp bij een naamwoordelijk gezegde hebben, bijvoorbeeld in 'Je bent (aan) mij niets verplicht.'

      Verwijderen
    2. Dank voor de reactie!
      Ik was uitgegaan van de tweede betekenis. Ik ga het met de leerlingen bespreken.

      Verwijderen
  38. Beste taalprof,
    Bij de volgende zinnen twijfel ik over het meewerkend voorwerp:

    1. Hij is zenuwachtig voor de audities.
    voorzetselvoorwerp: zenuwachtig voor de audities?
    2. Hij ging fietsen voor de school.
    meewerkend voorwerp: voor de school?
    3. Hij moet documenten opsturen voor de belastingdienst.
    meewerkend voorwerp: voor de belastingdienst?
    Alvast bedankt!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik zou in twee van deze gevallen zeker niet kiezen voor een meewerkend voorwerp. Het belangrijkste argument is dat je geen variant hebt zonder voorzetsel, ook niet in een andere volgorde:

      1a. Hij is de audities zenuwachtig
      2a. Hij ging de school fietsen
      3a. Hij moet de belastingdienst documenten opsturen

      In het derde geval zou je, als je 3a acceptabel vindt, op die gronden wel kunnen bepleiten dat het meewerkend voorwerp is.

      In 2. (en misschien ook in 3.) heb je sterke argumenten om te zeggen dat het zinsdeel met 'voor' een bijwoordelijke bepaling is: het voorzetsel 'voor' heeft een duidelijke betekenis, die te omschrijven is met 'ten behoeve van' of 'op bevel van.' Had er gestaan 'ten behoeve van' of 'op bevel van,' dan zou je niet geaarzeld hebben om het zinsdeel bijwoordelijk te noemen.

      In 1. zou je kunnen bepleiten dat 'zenuwachtig voor' van dezelfde orde is als 'bang voor.' Daar zit nog wel iets in van een oorzakelijke betekenis, maar 'voor' heeft hier bijna alle betekenis verloren. Daarom zou je daar kunnen argumenteren voor de benoeming 'voorzetselvoorwerp' (want je kunt het voorzetsel niet weglaten).

      Een extra argument voor deze laatste benoeming is dat je hier ook een bijzinsvariant kunt maken:

      1b. Hij is er zenuwachtig voor om auditie te doen

      In 2. en 3. heb je die mogelijkheid niet.

      Verwijderen
  39. Hartelijk dank!

    En kan ik ook meteen een andere twijfel voorleggen:

    De woordjes niet en geen: wanneer zijn ze een los zinsdeel

    > Hij is niet boos.
    ng= is boos
    bwb= niet?

    Hij heeft geen antwoord gegeven.
    bwb=geen?

    Dat kan geen toeval zijn.
    ng=kan geen toeval zijn
    of bwb=geen?


    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Het hangt af van je "semantische oordeel." Als je vindt dat 'niet boos' hier iets betekent als 'on-boos,' dan heb je een argument om ze bij elkaar te nemen. Als je daarentegen van mening bent dat 'hij is niet boos' betekent 'het is niet zo dat hij boos is' (hetgeen dus subtiel verschilt van 'hij is on-boos'), dan kun je verdedigen dat 'niet' een losse bijwoordelijke bepaling is.

      Bij 'geen' speelt eigenlijk hetzelfde betekenisonderscheid, maar daar is het in de traditionele zinsontleding ongebruikelijk om de ontkenning apart te benoemen: die zit opgesloten in een woordgroep die in elk geval een andere zinsdeelfunctie heeft. In een modernere taalkunde zou je best kunnen volhouden dat 'hij heeft geen antwoord gekregen' eigenlijk betekent 'het is niet zo dat hij antwoord heeft gekregen,' en dat 'niet' dus een aparte bepaling is die 'versmolten' is met het lijdend voorwerp (de officiële term is 'negative lowering'), maar in de traditionele zinsontleding heb je die mogelijkheid niet.

      In een schoolgrammatica moet je dus 'geen antwoord' als lijdend voorwerp benoemen, en 'geen toeval' als naamwoordelijk deel, maar zou ik persoonlijk 'niet boos' hier niet bij elkaar nemen.

      Het woordje 'geen' is dus nooit een los zinsdeel (behalve misschien in 'ik heb er geen,' maar zelfs daar zou ik 'er' erbij rekenen).

      Verwijderen