dinsdag 2 januari 2007

Nog één keer de bepaling van gesteldheid



Ik kan mij voorstellen dat jullie allemaal tijdens de kerstvakantie nog eens alle logs over de bepaling van gesteldheid hebben zitten lezen. De statistieken vertonen dan wel een dramatische daling van het aantal lezers, maar misschien heb je het uitgeprint en zit je er met rooie oortjes mee op de bank, dat zal het zijn.


Dan denk je misschien: Hee, klopt dat wel, wat de taalprof daar allemaal beweert over de bepaling van gesteldheid? Dat het een predicaat is, net als het naamwoordelijk deel van het gezegde? Dat je dus alle naamwoordelijke delen van het gezegde ook kunt gebruiken als bepaling van gesteldheid? Is dat wel zo?


Hoe zit het dan met een naamwoordelijk deel dat bestaat uit een zelfstandig naamwoord, eventueel met een lidwoord of nadere bepalingen erbij? Hij is premier, zij is de minister, dat soort zinnen? Je kunt toch niet zeggen, net als Zij kwam lachend de kamer binnen iets als Zij kwam minister de kamer binnen? Nee, dat kan niet. Dan moet er een woordje bij: Zij kwam als minister de kamer binnen. Of Hij werd tot premier benoemd. Ook al horen die woordjes als en tot niet bij het predicaat, ze moeten worden toegevoegd als het predicaat als bepaling van gesteldheid gebruikt wordt. Waarom? En wat zijn dat dan voor woordjes?


Om met de laatste vraag te beginnen: het zijn voegwoorden, en daar ligt meteen ook de verklaring voor het verschijnsel. Want voegwoorden zijn eigenlijk zelf geen zinsdeel, ze voegen alleen zinsdelen samen. En om een zelfstandig naamwoord als bepaling van gesteldheid te gebruiken heb je zo'n voegwoord nodig.


Is tot een voegwoord? Maar tot is toch een voorzetsel? Nee, tot is een voegwoord in zinnen als Hij rust niet tot hij het gevonden heeft. En dat is precies de gebruikswijze in de bepaling van gesteldheid met tot.


Je kunt het zien als je de bepalingen van gesteldheid aanvult tot hele bijzinnen. In de vorige zin had ik ook kunnen schrijven ...tot het hele bijzinnen zijn. Een zin als Klop de eieren tot een luchtig mengsel kun je ook formuleren als Klop de eieren tot het een luchtig mengsel is. In die uitgebreide formuleringen zie je dat het predicaat een naamwoordelijk deel van het gezegde wordt.


Dat tot hier geen voorzetsel is kun je ook zien aan het feit dat je er geen voornaamwoordelijk bijwoord van kunt maken. Je kunt niet zeggen Klop de eieren daartoe, of Hij werd daartoe gekozen.


Met de bepalingen van gesteldheid met als is nog iets leuks aan de hand. In het hedendaagse Nederlands betekent het voegwoord als alleen iets als "indien", maar bij de bepaling van gesteldheid geeft het gelijktijdigheid aan. Voor de verleden tijd gebruiken wij daarvoor in hele zinnen het voegwoord toen, voor het heden gebruiken we terwijl of nu, en voor de toekomst als. Kijk maar: Als premier woonde hij in het Catshuis is Toen hij premier was woonde hij in het Catshuis, en Als premier zal hij in het Catshuis wonen wordt Als hij premier is zal hij in het Catshuis wonen. En Als premier woont hij nu in het Catshuis kun je herformuleren tot Terwijl hij premier is woont hij nu in het Catshuis (al heb je wel de neiging om daar extra betekenis aan toe te kennen zodat je gaat herformuleren met omdat of aangezien).


En dan is er nóg iets eigenaardigs aan de hand met als. Het kan namelijk ook als vergelijking gebruikt worden. Het verschil is duidelijk te zien in een zin als: Hij woonde als een beest op kamers. Hier wordt zijn manier van wonen vergeleken met die van een beest, maar hij is zelf geen beest. Die betekenis dringt zich wel op in de zin Hij woonde als beest op kamers. In deze zin wordt wel degelijk gezegd dat hij ooit een beest was. In die laatste zin is als beest dus een bepaling van gesteldheid, in de eerste is als een beest dat dus niet. Let op: het gaat niet per se om het lidwoord, een zin als Hij kwam als de directeur van een grote firma terug uit Amerika kan twee dingen betekenen: dat hij inderdaad de directeur was (dan is het bepaling van gesteldheid), of dat hij alleen maar zo deed. Dan is het bijwoordelijke bepaling.


Misschien is het goed om hier nog eens aan toe te voegen dat deze benoeming niet zomaar een of andere hobby van een stelletje taalkundigen is. Het gaat hier om verschillen in de constructie die in de taal zelf zitten. Iedere taalgebruiker maakt dit onderscheid. De ontleding brengt het alleen aan het licht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen