zondag 2 juli 2006

Een bijzondere woordsoort





Wat maakt het voornaamwoord tot een bijzondere woordsoort? Alles, eigenlijk. In deze log werd al opgemerkt dat het voornaamwoord interessant is omdat het betekenisarm is. Daardoor kun je in voornaamwoorden de kleinste betekeniseenheden in de taal in levende lijve aan het werk zien. Maar er is nog veel meer.

Om te beginnen is het voornaamwoord een gesloten woordklasse. Simpel gezegd: er zijn er niet zo veel van, en er komt er haast nooit eentje bij. Zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, werkwoorden, daarvan staan er tienduizenden in een gemiddeld woordenboek. Maar een knappe jongen die honderd voornaamwoorden kan opsommen. Dan moet je heel soepel tellen, en alles meerekenen wat ook maar in de verste verten een beetje op een voornaamwoord lijkt.


In schoolgrammatica (en ook in heel wat minder geleerde publicaties) lees je vaak dat het voornaamwoord zo heet omdat het in plaats van (= "voor") naamwoorden staat. Het voornaamwoord "staat voor" het zelfstandig naamwoord of het bijvoeglijk naamwoord. Dat is allemaal leuk en aardig, maar wat schiet je daar nou mee op? En klopt dat wel? Voor welk naamwoord staat bijvoorbeeld ik dan? De spreker? Mijn persoon? Maar dat zijn telkens twee woorden! Eigenlijk klopt die hele bewering dus niet echt.


Het probleem is dat die term voornaamwoord duizenden jaren geleden bedacht is door taalkundigen, die voornamelijk het Latijn voor ogen hadden (die noemden de woordsoort pronomina, wat we in het Nederlands domweg letterlijk vertaald hebben). En die taalkundigen waren best slimme jongens (in tegenstelling tot vandaag waren er toen weinig vrouwelijke taalkundigen), maar ze wisten echt nog niet zoveel van taal als wij nu. Niet omdat ze dommer waren, maar omdat het taalkundige onderzoek de afgelopen tweeduizend jaar heus wel vooruitgang heeft geboekt. Maar goed, daardoor zitten we opgescheept met een term die uitdrukt hoe men daar tweeduizend jaar geleden over dacht. En omdat voornaamwoorden vooral in de laatste eeuw heel erg veel aandacht hebben gekregen, is daar nu veel meer over bekend.


Het belangrijkste wat voornaamwoorden onderscheidt van andere woorden is de manier waarop ze verwijzen. Met voornaamwoorden kun je mensen, dieren of dingen aanwijzen, of je kunt het daarover hebben zonder dat je andere eigenschappen noemt. Andere woorden hebben dat niet. Een woord als minister-president verwijst niet naar een persoon, maar naar een eigenschap, een beroep. Wil je het over een persoon hebben, dan moet daar op zijn minst een lidwoord bij (de minister-president). Een voornaamwoord heeft dat allemaal niet nodig. Met hij, hem of die kun je het over dezelfde persoon hebben, zonder dat je erbij zegt wat zijn beroep is. Hooguit drukt het woord hij uit dat de betreffende persoon een man is.


Voornaamwoorden zijn dus betekenisarme verwijswoorden, voor als je niet telkens een hele woordgroep wilt gebruiken om over iemand of iets te praten. Handige afkortingen die de dagelijkse gesprekken een stuk korter maken. Een soort SMS-taal uit de oertijd, zou je kunnen zeggen.

Betekenisarm, dat betekent: met weinig betekenis. Het simpelste voornaamwoord is een woord dat naar een concreet iets of naar een specifieke persoon verwijst. Jij, ik, hun, veel minder betekenis kun je niet hebben. Dat is het persoonlijk voornaamwoord. Je kunt iets of iemand ook meer precies aanwijzen, met het betekeniselement "dichtbij" of "veraf". Dan heb je het aanwijzend voornaamwoord. Of je kunt het voornaamwoord als een soort bijvoeglijk naamwoord gebruiken (jouw, mijn), waardoor je het bezittelijk voornaamwoord krijgt (weer zo'n foute term). Of je gebruikt het voornaamwoord om iemand of iets te
introduceren in het gesprek, zodat je daar later naar kunt verwijzen (iemand, iets). Dan heb je het onbepaald voornaamwoord. Je kunt die verwijzing ook "bevragen". Dat betekent dat je vraagt naar een verwijzing (wie?, wat?). Allemaal heel kleine variaties op het betekenisarme verwijswoord.


Het meest bijzondere voornaamwoord in het Nederlands is het betrekkelijk voornaamwoord. Ook dat is een soort jokerteken, dat in bijvoeglijke bijzinnen (bijzinnen die bij een zelfstandig naamwoord staan) de link legt met het zelfstandig naamwoord (de speler die de bal heeft). Zeer bijzonder, met hele rare eigenschappen in het Nederlands.

In de komende logs zal ik al deze voornaamwoorden eens onder de loep nemen. Ze zijn allemaal in hun soort vreselijk interessant, en er valt veel meer over te vertellen dan je gewoonlijk hoort.


Één bijzonderheid van het voornaamwoord heb ik nog niet verteld: eigenlijk is het voornaamwoord geen echte woordsoort. Van een los woord kun je gewoonlijk wel zeggen of het een werkwoord is, of een voegwoord, of een bijwoord. Maar voornaamwoorden, die kun je alleen maar goed herkennen als je ze als zinsdelen bekijkt. Je moet weten wat voor rol ze spelen in de zin om ze goed te kunnen benoemen. Ook dat is iets wat andere woordsoorten niet hebben. Ja, het voornaamwoord is een bijzondere woordsoort!

7 opmerkingen:

  1. Mijn vraag luidt: wat voor woordsoort is een woordje als 'ja' of 'nee'?
    Een bijwoord is het niet, een tussenwerpsel toch ook niet.
    Benieuwd naar het antwoord.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. @jop: waarom denk je dat het geen tussenwerpsels zijn? Dat is namelijk wel de gebruikelijke opvatting. De tussenwerpsels vormen wel een bonte verzameling, en ze zijn niet zomaar onderling uitwisselbaar, maar het belangrijkste argument is dat ze bij vooropplaatsing geen inversie tot gevolg hebben.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Inderdaad de gebruikelijke opvatting. Maar is die wel zo gefundeerd? Men zat met de benoeming van 'ja' en 'nee' waarschijnlijk in zijn maag omdat de klassieke talen die het model waren voor de woordbenoeming geen ja en nee hadden.
    Ja is een partikel, zeker, maar komt tevens in de plaats van een complete zin. Daarom zou het ook vreemd zijn als ja inversie tot gevolg had. Op dat vooropgeplaatste ja volgt immers minstens een komma?

    BeantwoordenVerwijderen
  4. @Johan Nijhof: Nee dat dacht ik niet, dat er achter 'ja' of 'nee' aan het begin van de zin altijd een komma volgt. Ik ben het wel met je eens dat 'ja' en 'nee' aparte gevallen zijn, al twijfel ik of de omschrijving "komt in de plaats van een complete zin" de relevante eigenschap is. Een woord als 'misschien' of 'waarschijnlijk' kan ook een hele zin vervangen, maar daar zou je toch van een bijwoord blijven spreken.
    Het klassieke voorbeeld uit de grammaticaboekjes is 'helaas.' In 'Helaas is hij ziek' is 'helaas' een bijwoord, en in 'Helaas, hij is ziek' is het een tussenwerpsel.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @taalprof: naar mijn idee moet er na woorden als "ja" en "nee" wel degelijk een komma als deze woorden de zin openen. Neijt en De Schrijver geven in hun Handboek Spelling (2005) de volgende 'regel', inclusief voorbeelden:
    We plaatsen een komma achter en voor aansprekingen en tussenwerpsels:
    Gus, ga naar huis!
    Mevrouw, wilt u uw mond wat meer opensperren?
    Ach, doe alstjeblieft of je thuis bent, beste student, leg je voeten maar op mijn bureau.
    Wilt u uw mond dichthouden, mevrouw?
    Gossiemijne, wat een joekels van hoektanden hebt u daar!
    Mondje dicht, hè!
    Helaas geeft het Handboek Spelling geen voorbeelden met de woorden "ja" of "nee", maar als je de in dit boek staande regel volgt, zou de zin "Nee dat dacht ik niet" op die manier uitgesloten zijn. De komma is hier volgens deze definitie verplicht.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Hallo allemaal,
    Wat voor een woordsoort is 'daar'?

    BeantwoordenVerwijderen
  7. @L: Dat ligt eraan. Als je het gebruikt om een plaats aan te wijzen ( 'Hee kijk daar!') dan is het een bijwoord. Maar het kan ook de helft van een "voornaamwoordelijk bijwoord" zijn, zoals 'daar ... om,' 'daar ... in,' of 'daar ... mee.' In die gevallen verwijs je met 'daar' niet naar een plaats maar naar een ding. Dan is 'daar' een aanwijzend voornaamwoord.

    BeantwoordenVerwijderen