donderdag 19 mei 2011

Eeuwige kwesties (6): Dodelijke opmerkingen over dodelijke slachtoffers



Dodelijke slachtoffers, dat is ook zo'n hardnekkige taalergernis waar mensen steeds maar weer op terugkomen. Genuanceerde taaladviezen lijken niet zo veel te helpen, waarschijnlijk omdat ze het karakter van een uitvlucht hebben: het zou metonymisch taalgebruik betreffen, waarbij de relatie tussen de slachtoffers en de dood zo'n beetje is uitgedrukt. Ja dat zal best wel, maar erg overtuigend komt het niet over, misschien is dat het probleem.

Wat is er mis met dodelijke slachtoffers? Wel, de critici merken op dat dodelijk iets betekent als "de dood veroorzakend" (dodelijk vergif, dodelijk werk, ook in figuurlijke zin dodelijke opmerkingen). En in dodelijke slachtoffers zijn de slachtoffers zelf toch niet de veroorzakers van de dood?



De taaladviseurs houden het erop dat hier sprake is van een soort overdracht van de betekenis van dodelijk vanuit de gebeurtenis (bijvoorbeeld een dodelijk ongeluk) op de omgeving, in dit geval de betrokkenen. Voorbeeld: een luie stoel, waarbij de stoel zelf niet lui is, maar bestemd voor luie personen (of personen in een luie gemoedsgesteldheid om het precies te zeggen).

Het is natuurlijk heel goed mogelijk dat zo'n algemeen procédé in de taal ook hier van toepassing is. Toch kwam ik vandaag een voorbeeld tegen dat mij aan deze algemene uitleg deed twijfelen. Misschien zit het in dit geval toch anders in elkaar.

Ik zocht in het Woordenboek der Nederlandsche Taal naar vroege voorbeelden van deze specifieke gebruikswijze van dodelijk, en de analyse van de lexicografen uit 1912 is interessant. Zij nemen als derde betekenis van het bijvoeglijk naamwoord doodelijk het volgende lemma op:

3.  In een gebruik dat op dat van het bijw. berust. Zoo hevig dat men er van zou sterven, zeer hevig.
  • Eene doodelijke stilte, eene stilte als des doods. eene volkomen stilte.
  • Doodelijk op zichzelf, in den zin van: al te stil.
  • Eene doodelijke bleekheid, eene bleekheid als van een doode.
  • Doodelijke kranken in den zin van: doodelijk kranken.
Nou gaat het mij niet zozeer om die betekenisomschrijving, maar om het laatste voorbeeld: dodelijke zieken, in de zin van dodelijk zieken. Is dat niet wat er aan de hand is bij dodelijke slachtoffers? 

Het WNT gaat dus uit van "een gebruik dat op dat van het bijwoord berust." Wat staat er dan als betekenisomschrijving van het bijwoordelijke doodelijk? Daar staat:

Zóó dat de dood er het gevolg van is of dreigt te zijn.
Hee, dat is precies wat er aan de hand is bij dodelijke slachtoffers! Die zijn zodanig slachtoffer dat de dood er het gevolg van is.

Wat betekent dit? Dat betekent dat in dodelijke slachtoffers het woord slachtoffer veel meer een "predicatieve" betekenis heeft. Het verwijst niet zozeer naar personen, maar naar de eigenschappen die die personen hebben (net als bij zieken). Het wordt dus een beetje als bijvoeglijk naamwoord gebruikt. Het is natuurlijk geen bijvoeglijk naamwoord, vandaar dat je niet zoals bij dodelijk zieken de mogelijkheid hebt om echt het bijwoord te gebruiken (omdat je dan van dodelijk-ziek in feite het zelfstandig naamwoord maakt). Daarom is het dus per se dodelijke slachtoffers en niet dodelijk slachtoffers. Maar het is ineens duidelijk hoe het in elkaar zit.

Het WNT geeft al een voorbeeld van die doodelijke kranken uit 1698 (Doodelijke kranken, van welker gesteltenis de Doctooren behoorlyke verklaaring moeten geven), dus het is bepaald geen recente ontwikkeling.

Er is dus niets mis met dodelijke slachtoffers. Het zijn personen van wie het slachtofferschap zodanig is dat het de dood tot gevolg heeft, of heeft gehad (of kan hebben, als ik mij niet vergis). En daarmee schaart het gebruik zich toch weer bij het normale gebruik van "de dood veroorzakend." Want net zoals ziekte wel of niet de dood tot gevolg kan hebben, kan het slachtofferschap ook wel of niet tot de dood leiden. En als de waarschijnlijkheid daarvan groot genoeg is (of zelfs een zekerheid is), dan ben je dus een dodelijk slachtoffer.

Update: Ik denk altijd nog even na als ik een stukje gepubliceerd heb. En daarbij viel me deze keer de missing link in tussen dodelijk zieken en dodelijke slachtoffers. Het is de vorm dodelijk verongelukten. Want dodelijk verongelukten, dat is de genominaliseerde vorm (de tot zelfstandig naamwoord gemaakte vorm) van het bijvoeglijke dodelijk verongelukt, waarin dodelijk het bijwoord is bij het bijvoeglijk naamwoord verongelukt. En verongelukt is het als bijvoeglijk naamwoord gebruikte voltooid deelwoord van het werkwoord verongelukken. En als je dodelijk verongelukt, dan wil dat zeggen dat dit verongelukken de dood veroorzaakt heeft of veroorzaken kan. En zo zijn we weer bij de normale betekenis van dodelijk: de dood veroorzakend (of kunnende veroorzaken).




17 opmerkingen:

  1. Duidelijk. Ik was ook altijd geneigd "dodelijke slachtoffers" als een rare consturctie af te doen, maar nu weet ik beter.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ik heb de string "dodelijk slachtoffers" eens gegoogeld en zag dat die vrij vaak voorkomt. Dat is er misschien ook een aanwijzing voor het bijwoordachtige karakter van "dodelijk".

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Gruwelijk maar waar: als je na een aardbeving of tsunami of cholera-epidemie of welke ramp dan ook, de doden een tijdje laat liggen omdat er niet voldoende reddingstroepen zijn, worden de slachtoffers vanzelf 'dodelijk'. Maar het blijft uiteraard een rare taalconstructie.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Ja, is inderdaad wel vreemd. Zo had ik het nog niet bekeken.
    Doet me denken aan de evenzo vreemde constructie 'levenloze lichamen'. Dat wordt zó vaak gezegd in het nieuws...

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @Taalprof: dit lijkt wat op "erge zielepieten", "hele kleintjes" en vergelijkbare constructies, waarbij de adjectieven gebruikt worden met de versterkende betekenis van de bijwoorden "erg" en "hele".

    BeantwoordenVerwijderen
  6. @Henk: Ja, goede voorbeelden! Ik doe ook nog even een update over de missing link.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. @Yvonne: Ik kan begrijpen dat je aan 'levenloze lichamen' denkt op grond van de betekenisovereenkomst, en misschien zie je ook iets eufemistisch in 'levenloos' in plaats van 'dood' (net zoals 'dodelijke' dat zou zijn in plaats van 'dode'), maar grammaticaal is het natuurlijk niet hetzelfde.

    BeantwoordenVerwijderen
  8. Het duizelt me even, maar ik volg het wel. De eeuwige strijd tussen spreektaal en schrijftaal in de correcte zin van het woord?! Over een aantal jaren is 'hun' net zo geïntegreerd in de Nederlandse taal dan het eigenlijke 'zij' moet zijn.... (ben ik nog te volgen? ;-) )

    BeantwoordenVerwijderen
  9. @Wondelgijn: Ik denk dat ik snap wat je bedoelt, maar het lijkt erop dat je ervan uitgaat dat 'dodelijke slachtoffers' dus een schrijftaalfout is die vanuit de spreektaal langzaam de taal binnendringt. Maar dat geloof ik dus bij nader inzien niet meer.
    De kritiek op 'dodelijke slachtoffers' wordt altijd geformuleerd vanuit de betekenis, en die is -zo blijkt- heel goed te beredeneren en al minstens driehonderd jaar oud. Met andere woorden: ik denk dat er sprake is van onterechte kritiek. Niks spreektaal, niks taalfout-die-langzaam-goed-wordt, gewoon prima taal.

    BeantwoordenVerwijderen
  10. Taalprof, 'verongelukken' betekent al 'door een ongeluk omkomen'.
    'Dodelijk verongelukt' is dus een pleonasme.

    BeantwoordenVerwijderen
  11. @Samuel: Ja dat weet ik. Overigens zeggen de taaladviseurs hier het volgende over: "Strikt genomen is dodelijk verongelukken dan ook dubbelop. Toch komt dit pleonasme vrij frequent in Nederland voor."
    Maar in deze discussie doet het er niet zo toe. Waar het om gaat is dat je, pleonastisch of niet, het hebt over 'dodelijk verongelukten' en niet 'dodelijke verongelukten.' Daarmee is het de missing link tussen 'dodelijk zieken' en 'dodelijke slachtoffers.' Dat is wat ik beweerde.
    Overigens ben ik van mening dat het woordenboek met die strikte betekenis van 'verongelukken' blijkbaar (in Nederland) achter de feiten aanloopt. Maar zoals gezegd: dat doet er hier niet zoveel toe.

    BeantwoordenVerwijderen
  12. In 'levenloze lichamen' zie ik niets eufemistisch. Het kán domweg niet. Deze lichamen zouden immers volgens de betekenis van het woord 'levenloos' nooit geleefd hebben. Wat meestal niet wordt bedoeld wanneer men in het nieuws spreekt van gevonden doden (lichamen die wel geleefd hebben) na een aardbeving bijvoorbeeld.
    Grammaticaal is het uiteraard iets heel anders als 'dodelijke slachtoffers', dat ben ik met u eens.

    BeantwoordenVerwijderen
  13. @Yvonne: nu gebruik je 'levenloos' in de zeer strikte betekenis die biologen en filosofen aan het woord geven. Buiten de discussies in die discliplines worden 'levenloos' en 'dood' vaak als synoniemen gebruikt. Zie het WNT:
    http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb=WNT&id=M036962&lemmodern=levenloos

    BeantwoordenVerwijderen
  14. @Yvonne & @Henk: ter aanvulling van wat Henk zegt: Het hedendaagse woordenboek van Van Dale heeft deze opmerking blijkbaar ook eens gehad, en in de eerste betekenisomschrijving van 'levenloos' het volgende geformuleerd: "LEVENLOOS: 1 zonder leven2 (1), hetzij dat dit nooit aanwezig is geweest of verloren is gegaan."
    Om die laatste mogelijkheid gaat het hier. Van Dale geeft het voorbeeld: 'De drenkeling werd levenloos opgehaald.' Die zou ook onder jouw kritiek vallen.
    O ja, voordat iemand opmerkt dat Van Dale hier pleonastisch is omdat een drenkeling al verdronken zou zijn: de betekenisomschrijving van 'drenkeling' is "iem. die in het water gevallen is en dreigt te verdrinken of al verdronken is." Van Dale heeft hier dus wel op zitten letten.

    BeantwoordenVerwijderen
  15. @Henk en @Taalprof, hartelijk dank voor de reacties. Zeer duidelijk.

    BeantwoordenVerwijderen
  16. Hans Sleutelberg22 mei 2011 om 05:45

    Beste Taalprof,
    Als je zegt: 'Ze denkt aan alles' kan je ook zeggen: 'Ze denkt overal aan'. Ander voorbeeld: 'Voor niets is hij bang' of: 'Hij is nergens bang voor'.
    Wat is dat voor verschijnsel waarbij 'niets' of 'alles' plotseling verandert in een plaatsbepaling wanneer je de zin anders opbouwt? Is het één beter dan het ander?
    Hansu

    BeantwoordenVerwijderen
  17. @Hans Sleutelaar: Het betreft hier het zogeheten "onbepaald voornaamwoordelijk bijwoord," en het loopt parallel met de andere voornaamwoordelijke bijwoorden: 'Ze denkt eraan' (in plaats van 'aan het'), 'Ze denkt daaraan' ('aan dat'), 'Ze denkt hieraan' ('aan dit'), 'Waaraan denkt ze?' ('aan wat'), 'de dingen waaraan ze denkt' ('de dingen aan welke ze denkt').
    Waarom voornaamwoordelijke bijwoorden bestaan is onduidelijk. In de ons omringende talen bestaat ze ook, maar incidenteel (zoals in het Engels) of beperkter (zoals in het Duits). Makkelijk is dat je ze kunt splitsen, waardoor je de mogelijkheid hebt om het verwijswoord op een handige plaats in de zin te zetten, terwijl het restant de plaats waar het woord thuishoort markeert. Misschien is het dat. Je hebt meer flexibiliteit.
    In het geval van de onbepaalde voornaamwoordelijke bijwoorden lijken je voorbeelden me inwisselbaar. Als je meer woorden toevoegt blijkt de variant bij de voornaamwoordelijke variant: in plaats van 'Ze zou wel eens een dag aan alles willen denken' kun je, met subtiel betekenisverschil, ook zeggen 'Ze zou wel eens een dag overal aan willen denken' tegenover 'Ze zou overal wel eens een dag aan willen denken.' Misschien kun je in de andere variant ook wel maken 'Ze zou aan alles wel eens een dag willen denken,' maar dat klinkt toch wat geforceerder.

    BeantwoordenVerwijderen