donderdag 13 augustus 2009

De keeper en de persoonsvorm



Bij het analyseren van een voetbalwedstrijd begin je altijd met de keeper. De keeper is de speler die meestal keepershandschoenen aanheeft, en andere kleren dan de rest van de spelers. Je vindt de keeper vaak tussen de doelpalen. Als de keeper geblesseerd uitvalt, wordt een andere speler de keeper. Wijs nu in de volgende tien videoclips de keeper aan.

Als je op deze manier de voetbalsport uitlegt, bereik je waarschijnlijk twee dingen: (1) je toeschouwers zullen nu in de meeste gevallen de keeper in een voetbalwedstrijd wel aan kunnen wijzen, maar ze begrijpen niet waar dat voor nodig is omdat ze niet snappen wat een keeper nu eigenlijk is, en (2) ze zullen er geen bal aan vinden.

Hoe moet het dan wel? Ik ben geen voetbalprof, maar ik denk dat je eerst moet uitleggen waar het in het voetbal om gaat: twee teams die één bal zonder handen te gebruiken in het doel van de tegenstander proberen te werken. En dan uitleggen dat per team één vaste speler wel zijn handen mag gebruiken, alleen in de buurt van het eigen doel (niet met de bal in de handen het hele veld overlopen), om de bal tegen te houden of weer in het spel te brengen. En dan eventueel hoe je de keeper kunt herkennen, en speciale spelregels over de verplichting om een keeper te hebben.

Toch wordt op de eerste manier vaak in de grammaticalessen uitgelegd wat een persoonsvorm is: hij kan in de verleden tijd staan en je kunt hem vinden door de zin vragend te maken. So what? Wat heeft dat te maken met wat een persoonsvorm is?

Kan het beter dan? Misschien zou je eerst moeten uitleggen waar het in een zin om gaat: om predicatie. In iedere zin zit de betekenis dat iemand of iets iets doet of is, of dat iets gebeurt. De zin draait dus om die iemand of dat iets, en wát er gebeurt of gedaan wordt. Bij mama lief draait het om mama, van wie gezegd wordt dat ze lief is, bij papa lachen draait het om papa, die iets doet, namelijk lachen. De iets of iemand waar het om draait noem je het onderwerp.

Aan die predicatie kun je informatie toevoegen over de tijd: in plaats van mama lief kun je zeggen mama is lief of mama was lief. In plaats van papa lachen kun je zeggen papa doet lachen of papa deed lachen.

In het Nederlands gebruik je verschillende woordjes, afhankelijk van het onderwerp. Bij mama lief wordt het mama is lief, bij ik lief wordt het ik ben lief, en bij jij lief wordt het jij bent lief. En bij ik lachen wordt het ik doe lachen (niet ik doet lachen). Daarom noem je dat woordje de persoonsvorm: omdat het een vorm heeft die afhangt van de persoon van het onderwerp.

Maar het kan nog efficiënter: in plaats van papa doet lachen zeggen we meestal papa lacht. Eigenlijk is hier het volgende aan de hand: het woordje doet is door de taal aan het woord lachen vastgeplakt (papa lach-doet), en verkort tot een -t: papa lach-t. Het verschil tussen doet en deed blijft nog een beetje zichtbaar in de vorm van dat kleine stukje achter aan het woord: deed wordt -te of -de: lach-deed wordt lachte en droom-deed wordt droomde.

Je kunt die persoonsvorm niet aan alle woorden toevoegen. Bij mama is lief kan het niet. De woorden waar je de persoonsvorm wél aan toe kunt voegen, noem je werkwoorden. Lief is dus geen werkwoord.

Een werkwoord met een persoonsvorm noem je kortweg in zijn geheel een persoonsvorm. Dus in papa lacht, waar de persoonsvorm doet (-t) is toegevoegd aan het werkwoord lachen, daar noem je lacht de persoonsvorm.

Bij het ontleden gaat het er dus om dat je de persoonsvorm herkent, ook als hij zich verborgen heeft in een ander werkwoord. Waarom is dat nodig? Ten eerste omdat de persoonsvorm de meeste informatie bevat over hoe de zin in elkaar zit (hij koppelt het onderwerp aan het predicaat, en markeert zo de belangrijkste predicatie in de zin), en ten tweede omdat er voor de persoonsvorm afwijkende spellingregels bestaan.

Bij het zoeken naar de persoonsvorm kun je wel gebruik maken van zijn andere eigenschappen: in hoofdzinnen staat hij graag in de buurt van het onderwerp, en in zinnen die je met ja of nee kunt beantwoorden staat hij altijd vooraan. Maar als je de persoonsvorm met zo'n vuistregel denkt gevonden te hebben, controleer dan toch even of hij het echt wel is.

Had de taalprof dit nou niet meteen zo uit kunnen leggen? Want hier doet hij het veel ingewikkelder. Ja hoor es, dat was meer dan drie jaar geleden! Ook de taalprof leert nog dagelijks bij.

11 opmerkingen:

  1. Zo zou men op school ook te werk moeten gaan. Een tijdje geleden is het me opgevallen dat me vooral werd uitgelegd wat de vorm van bepaalde constructies is, en de functie meestal genegeerd werd.
    Op zich mooi hoor, leren over de theorie achter taal, zeker om het leren van andere talen wat makkelijker te maken, maar ik denk dat als de functie meer aandacht zou hebben gekregen op school, ik minder moeite zou hebben met het leren van talen dan nu het geval is.
    Gelukkig zijn er taalprofessors die de tijd nemen om hier wat meer aandacht aan te besteden. :)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. @niemand anders: Dank voor het compliment! Het is nooit te laat om de theorie leuk te leren vinden :-)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. geplaats door richantely 31 oktober 2009 om 17:55

    BeantwoordenVerwijderen
  4. In de laatste alinea schuilt achter 'hier' een dode link, t.w. deze: http://taalprof.blogspot.nl/2006/02/hoezo-persoonsv.html

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dank voor deze tip! Dat was nog een oude link naar het vorige weblog. Bij de migratie heb ik die (bijna) allemaal met de hand bijgewerkt.

      Verwijderen
  5. Interessant! Eén vraag: als de uitgang -t in de derde persoon enkelvoud van 'doet' komt, waar kwam die uitgang in 'doet' zelf op zijn beurt dan vandaan?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja dat is een goede vraag! De gedachte is dat 'doet' in die tijd geen werkwoord was als andere woorden, maar alleen die uitgang (of misschien de persoon zelf) representeerde. 'Doet' had dus geen uitgang, maar werd er een.

      Verwijderen
    2. Waarom nou zo'n moeilijke veronderstelling? Als luieren een werkwoord is, is doen dat dan niet? Papa doen-doet de afwas en mama maken-doet het bed op. Als je voor een uitleg kiest, wees dan consequent....
      Of maak er anders een analogieverhaal van: als doen en doet niks werkwoordelijks is, laat het zich dan richten naar echte werkwoorden.
      Of we laten de kip en het ei gewoon samenvallen, we kunnen het niet meer navragen :-)

      Verwijderen
  6. Ik zeg niet dat 'doen' geen werkwoord IS, ik probeer de opvatting van de taalhistorici te verwoorden dat de uitgang van de persoonsvorm ontstaan is uit wat 'doen' ooit geweest is.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Hier gaat het m.i. mis omdat er in een stuk twee zaken doorelkaar worden uitgelegd. De uitleg gaat over de persoonsvorm en niet over de vervoeging van de derde persoon enkelvoud. Laat je dat hele gedoe rondom die t weg, dan wordt het duidelijker. Althans, dat is mijn mening.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hmmm, er worden inderdaad twee dingen besproken, maar volgens mij zijn dat: 1. Van de traditionele uitleg over de persoonsvorm leer je niks; en 2. Wat is die persoonsvorm dan echt?

      Het taalkundige antwoord op vraag 2 is in elk geval: de persoonsvorm is een werkwoord waar allerlei kenmerken (persoon, getal, tijd) op parasiteren. Dat kun je zien aan die uitgang, die in het verleden een apart werkwoord is geweest.

      Ik ben het met je eens dat het in dit stukje vrij abstract blijft, maar het was uit 2013. Inmiddels is die hele didactiek wel wat beter uitgewerkt, onder andere in deze bundel

      Verwijderen