Posts tonen met het label Wederkerig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wederkerig. Alle posts tonen

zaterdag 5 augustus 2006

Steeds maar wederkerend



"Taalprof?"
"Ja?"
"Ik snap het nog steeds niet"
"Wat niet?"
"Het verschil tussen wederkerend en wederkerig. Je hebt dat wel uitgelegd, met die boemerang en zo, maar ik ben geen Australiër dus ik kan me daar weinig bij voorstellen."
"Nou, ik ben blij dat je het zegt. De Taalprof heeft een onuitputtelijk arsenaal aan uitleg tot zijn beschikking. Ik kan het altijd op een andere manier zeggen."
"O gelukkig. Maar hoe zit het dan?"

dinsdag 18 juli 2006

"Taalprof maakt denkfout"




"Op http://taalprof.web-log.nl is afgelopen nacht beroering ontstaan, toen een lezer de taalprof beschuldigde van een denkfout. Te gast in de studio de beschuldigde taalprof. Goedemorgen!"
"Goedemorgen"
"Dat was wel even schrikken, nietwaar? Zeg eens eerlijk, hebt u inderdaad een uitglijder gemaakt?"



"Nou nee, niet echt."
"Wat was er dan precies aan de hand? Legt u eens uit."
"Welnu, ik had net een uitleg afgerond over het wederkerig voornaamwoord..."
"Oei! Kunt u even kort voor de luisteraars uitleggen wat dat is?"
"Eh, ja. Het enige wederkerige voornaamwoord in het Nederlands is elkaar, op wat verouderde vormen na dan. Dat is een heel raar woord, omdat het niet alleen terugverwijst naar iemand anders, maar als het ware twee kanten opgaat. Zeg je Ze kussen elkaar dan kust de een de ander, én de ander de een."
"Jaja"
"Nou, ik had dus net die uitleg afgerond, en toen dacht ik: ik verklaar ook nog even dat woord, wederkerig, en zet het af tegen wederkerend. Dat deed ik door te zeggen, dat die afleiding met -ig, wederkerig, betrekking heeft op die heen-en-weerverwijzing. Net als lacherig en huilerig duiden op "steeds" lachen of huilen."
"En wat was het probleem?"
"Een lezer merkte op dat ik blijkbaar dacht dat er sprake was van een tussenvoegsel -er."
"Een wat?"
"Bij sommige werkwoorden kun je een lettergreepje -er of -el toevoegen, dat dan een betekenis van herhaling veroorzaakt. Zo is hinkelen het herhaald hinken, stuiteren is het herhaald stuiten. Vrijwel alle werkwoorden op -eren en -elen (met stomme e’s natuurlijk) zijn dergelijke zogeheten frequentatieven."
"Frequentatieven, moeilijk woord!"
"Dat valt wel mee. Denk maar aan frequentie."
"Ja natuurlijk. Maar was dat zo?"
"Was wat zo?"
"Hebt u daar inderdaad een denkfout gemaakt?"
"Nee natuurlijk niet. Ik had dat inderdaad niet moeten formuleren met het woordje steeds, maar ik heb eerlijk gezegd nooit aan een frequentatief gedacht. Zoals de lezer terecht opmerkt is er bij wederkerig geen sprake van een toegevoegde lettergreep -er. Die  r is van wederkeren. Nee, ik dacht eerder aan een habituele betekenis."
"Wat is dat nu weer?"
"Denk maar aan het Engelse habit. Habitueel heeft met gewoonte te maken. Een habituele betekenis van een werkwoord wil zeggen dat je iets gewoonlijk doet."
"Kunt u daar een voorbeeld van geven?"
"Een habituele betekenis kan bijvoorbeeld opgeroepen worden door een bijwoordje. Neem bijvoorbeeld het woordje graag. Als je zegt Ik wandel graag, dan zeg je niet alleen dat je wandelen leuk vindt, maar ook dat het wandelen voor jou een gewoonte is waar je plezier aan beleeft."
"Aha."
"Je kunt dat ook duidelijk zien als je bijvoorbeeld een zin hebt waarin die wandeling op een precies tijdstip wordt geplaatst. Bijvoorbeeld Gisteren heb ik van twee tot drie uur gewandeld. Daar kun je onmogelijk graag bij zetten."
"Gisteren heb ik van twee tot drie uur graag gewandeld, nee dat kun je inderdaad niet zeggen."
"Je kunt dat best leuk hebben gevonden, maar het kan geen gewoonte zijn om gisteren van twee tot drie uur te hebben gewandeld."
"Dat is dus een habituele betekenis."
"Precies. En die bedoelde ik. En natuurlijk is een gewoonte niet iets wat je maar één keer doet. Dat doe je herhaaldelijk. Vandaar dat ik steeds zei. Ongelukkige woordkeus, dat geef ik toe. Maar geen denkfout."
"Maar uw lezer zei: ik geloof niet dat er een systeem in zit, in die betekenis van woorden op -ig. Hoe weet u dat zo zeker dan?"
"Een verstandig man staat op de schouders van reuzen. Ook de grote naslagwerken merken die betekenis op. Zo noemt de beroemde taalkundige Schönfeld als voorbeeld een woord uit het oudnieuwnederlands…"
"Het wát?"
"Zeg maar, het Nederlands vóór het middeleeuws en na het oudnederlands. Zo rond het einde van het eerste millennium. Maar goed, hij noemt het woord lezig, dat "leeslustig" zou betekenen. Mooi woord, zeker uit een tijd dat vrijwel iedereen analfabeet was. Dat zou ik best weer ingevoerd willen zien."
"Haha, dat zal wel moeilijk worden met de ontlezing van deze tijd!"
"Dat denk ik ook. Maar die betekenis "leeslustig", dat lijkt me eigenlijk precies die habituele betekenis."
"Jaja"
"Maar ook de moderne Van Dale geeft als een van de omschrijvingen van het achtervoegsel -ig: achtervoegsel waarmee van ww. bn. worden gevormd die betekenen: (al te zeer) geneigd tot het verrichten van hetgeen in het grondwoord is uitgedrukt."
"Pardon?"
"Bijvoorbeeld, knorrig betekent  al te zeer geneigd tot knorren, en treiterig betekent al te zeer geneigd tot treiteren."
"Aha"
"Ik vind het wat onhandig omschreven, en er zit ook een beetje een element van afkeuring in, dat door Schönfeld ook al was opgemerkt (pejoratief, noemde hij dat). Maar het is onmiskenbaar habitueel."
"Uw lezer geeft nog het voorbeeld smerig. Dat kun je toch niet opvatten als al te zeer geneigd tot smeren."
"Nee, Schönfeld merkt ook al op dat je oorspronkelijk alleen zelfstandige naamwoorden kon verbinden met -ig. Doordat sommige zelfstandige naamwoorden hetzelfde waren als de stammen van een werkwoord ontstond ook de mogelijkheid om werkwoorden met -ig te verbinden. Maar smerig lijkt me een afleiding van het zelfstandig naamwoord smeer ("vet, vuiligheid"), met als betekenis "rijkelijk voorzien van smeer"."
"Tot slot, meneer de taalprof. Hoe zit het dan met die extra -er in huilerig?"
"Ja, dat is wel interessant. Ik geloof dat die afleiding met -erig in het huidige Nederlands productiever is dan de afleiding met -ig. Ik zou tenminste best een nieuw woord terugkeerderig kunnen maken, voor iemand die er een gewoonte van maakt om telkens terug te keren. Ik acht het trouwens helemaal niet onmogelijk dat daar dan toch sprake is van twee achtervoegsels: -ig met habituele betekenis, en -er om nog eens extra die frequentie te benadrukken. Een beetje dubbelop misschien, maar best expressief."
"Expressief, inderdaad. En daar gaat het maar om. Na de reclame gaan we verder met de vraag Witte sokken in sandalen, kan dat weer? en u kunt nog inbellen tot negen uur precies. Voor nu, hartelijk dank taalprof…"
"Graag gedaan"
"En tot zolang, muziek!"





maandag 17 juli 2006

De dubbele boemerang




In de vorige log schreef ik over het wederkerend voornaamwoord, waarvan de verwijzing als een boemerang "terugkeert" naar iets wat je eerder gezegd hebt. In het Nederlands bestaat er echter één woord, dat als een soort "dubbele boemerang" werkt.


Dat is het woordje elkaar (met zijn ouderwetse varianten elkander en malkander). Als je zegt: Johan en Marco zijn het met zichzelf eens, dan verwijst zichzelf terug naar Johan en Marco. Samen zijn ze het eens, of ieder vindt dat hij zelf gelijk heeft. Zeg je echter Johan en Marco zijn het met elkaar eens, dan is Johan het eens met Marco, en Marco is het eens met Johan. De een met de ander ("heen") én de ander met de een ("en terug").

Die dubbele-boemerangverwijzing zoals ik hem hier uitleg gaat op voor twee personen. Voor meer dan twee personen wordt het ingewikkelder. Een zin als Alle kinderen keken elkaars proefwerk na kun je op meerdere manieren opvatten. Het kan zijn dat ieder kind van ieder ander kind het proefwerk nakijkt, maar het kan ook dat ieder kind van één ander kind het proefwerk nakijkt, maar zodanig dat alle proefwerken aan de beurt komen. De laatste betekenis is het meest waarschijnlij

Ook een zin als De koningen volgden elkaar in snel tempo op kun je alleen maar begrijpen in de zin dat iedere koning één ander opvolgt, maar wel zo dat ze allemaal bij die reeks van opvolging betrokken zijn.


Belangrijk in de betekenis van elkaar lijkt in ieder geval dat de "boemerangverwijzing" niet ophoudt na één terugkeer. De een doet iets, niet met zichzelf, maar met een ander, die hetzelfde doet met een ander, enzovoorts, tot je uiteindelijk weer bij die eerste uitkomt. Wederkerig, heet dat. Ter onderscheiding van wederkerend, omdat de verwijzing niet zomaar "terugkeert", maar "steeds terugkeert", net zoals iemand die "lacherig" is steeds lacht, of iemand die "huilerig" is steeds huilt.


Ook het wederkerige voornaamwoord is eigenlijk een speciale soort persoonlijk voornaamwoord. Neutrale verwijzing (geen speciale extra betekenissen), alleen gaat die verwijzing heen en weer tussen twee dingen of personen. Veel gekker kan het niet worden in de taal.