donderdag 3 mei 2007

Zo is er maar eentje



Wat is de woordsoort van eentje? Je moet je maar ergens druk om willen maken, hoor ik je denken. Wat is dat nou voor een onzinnige kennis? Worden we daar wijzer van? Tja, misschien niet. Het is in de ontleding ook nooit de oplossing die interessant is. Het gaat erom te onderzoeken hoe het zit of hoe het werkt in de taal. En dan kun je over de gekste en meest zinloze vragen nadenken. Of je daarvan iets leert hangt niet af van de antwoorden.

Maar wat ís dan die woordsoort van eentje? Kijk, nieuwsgierigheid, dat is goed. Daar begint het mee!

Je kunt het natuurlijk gewoon opzoeken. Dan neem je een recent woordenboek, bijvoorbeeld de 14e druk van de Van Dale, en dan zoek je eentje op. Dan vind je twee mogelijkheden: zelfstandig naamwoord en onbepaald voornaamwoord. De eerste benoeming blijkt beperkt tot de betekenis "kleine 1", dat wil zeggen, het kleine cijfertje dat ergens geschreven staat (het eentje dat daar onderaan staat). In alle andere gebruikswijzen, die verreweg het meeste voorkomen (Ik heb er eentje, Eentje is voor mij genoeg) is eentje dus volgens Van Dale onbepaald voornaamwoord.

Waarom is het eigenlijk geen telwoord? Ik heb er eentje komt toch overeen met Ik heb er een, en in het laatste geval is een zeker een bepaald hoofdtelwoord. Sterker nog, de formule ik heb er ... wordt in veel grammatica's genoemd als een zekere manier om hoofdtelwoorden te onderscheiden van voornaamwoorden. Als het past in de formule is het telwoord, anders voornaamwoord. Ik heb er enkele is goed, Ik heb er sommige is gek. Enkele is telwoord, sommige is voornaamwoord.

Waarom spreekt Van Dale dan toch van een onbepaald voornaamwoord? Ik denk dat de woordenboekmakers daar twee redenen voor hebben. Ten eerste redeneren ze dat eentje in veel zinnen de betekenis heeft van iemand. In de zin ik ken er eentje die hier niets van moet hebben gaat het niet om het aantal van zulke personen die ik ken, maar om het feit dat ik iemand ken. De betekenis "iemand" hoort bij het onbepaald voornaamwoord, dus eentje noemen we ook onbepaald voornaamwoord.

Een andere reden om eentje voornaamwoord te noemen zal een beetje een negatieve reden zijn geweest: als je eentje géén voornaamwoord zou noemen, zou het een telwoord moeten zijn. Dat klopt wel in die zin Ik heb er eentje, maar dit is eigenlijk de enige constructie waarin je eentje kunt gebruiken. Je kunt eentje niet zoals andere telwoorden bij een zelfstandig naamwoord zetten: Eentje lezer had het gezien. Dus noem je eentje liever geen telwoord.

Allemaal heel begrijpelijk, maar ook een beetje onbevredigend. Want als eentje een onbepaald voornaamwoord is als iets, waarom kan ik iets dan niet gebruiken in de zin ik heb er iets?

Wat is dat eigenlijk voor een zin, ik heb er eentje/twee/veel? Waarom is die zin zo belangrijk om een telwoord te herkennen? Dat komt door het woordje er.

Er zijn een aantal gebruikswijzen voor het woordje er in het Nederlands (in de meeste  grammatica's staan er vier: bijwoordelijke bepaling, plaatsonderwerp, deel van voornaamwoordelijk bijwoord en kwantitatief). In bijna al die gebruikswijzen kun je er vervangen door daar: Ik schrik daarvan, Daar lagen twee boten op het strand, Daar werd flink gedanst. Alleen in staande uitdrukkingen kan dat niet (er goed uit zien, de brui eraan geven), én als het gaat om het zogeheten "kwantitatieve er": het er dat alleen een aantal aangeeft. Omdat het kwantitatieve er een aantal aangeeft, is elk hoeveelheidsaanduidend woord dat erbij staat ook een telwoord. Daarom is genoeg een telwoord in de zin Ik heb er genoeg.

In ik heb er eentje kun je er niet vervangen door daar: ik heb daar eentje. Dus is er het kwantitatieve er. Maar dan zou eentje ook een hoofdtelwoord moeten zijn. Maar hoe zit het dan met die betekenis "iemand"? Ik denk dat het hier gaat om de nonspecifieke betekenis van een. Een betekenis die je ook hebt bij meervoudige onbepaalde hoofdtelwoorden als enkele, enige, een paar. In de zin Ik ken er een paar die hier niets van moeten hebben betekent een paar ook niet alleen maar "een onbepaald aantal", maar eerder het meervoud van iemand. Je zou eentje dus best een telwoord kunnen noemen.

Maar is het dan geen probleem dat je eentje niet bij een zelfstandig naamwoord kunt gebruiken? Eentje doelpunt? Tja, dat is wel opmerkelijk, maar iets dergelijks heb je ook bij de bijvoeglijke naamwoorden. De meeste kun je bij een zelfstandig naamwoord gebruiken of los (de bal is rood of de rode bal), maar er zijn er een paar die je alleen maar bij een zelfstandig naamwoord kunt zetten (houten), of juist alleen maar los kunt gebruiken (kwijt). Op zich is het niet zo'n probleem dat er een hoofdtelwoord bestaat dat je alleen zelfstandig kunt gebruiken. Dat is in elk geval een kleiner probleem dan dat je een voornaamwoord zou hebben dat bij het kwantitatieve er staat.

Er is nog een ander probleem met de benoeming onbepaald voornaamwoord voor eentje. Als je een onbepaald voornaamwoord verbindt met een bijvoeglijke bijzin, krijg je altijd een vast betrekkelijk voornaamwoord. Bij iemand krijg je die (iemand die het weet), en nooit dat. Bij iets krijg je wat (iets wat ik zeker weet) en nooit wie of die. En bij eentje? Daar kun je net zo goed die krijgen als dat. Ik zag er eentje die in de wei stond en Ik zag er eentje dat in de wei stond. Kan allebei. Het ligt er maar aan waarover het gaat (bijvoorbeeld een koe of een schaap). Maar dat lijkt dan toch weer eerder op een telwoord, want telwoorden hebben, in tegenstelling tot voornaamwoorden, geen geslacht.

Heeft Van Dale dan ongelijk? De taalprof zou denken van wel. Maar hij zei het al aan het begin van deze kleine uitweiding: de uiteindelijke oplossing is niet zo interessant, veel interessanter zijn de overwegingen die tot de ene of de andere benoeming leiden. Dat eentje een uniek geval is, blijkt in beide benaderingswijzen het geval.

Je kunt hier trouwens nog wel een tijdje mee bezig blijven. Hoe zit het bijvoorbeeld met gevallen als in zijn eentje, of zo eentje? En waarom kun je niet zeggen Ik heb er geentje?  Of Ik heb er geeneentje? En hebben gevallen als met zijn tweetjes hier iets mee te maken? Wie dat nader onderzoekt zal erachter komen dat die telwoorden op -tje nogal uitzonderlijk zijn. Met zijn tweetjes, drietjes, viertjes gaat nog wel, maar met zijn achtjes is al heel gek en met zijn vierenveertigjes is helemaal onmogelijk. Het gaat hier om een woordvorming die best productief had kunnen zijn, maar die het om de een of andere reden nooit echt gehaald heeft. Sommige aantallen kun je niet meer kleiner maken dan ze zijn.

7 opmerkingen:

  1. Prof,
    Je stijgt met dit verhaal boven jezelf uit. Echt heel interessant.
    Ik ben IN m'n eentje: OK.
    Ik ben MET m'n eentje: NEE.
    We zijn IN z'n tweetjes: NEE.
    We zijn MET z'n tweetjes: JA(?)
    MET z'n tweetjes lukt dat wel: NEE(?)
    MET z'n tweeën lukt dat wel: JA
    enz.
    Hier moet iemand maar eens een proefschrift over gaan schrijven.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. @Arie Molendijk: dank voor het compliment! Ik kan me herinneren dat ik in een proefschrift ooit hierover iets gelezen heb. Maar dat moet dan een proefschrift op het gebied van de generatieve grammatica zijn geweest. Overigens vind ik die zinnetjes met vraagteken van jou nog wel OK. Ik zou zelfs kunnen zeggen' 'Met ons tweetjes lukt dat wel', en 'Wij zijn met ons tweetjes'. Maar daar zet jij dan ongetwijfeld wel twee vraagtekens bij.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Arie Molendijk7 mei 2007 om 05:45

    De intuities dreigen hier gauw te wankelen. Bij mij gaat 'MET Z'N tweetjes lukt dat wel' er minder goed in dan 'MET ONS tweetjes lukt dat wel.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Bij mij is het omgekeerd. Ik vind "met ons tweetjes" als schrijftaal klinken. Volgens mij wordt in de spreektaal altijd "z'n" gebruikt in deze context. Ook in "met z'n/ons tweeën" trouwens.
    Een paar jaar geleden corrigeerde ik tijdens redactiewerk nog wel "met z'n tweeën" in "met ons tweeën" maar nu doe ik dat niet meer omdat ik het onnatuurlijk vind klinken.
    En dat vinden meer mensen, getuige deze getallen:
    http://www.google.nl/search?hl=nl&q=%22met+z%27n+twee%C3%ABn%22&btnG=Zoeken&meta=
    http://www.google.nl/search?hl=nl&q=%22met+ons+twee%C3%ABn%22&btnG=Google+zoeken&meta=

    BeantwoordenVerwijderen
  5. @suzan: ik ben het wel met je oordelen eens, maar je moet in die google-telling natuurlijk eerst bepalen hoe vaak in die gevallen van "met z'n tweeën" ook inderdaad "met ons tweeën" BEDOELD is.
    Je telt nu "zij doen dat met z'n tweeën" mee tegenover "met ons tweeën". Dat moet wel haast hoger uitvallen.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Taalprof, heeft het woord eentje andere gebruiksmogelijkheden dan één? Ik zit te dubben tussen de volgende zinnen:
    1. Ik kijk naar mijn konijnen in de hoop dat er eentje het haalt.
    2. Ik kijk naar mijn konijnen in de hoop dat eentje het haalt.
    3 ik kijk naar mijn konijnen in de hoop dat er één het haalt.
    4. Ik kijk naar mijn konijnen in de hoop dat één het haalt.
    Volgens mijn gevoel is zin numero twee best oké, maar zin vier zou daar toch mee moeten corresponderen?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja dat is een mooie vraag: het woord 'eentje' heeft dus eigenschappen van het telwoord (zoals in 1 en 3), maar het heeft ook eigenschappen die het telwoord niet heeft (zoals in 2 en 4 te zien is). Daar kan ik nog aan toevoegen dat 'eentje' ook bepaalde eigenschappen van een telwoord juist niet heeft: het kan bijvoorbeeld niet voor een zelfstandig naamwoord gebruikt worden. Je hebt wel 'één konijn' maar niet 'ééntje konijn.'

      Je kunt dus vaststellen dat 'eentje' iets is tussen een telwoord en een zelfstandig naamwoord in. In de moderne taalwetenschap zou dit (denk ik, want ik ben het niet nagegaan) verklaard worden door het woord 'eentje' af te leiden uit een telwoord 'een' en een leeg zelfstandig naamwoord met uitgang '-tje,' die dan vastgeplakt wordt aan het telwoord. Daardoor krijg je een hybride woord, dat tegelijkertijd het telwoord is dat bij het lege zelfstandig naamwoord stond, én de combinatie van het telwoord met dat zelfstandig naamwoord in de verkleinvorm.

      Verwijderen