vrijdag 18 mei 2007

Onthouden en afhouden



Ik hoor het net op de radio en ik moet het even opschrijven anders blijf ik daar de hele middag mee bezig. In een interview zegt iemand: Ik zou zeggen dat ik hem niet van die informatie zou willen onthouden. Daar is iets mee, nietwaar?

Op het eerste gezicht zou je zeggen: de spreekster haalde twee constructies door elkaar, iemand iets onthouden en iemand van iets afhouden. Als je dan een geroutineerde taalcriticus bent dan ken je ook het woord daarvoor. Dan roep je heel hard "Contaminatie!" en je hebt je punt weer gescoord voor vandaag.

Maar de taalprof is geen doorgewinterde criticus, die zoekt liever overal iets achter.

Het zou natuurlijk best kunnen dat de spreekster zich vergist. Ze begint met in haar hoofd iemand iets onthouden, met meewerkend voorwerp iemand en lijdend voorwerp iets. Als meewerkend voorwerp kiest ze hem en ondertussen is ze al bezig de zin uit te spreken. Omdat constructies met meewerkend voorwerp zeldzamer zijn dan die met lijdend voorwerp is ze, aangekomen bij die informatie, vergeten dat hem meewerkend voorwerp was en denkt ze dat het lijdend voorwerp is geweest. Dan redeneert ze: nu kan ik niet meer die informatie zeggen, want het lijdend voorwerp heb ik al gehad. Ik moet er een voorzetselvoorwerp van maken.

In het hele betekenisveld dat in haar hoofd actief is, zaten behalve iemand iets onthouden ook verwante constructies als iemand van iets afhouden. Daarom is de razendsnelle switch naar het voorzetselvoorwerp van die informatie zó gemaakt. Maar nu is tegelijk ook het werkwoord onthouden vervangen door afhouden.

Dit voltrekt zich allemaal in een paar milliseconden, dat is het mooie. Eigenlijk is zo'n versprekinkje dan ook veel interessanter dan wanneer alles alleen maar goed gaat. Want je kunt hier nog extra vragen bij stellen. Bijvoorbeeld: is het wel zo dat constructies met meewerkend voorwerp minder frequent zijn? Of zijn constructies met meewerkend voorwerp so wie so op hun retour? Zou kunnen. Maar in dit geval is er misschien nog wel een andere constructie die in de weg zit.

Behalve iemand iets onthouden en iemand van iets afhouden kun je ook jezelf onthouden van iets. Hee, dat lijkt wel dezelfde contaminatie! Wat is dat nu, is die constructie dan toch grammaticaal?

Volgens de naslagwerken is de constructie jezelf onthouden van iets uitsluitend wederkerend ("inherent reflexief", om het eens mooi te zeggen). Dat betekent: hij zou alleen maar voorkomen met een wederkerend voornaamwoord. Bij inherent reflexieve constructies wordt het wederkerend voornaamwoord niet als lijdend voorwerp beschouwd, maar als deel van het werkwoordelijk gezegde. Dat wil zeggen: het gezegde is zich onthouden, en dat heeft alleen een voorzetselvoorwerp: van iets.

Toch is dit dan een verspreking van een heel andere orde dan de contaminatie die ik zojuist schetste. Het is heel wat minder gek gedacht om te veronderstellen dat in jezelf van iets onthouden dat jezelf ook best iemand anders kan zijn. Dat kan bij zoveel soortgelijke uitdrukkingen. Zo kun je jezelf van iets op de hoogte stellen, maar ook iemand anders van iets op de hoogte stellen. En je kunt jezelf van iets beroven, en ook iemand anders van iets beroven. Eigenlijk is het maar een gekke uitzondering dat je niet iemand anders van iets zou kunnen onthouden.

Kijk, deze overwegingen zijn toch leuker dan alleen maar "Contaminatie!" roepen, niet?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen