maandag 9 oktober 2006

In de docentenkamer (2)



"Ja, nou snap ik het helemáál niet meer!"
"Wat is er?"
"Heb je zaterdag de NRC gelezen?"
"Hoezo?"
"Bijlage Kennis en Onderwijs, groot interview met Max Planckdirecteur Pim Levelt?"
"Neuh, geen tijd man! Ik had een etentje voor vrienden, en ik moest nog lessen voorbereiden, proefwerken nakijken. Ik snap niet waar jij de tijd vandaan haalt voor al die onzin!"
"Nou ja, onzin, onzin, het staat anders wél in de krant."
"Maar waar ging het dan over?"


"Wacht, ik heb het hier bij me. Kijk: Levelt uit opvallend veel kritiek op de ‘cognitivisten’"
"Wie zijn dat dan?"
"Ja, dat vraagt die journalist ook: Oké, wie zijn dat dan?"
"En?"
"Ja, dat is nog een heel verhaal. Maar het gaat blijkbaar om taalkundigen die niets anders doen dan constructies beschrijven"
"In plaats van?"
"Ehh, in plaats van regels."
"Hee, dat komt me bekend voor! Waar ken ik dat van?"
"Ja, dat dacht ik ook, dat ik dat al eens eerder gehoord had, maar ik heb het gevonden."
"Wat was dat dan?"
"Dat was dat artikel Grammatica bestaat niet, dat een tijdje geleden, in juni 2006, ook al in de NRC stond."
"Jaja, was dat niet over die Amerikaanse taalkundige, Goldstein, Goldwater…"
"Goldberg"
"Ja precies! Die zei Chomsky kan wel inpakken."
"Juist! Nou moet je horen. Die Goldberg, die zei dus, grammatica bestaat niet, want die regels die spelen helemaal geen rol, of bijna niks, het gaat alleen maar om constructies."
"Jaja, ik herinner het me weer. Was die Leidse professor Verhagen daar ook niet bij betrokken?"
"Ja, die vond dat ook. Construction Grammar heette dat."
"O. Maar nou zegt Levelt dus het omgekeerde."
"Precies! Levelt zegt: Het is duidelijk dat in het menselijke taalvermogen, en vooral in hoe dat taalvermogen werkt in de praktijk, regels een grote rol spelen."
"Zo! Maar die Levelt, dat is toch geen kleine jongen?"
"Nee, wat heet! Directeur van het Max Planckinstituut, president van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen, dat is een internationale topwetenschapper. De beste psycholinguïst die we hebben."
"En die serveert hier dus even Goldberg vakkundig af."
"Daar lijkt het wel op, ja."
"Dan kan Goldberg dus eigenlijk wel weer inpakken."
"Ik denk het ook"
"Of Verhagen. Dat is nog een heel gepak daar in die taalkundewereld."
"Zo!"
"Maar waarom zegt zo’n journalist dat er dan niet even bij?"
"Ja, dat dacht ik ook! Twee grote artikelen in dezelfde krant, over hetzelfde onderwerp, en in het tweede wordt met geen woord over het eerste gesproken. Dat was ook nog dezelfde journalist, en je zou toch zeggen dat zo’n redactie dat in de gaten moet hebben. Zo van, ja, we schreven wel een tijdje terug dat grammatica niet bestaat en zo, maar daar komen we nu toch op terug, of althans, er zijn mensen die daar anders over denken. Maar nee, hier zetten ze dan boven Archaïsche troep in je bol."
"Lekkere titel. Maar ik snap er niet veel van."
"Nou! En het ergste is: wij moeten dat weer allemaal in de klas uitleggen. Straks vraagt er weer eentje: meester, hoe zit dat met die grammatica? Bestaat die nou of niet? Of is dat allemaal archaïsche troep in uw bol? En wat betekent het woord archaïsch eigenlijk?"
"Ik denk dat ik maar weer een dictee geef."
"Ja dat doe ik ook maar. Kan ik gewoon de fouten aanstrepen en naar het Groene Boekje verwijzen."
"Lekker makkelijk."

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen