De taalprof op twitter, is dat wat? Ongeveer 500 mensen denken van wel. Maar tot nu toe twittert de taalprof alleen reclame als er weer eens een blogje verschenen is, en hij antwoordt zo nu en dan eens op een vraag. Beetje gezapig en passief eigenlijk. In het begin probeerde hij nog wel eens een #miniontleesles te geven, maar dat was het ook weer niet helemaal. Daarom nu maar eens een ander idee.
Vanaf vandaag begint de taalprof op twitter een spannend #tweuilleton getiteld De taalprof en het raadsel van de andere werelden. Elke dag zat er een tweet verschijnen van maximaal 140 tekens (nou ja, 125, omdat de hashtag #tweuilleton en het volgnummer erbij moet), waarin het verhaal zich langzaam zal ontrollen.
Wordt het een #twroman of een postmoderne literaire #twriller? Een #twodunnit of een #twrimi? Niemand die het weet. Zelfs de taalprof heeft nog geen idee waar het verhaal naartoe gaat, wie de bijfiguren zijn en of er überhaupt een plot is. Volg de taalprof in zijn adembenemende speurtocht naar de diepste geheimen van de taal. Huiver bij bloedstollende ontmoetingen met gemene negaties en moordlustige modalen. Droom weg bij de weidse vergezichten van de andere werelden.
Er komt géén verzameling van de voorafgaande tweets op het weblog. Géén gratis tweets bij elke 10 euro aan boodschappen. Alleen op twitter. Verzamel zelf alle voorgaande afleveringen en plak ze in een schriftje. Spaar ze allemaal!
zondag 30 januari 2011
zaterdag 15 januari 2011
De man die niet van grammatica hield

Er was eens een man en die hield niet van grammatica. Ja, jongens en meisjes, dat kunnen jullie je niet zo goed voorstellen, maar zulke mensen bestaan en ze lopen zo maar vrij rond. Er zijn natuurlijk wel eens mensen die een hekel hebben aan een ontleedoefeningetje, of mensen die een bepaald soort grammaticalessen maar saai vinden, maar mensen die echt een hekel aan grammatica hebben, tja, die bestaan eigenlijk bijna niet. Bijna iedereen houdt wel van grammaticale grapjes, en de meeste mensen vinden het leuk om grammaticale variatie in hun taalgebruik aan te brengen. Je moet wel aan een totale verzuring van je lachspieren lijden, wil je daar geen plezier aan beleven.
Maar deze man hield dus helemaal niet van grammatica.
zaterdag 1 januari 2011
Ongeregeldheden bij bekendmaking Taalzuurpruim 2010
De bekendmaking van de Taalzuurpruim van het Jaar, volgens traditie in zaal "De Bierhoeve" in het op de grens van Nederland en België gelegen Arendonk, is vannacht uitgelopen op ongeregeldheden en chaos. Hoewel er protest is aangetekend, werd FOK!-forumpagina Originele Taal- en Spelfouten uitgeroepen tot winnaar (of verliezer, dat ligt er maar aan hoe je het bekijkt). Die mag dus het hele jaar voor de grootste Taalzuurpruim uitgemaakt worden.
donderdag 30 december 2010
Jan Smits geld is niet aan vriendschap besteed

Jan Smit zingt het zelf: "Wat een vriend aan mij kan geven is geld niet aan besteed." Taaltwitteraar Eric Tiggeler, luisterend naar de Top 2000 op Radio 2, merkte hierover op: "Lesje grammatica zou aan Jan wel besteed zijn." Dat is een opmerking volgens een beproefd schoolmeestersprocédé: verpak je taalkritiek in een snedige opmerking waarin je de verkeerd gebruikte constructie wel goed gebruikt.
Maar het is een beetje makkelijk gezegd. Want hoe zou zo'n lesje grammatica eruit moeten zien? Wat klopt er niet aan de tekst uit het liedje?
zondag 5 december 2010
Waar heb ik dat later ook al weer eens gehoord? (2)
In een Leuvens antiquariaat liep ik tegen een originele uitgave uit 1856 aan van het boekje Tael- en Letterkundige Aenmerkingen, van de Leuvense hoogleraar Jan Baptiste David. David, die een van de voormannen van de toenmalige Vlaamse Beweging was, voorziet hierin een aantal tekstfragmenten van taalkundig commentaar. Het gaat vooral om taalzuiverheid, en er worden heel wat spijkers op laag water gezocht, maar het begint interessant, met de volgende passage:
Dit geluid (minachting voor de eigen taal) klinkt bekend met betrekking tot het Nederlands, en ik weet wel dat het van alle tijden en talen is, maar het is altijd aardig om het eens uit de tweede hand te lezen, en dan nog wel over het Frans. Wie zei ook weer dat die Fransen, met hun eeuwenoude Académie Francaise, hun taal zo hoog achten?
Overigens had in 1856 de Franse Victor Hugo zijn roman Notre Dame de Paris al gepubliceerd, en Emile Zola zat vast al te broeden op zijn oeuvre. Dus met die Franse literatuur viel het nogal mee. Misschien juist omdat de moderne Franse romanciers de taal uit de tijd van Lodewijk XIV inderdaad een beetje minachtten.
"Het is eene algemeen erkende daedzaek dat de fransche litteratuer, verre van voortgang te maken, gedurig achteruit gaet, en haest niets meer voortbrengt dat met de menigte van meesterstukken uit de eeuw van Lodewyk XIV in vergelyking kan gesteld worden. De reden van dit verval zoekt de wyze en kundige Laurentie in de minachting welke de hedendaegsche Franschen hebben voor hunne tael en dier wetten, voor de regels van den goeden smaek, voor de modellen der oudheid, voor de overleveringen van vroegeren dag."
Dit geluid (minachting voor de eigen taal) klinkt bekend met betrekking tot het Nederlands, en ik weet wel dat het van alle tijden en talen is, maar het is altijd aardig om het eens uit de tweede hand te lezen, en dan nog wel over het Frans. Wie zei ook weer dat die Fransen, met hun eeuwenoude Académie Francaise, hun taal zo hoog achten?
Overigens had in 1856 de Franse Victor Hugo zijn roman Notre Dame de Paris al gepubliceerd, en Emile Zola zat vast al te broeden op zijn oeuvre. Dus met die Franse literatuur viel het nogal mee. Misschien juist omdat de moderne Franse romanciers de taal uit de tijd van Lodewijk XIV inderdaad een beetje minachtten.
dinsdag 30 november 2010
Hoe de taalprof steeds weer in verzoeking wordt geleid

Eens in de zoveel tijd duikt hij weer op: de wordt-verzocht-kwestie. Weliswaar gaat het niet meer over de vraag of De reizigers worden verzocht om over te stappen een correcte zin is (daar is iedereen het wel onderhand over eens, zelfs over de stelling dat het altijd een correcte zin is geweest), maar nu gaat het over de oorsprong van de controverse: hoe ontleed je wij verzoeken de reizigers om over te stappen? Wat is de reizigers voor een zinsdeel, en hoe benoem je om over te stappen? Dat is nog niet zo eenvoudig.
zondag 21 november 2010
Taalprof lekt powerpointpresentatie
Afgelopen zaterdag was de Taalprof op het congres "Het Schoolvak Nederlands," waar hij onder andere aanwezig was bij een presentatie over grammaticale concepten. De boodschap was dat het grammaticaonderwijs zich meer zou moeten richten op de concepten die ten grondslag liggen aan grammaticale termen zoals persoonsvorm en naamwoordelijk gezegde. Interessant verhaal, en volstrekt overtuigend ook nog.
Na afloop wist de taalprof in een onbewaakt ogenblik de hand te leggen op de powerpointpresentatie, die de auteur in een onvoorzichtige bui op het bureaublad van de daar aanwezige laptop had gekopieerd. Zeg nou zelf, dan vraag je erom. Dit is het bestand. En dan deelde de auteur ook nog eens handouts uit. Dat doe je tegenwoordig toch ook niet meer? Hup, op het internet ermee!
Na afloop wist de taalprof in een onbewaakt ogenblik de hand te leggen op de powerpointpresentatie, die de auteur in een onvoorzichtige bui op het bureaublad van de daar aanwezige laptop had gekopieerd. Zeg nou zelf, dan vraag je erom. Dit is het bestand. En dan deelde de auteur ook nog eens handouts uit. Dat doe je tegenwoordig toch ook niet meer? Hup, op het internet ermee!
zondag 14 november 2010
De taalprof spreekt absoluut niemand te na

Gisteren legde een lezer de taalprof een volledige ontleding voor van de prijswinnende zin van Tom Lanoye die op dit weblog al eens -en nog eens- gepersifleerd is. Verrassend weinig discussiepunten (al kan het nooit helemaal zonder), maar er zit ook een probleempje in waar wat meer over te zeggen valt. Het gaat over het gedeelte 'de sporadisch gekneusde knie niet te na gesproken ...' dat door de lezer als een beknopte bijzin beschouwd werd, met de sporadisch gekneusde knie als lijdend voorwerp van (niet) te na gesproken. Dat lijkt me niet juist, maar het is nog niet zo eenvoudig om dat aan te tonen.
zondag 7 november 2010
Alles over de beknopte bijzin

De beknopte bijzin is een van de lastigste onderdelen in de redekundige zinsontleding. Vaak zit hij verstrengeld in een andere zin, zonder duidelijke begin- en eindpunten. Voor het ontrafelen van de beknopte bijzin uit de andere zin bestaan geen simpele trucjes. Ja, nadenken. Maar dat is zo'n goedkoop trucje.
Wat is eigenlijk een beknopte bijzin? Waarin onderscheidt hij zich van andere zinnen? Wat is de reden om hem apart te benoemen? Dat zijn de centrale vragen om de beknopte bijzin goed te begrijpen. Dat is nog geen garantie om hem altijd te kunnen spotten, of met zekerheid te benoemen, maar het is een goede basis.
donderdag 4 november 2010
Waar heb ik dat later ook al weer eens gehoord?
Gisteren meldde een lezer het weer eens op deze site: "mijn grote ergernis is dat cursisten (ben docent) en anderen zeggen: wat maakt het uit, als ze me maar begrijpen." Dat was dan wel in de context van een stukje waarin ik beweerde dat taalergernis een mythe is, maar op die ergernis zal ik hier niks afdoen. Ik geloof ook best dat cursisten en anderen dat zeggen, dat wordt vaker beweerd, wat zeg ik, ik heb het ze zelf wel eens horen zeggen.
Maar ik kom die uitspraak ook heel vaak tegen in oudere literatuur. Laatst nog, in het boekje "Het onderwijs in de moedertaal," van Gerrit Kalff, uit 1893. Kalff formuleert het zó:
Als ik zoiets lees, dan denk ik altijd: waar heb ik dat later ook al weer eens gehoord? Een soort omgekeerde déjà vu, zal ik maar zeggen. Dat overkomt me nogal eens, en vooral in taalkwesties. Misschien dat ik nog eens een serietje maak, met de bovenstaande titel.
Maar ik kom die uitspraak ook heel vaak tegen in oudere literatuur. Laatst nog, in het boekje "Het onderwijs in de moedertaal," van Gerrit Kalff, uit 1893. Kalff formuleert het zó:
"Wij achten juistheid en schoonheid van gedachtenuiting over het algemeen niet eene zaak van groot gewicht; wie leelijk, onduidelijk of gebrekkig spreekt en schrijft, heeft te onzent zijne aanspraken op den naam van ontwikkeld en beschaafd mensch nog niet verloren. "Aime maar verstaat", zeggen wij, of "aimemabegrijpt"; met dat argument kunnen wij in de oogen der meesten ons standpunt verdedigen."
Als ik zoiets lees, dan denk ik altijd: waar heb ik dat later ook al weer eens gehoord? Een soort omgekeerde déjà vu, zal ik maar zeggen. Dat overkomt me nogal eens, en vooral in taalkwesties. Misschien dat ik nog eens een serietje maak, met de bovenstaande titel.
Abonneren op:
Posts (Atom)