Posts tonen met het label Voorzetselvoorwerp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Voorzetselvoorwerp. Alle posts tonen

donderdag 30 december 2010

Jan Smits geld is niet aan vriendschap besteed



Jan Smit zingt het zelf: "Wat een vriend aan mij kan geven is geld niet aan besteed." Taaltwitteraar Eric Tiggeler, luisterend naar de Top 2000 op Radio 2, merkte hierover op: "Lesje grammatica zou aan Jan wel besteed zijn." Dat is een opmerking volgens een beproefd schoolmeestersprocédé: verpak je taalkritiek in een snedige opmerking waarin je de verkeerd gebruikte constructie wel goed gebruikt.

Maar het is een beetje makkelijk gezegd. Want hoe zou zo'n lesje grammatica eruit moeten zien? Wat klopt er niet aan de tekst uit het liedje?

dinsdag 30 november 2010

Hoe de taalprof steeds weer in verzoeking wordt geleid



Eens in de zoveel tijd duikt hij weer op: de wordt-verzocht-kwestie. Weliswaar gaat het niet meer over de vraag of De reizigers worden verzocht om over te stappen een correcte zin is (daar is iedereen het wel onderhand over eens, zelfs over de stelling dat het altijd een correcte zin is geweest), maar nu gaat het over de oorsprong van de controverse: hoe ontleed je wij verzoeken de reizigers om over te stappen? Wat is de reizigers voor een zinsdeel, en hoe benoem je om over te stappen? Dat is nog niet zo eenvoudig.

zaterdag 3 juli 2010

Je komt er nooit van()af



Dat is schrikken! Een vraag op het taalprof-weblog. Dat is al een tijdje geleden. De taalprof dacht al dat alle vragen beantwoord waren. Maar gelukkig is er nog iemand met een prangend probleem. Het gaat om het volgende:

Vandaag in de NRC: "“Ze probeerden zelfs jarenlang om er vanaf te komen."
Moet dit niet zijn: "Ze probeerden zelfs jarenlang om ervan af te komen." ? 'af' hoort toch bij het werkwoord 'komen' ('afkomen') en niet bij het 'van' of maak ik een denkfout?
Eigenlijk betreft het een spellingvraag, en op dat gebied is de taalprof geen specialist, maar in dit geval kun je het ook zien als een ontleedvraag: hoe zit die zin in elkaar?

woensdag 9 juni 2010

Taalkundige tik tegen kniepees




Van twitteren word je een beetje kortaf. Dat lijkt dan al snel onvriendelijk. Vanmorgen leek de taalprof uit zijn slof te schieten bij een onschuldige tweet van het taalcentrumVU: "Dit zijn de laatste verkiezingen dat u OP iemand gaat stemmen. Bij de volgende verkiezingen zal iedereen VOOR iemand stemmen." Met dan nog eens een hashtag #invloedengels erachteraan.


Onschuldig taalvermaak, maar de taalprof twitterde meteen uit: "Zoek het toch eens op!" Vanwaar deze irritatie?

maandag 15 december 2008

Best wel genieten eigenlijk



De taalprof vergist zich ook wel eens. Vanavond viel zijn oog op een column van Rascha Peper in de NRC, getiteld Niet te genieten. De columniste, zo heette het in het intro, zou allergisch zijn voor het woord genieten. O jee, dacht de taalprof, weer een klassieke taalergernis. Dat wordt weer van dik hout zaagt men planken.


En dan stond er ook nog ergens het woord voorzetsel aan het eind. Dan moet je als columniste wel over een doldrieste roekeloosheid beschikken, als je ook nog met grammaticale termen gaat gooien. Die worden normaal gesproken alleen ingezet om de lezers weg te jagen.


Maar wat blijkt? Het valt allemaal reuze mee.

dinsdag 4 november 2008

Wat is een voorzetselvoorwerp?



Het is een van de moeilijkste zinsdelen, en zelfs de taalprof heeft er nog niet echt een makkelijke uitleg aan gewijd. Maar beter laat dan nooit. Wat is een voorzetselvoorwerp? En dan eenvoudig verteld graag!

dinsdag 27 mei 2008

Zorgen voor een klein beetje discussie



Het voorzetselvoorwerp blijft de gemoederen bezig houden. Op een discussielijst voor docenten werd de vraag gesteld hoe in de zin Teer en nicotine zijn schadelijk, want ze zorgen voor allerlei kwalen het zinsdeel voor allerlei kwalen genoemd moet worden.

De reagerende docenten waren het (bijna) roerend eens: het is een voorzetselvoorwerp. Heeft de taalprof daar dan nog iets aan toe te voegen?

maandag 14 april 2008

Taalprof fronst wenkbrauw



Heet van de naald. Vandaag, 14 april, schrijft Ewoud Sanders in zijn rubriek Woordhoek in de NRC: "Na verschijning van de film Fitna werd bewoners van een Rotterdamse volkswijk om hun mening gevraagd."

Interessante zin! De taalprof zou zeggen: hypercorrectie.

zaterdag 23 februari 2008

De Taalprof de maat genomen



Als er ergens een grammaticatoets op het internet staat, is de taalprof er als de kippen bij om zich daaraan te onderwerpen. Dit is zo'n test. En wat denk je? De taalprof scoort geen 100, maar 85%. Wat had hij fout?


Nou moet ik van tevoren zeggen dat het echt toeval is dat het hier weer de taalwinkel betreft, waar ik een paar weken geleden zo'n kritiek op had. Het is echt niet mijn bedoeling om aan "taalwinkelbashing" te doen, maar zeg nou zelf: misstanden moeten gerapporteerd worden.

vrijdag 1 februari 2008

Kan ik het nog ruilen?



Stel je wilt iets weten over ontleden. Dan ga je naar de taalwinkel en je kijkt wat er te koop is. Mooie, fris ingerichte zaak met allerlei glimmende adviezen op de plank, en hee, zowaar een afdeling Ontleden en woordsoorten! In zes kleuren, dus in didactisch opzicht lijken kosten noch moeite gespaard.

Mooie voorbeeldontleding van de zin Ik wil mijn zus morgen een goed boek voor haar verjaardag geven. Dat ziet er al meteen feestelijk uit. Maar wat is nou een prepositieconstituent? Dat is namelijk de ontleding van voor haar verjaardag. Een prepositieconstituent?

donderdag 5 juli 2007

Reageer op dit telefoonnummer



"Bij ons in de studio is aangeschoven de taalprof, om te discussiëren over de stelling van vandaag: Slechte kennis van grammaticale termen leidt tot verwarring in de communicatie. Goedemiddag, taalprof, heeft u nog iets toe te voegen aan de stelling?"
"Nee, die lijkt me duidelijk. De taalgebruikers kennen hun grammaticale termen niet meer, en dat leidt tot verwarring in de communicatie."
"Voor de goede orde: het gaat dus niet over grammaticaal correct spreken?"
"Nee"
"Maar u zegt: ze kunnen niet meer ontleden"
"Zo is het. En daardoor krijg je verwarring in de communicatie"
"Wat voor verwarring is dat dan?"
"In een normale communicatie heb je altijd misverstanden. Als je dan geen grammaticale termen beheerst om daarover te praten, kun je die maar met moeite oplossen."
"Jaja. Interessant. We zullen zien wat de luisteraars hierover te zeggen hebben. Zometeen na het nieuws herhalen we de stelling en het telefoonnummer waarop u kunt reageren."
[...]


dinsdag 27 februari 2007

De taalprof staat niet in voor de gevolgen



Grammatica oefenen op het internet, dat kan! Er zijn talloze oefensites. De taalprof houdt ze natuurlijk allemaal in de gaten. Zo nu en dan komt hij daarbij een foutje tegen. Nou staat de taalprof niet onmiddellijk met het opgeheven vingertje klaar, maar soms is er wel iets leuks te vertellen bij zo'n foutje.


Zoals nu.

woensdag 10 januari 2007

Onbekende fout weerlegd



Weer bijna een discussie op de mailinglijst voor leraren Nederlands! En weer kan de taalprof het niet laten om zich ermee te bemoeien. Zelfs als hij zelf niet begrijpt waar het over gaat. Hoe gretig kun je zijn?

Iemand merkt op: "In de Tweede Kamer hoor je politici voortdurend [deze fout] maken: We moeten zorgen dat niet alle moslima's burka's gaan dragen." En nu is de vraag: wat kan deze taalcriticus bedoelen?

woensdag 1 november 2006

Telefoon!



"Hallo? Spreek ik met de taalprof? Nou, u wordt bedankt! Ja, niks te danken, lach er maar mee, ik zit er mooi mee te kijken! Hoezo? Nou, ik geef al jarenlang rustig les in zinsontleding, en daarbij kan ik ongehinderd vertellen dat zich volproppen met chips een voorzetselvoorwerp is, en nou komt u hier even doodleuk vertellen dat dat onzin is!


dinsdag 31 oktober 2006

Blijven proppen




Als je iets ergens in wil proppen, moet je flink duwen. In een lege container kun je niet echt proppen. Als hij bijna vol is wel. Je propt en je propt, en uiteindelijk is de container vol. Dan kan er echt niets meer bij.


Sommige lezers zijn al vol als de taalprof wil beginnen met proppen. Dan lijkt het proppen onbegonnen werk, maar misschien kan er met heel veel moeite toch nog een beetje bij. Er zou eigenlijk iets uit moeten om plaats te maken.


Een lezer verzet zich tegen de ontleding van de kinderen propten zich vol met chips. Hij schrijft: Natuurlijk is 'volproppen' een geheel. Het staat daarom ook gewoon in de woordenboeken. 'Proppen' bestaat niet; 'zich volproppen met ...' wel. Dat zijn twee stellige beweringen: volproppen bestaat, en proppen niet. Nou had ik die eerste mogelijkheid in de analyse nadrukkelijk open gehouden. Ik vind het niet de beste analyse, maar ik zie ook wel dat mensen vol proppen aan elkaar schrijven, en ik accepteer het argument dat het woordenboek volproppen als lemma opneemt (ook al staan daar andere argumenten tegenover)


Dat proppen niet zou bestaan is een absurde bewering, zeker als je net volproppen in het woordenboek hebt opgezocht. Want wat staat daar als betekenisomschrijving? "overvol maken door het bedoelde of in een bepaling genoemde erin te proppen, te duwen". De betekenisomschrijving van volproppen maakt nota bene gebruik van proppen. Hoezo bestaat dat niet?


Daar komt nog eens bij dat het woordenboek blijkbaar ook de ontleding aanhangt dat met chips een bijwoordelijke bepaling is. Wat er met het bedoelde bedoeld wordt is volslagen onduidelijk, maar dat in een bepaling genoemde, dat zijn toch die chips, nietwaar?


De weerspannige lezer heeft hier een ander idee over. Hij zegt: "zich volproppen met... [bestaat wel, en] op de plaats van de puntjes komt altijd een voorwerp; hier: chips. En 'met' is het verbindende woord. Het is dus een voorzetselvoorwerp." Dat klinkt goed, maar het is alleen de laatste helft van een redenering. Als chips een voorwerp is, is met chips een voorzetselvoorwerp. Ja, dat wil ik wel aannemen, maar waarom zou chips een voorwerp zijn?


De lezer is hier niet duidelijk, maar hij keert zich in ieder geval tegen de benoeming "bijwoordelijke bepaling van doel/middel": "De kinderen hebben toch niet een bepaald doel met die chips. Die eten gewoon lekker veel chips (= lijdend voorwerp)."


Die kinderen eten "gewoon" lekker veel chips, dat is wel zo. En bij eten is chips lijdend voorwerp, daar is ook geen speld tussen te krijgen. Maar wat zegt dat? Als de zin was geweest De kinderen verhoogden hun cholesterolpercentage met chips hadden ze net zo goed "lekker chips gegeten", maar in dat geval is toch echt het cholesterolpercentage het lijdend voorwerp. En met chips is bijwoordelijk.


Nou wil ik ook wel toegeven dat zo'n gebruiksbepaling en een lijdend voorwerp dicht bij elkaar liggen. Zelfs zo dicht, dat er gevallen zijn waar je beide zinsdelen kunt gebruiken. In De ouders voerden hun kinderen chips is chips lijdend voorwerp (en hun kinderen meewerkend voorwerp), maar in De ouders voerden hun kinderen met chips is met chips een gebruiksbepaling (en hun kinderen lijdend voorwerp). Dan maken de ouders gebruik van chips om hun kinderen te voeren (die constructie zul je misschien eerder bij dieren gebruiken, maar misschien maken sommige mensen dat verschil niet). Die twee zinnen liggen qua betekenis dicht bij elkaar, maar dat is geen reden om hun ontleding door elkaar te halen.


Is dit nou geen haarkloverij? Is dit niet alleen iets "voor de liefhebbers"? Waarom moeten wij ons hier het hoofd over breken?


Een van de redenen dat de grammaticalessen veel mensen de keel uithangen is dat ze vol (gepropt) zitten met allerlei onbegrijpelijke trucjes, ezelsbruggetjes en halve regeltjes die nu eens wel, en dan weer niet van toepassing lijken. Vaste voorzetsels, verbindende woordjes, weglaatbaarheid, het zijn allemaal van die vage regels waarvan niemand weet waar ze vandaan komen, waar ze toe dienen, en hoe ze moeten worden toegepast.


De enige oplossing om uit dit moeras te raken is, jezelf af te vragen wat nu de essentie is van zo'n benoeming als voorzetselvoorwerp of bijwoordelijke bepaling. Waaróm lijkt het voorzetsel bij een voorzetselvoorwerp een "vast voorzetsel"? Alleen dan kun je die regeltjes met vrucht gebruiken.


De taalprof is om die reden eigenlijk wel blij dat mensen het niet altijd met hem eens zijn. Dat is tenminste een teken dat er mensen zijn die graag willen blijven denken, en niet zomaar vertrouwen op autoriteit of blinde toepassing van regeltjes. Graag nodigt hij je daarom uit het met hem oneens te zijn.

woensdag 25 oktober 2006

Vol is vol



"Zeg wacht eens even!"
"Wat is er?"
"Jij zei dat gisteren nou wel, van dat volproppen en zo"
"Ja, en?"
"Maar ik vind volproppen wél één werkwoord!"
"O?"
"Jij beweert dan wel dat dat twee woorden zijn, maar daar ben ik het helemaal niet mee eens. En ook op het internet komt het veel vaker aan elkaar geschreven voor dan los."
"Zozo"
"Dus daar sta je dan, met je ontleding."
"Ik denk anders dat jij vol proppen helemaal niet als één werkwoord beschouwt."
"Wat?"
"En al die andere mensen ook niet."
"Wat zullen we nou krijgen? Ik zal toch zelf wel weten wat ik vind?"


dinsdag 24 oktober 2006

Dingen doen met chips




De taalprof laat zich niet afleiden door het succes. Op de hielen gezeten door het Grammaticale Onbenul speurt hij het web af naar taalgebruikers in grammaticale nood. Zit jij met een grammaticaprobleem waarmee niemand je kan helpen? Geef dan de hoop niet op! Misschien word jij ooit, als je het niet meer verwacht, gevonden door: de taalprof.


Op het web klaagt een docent Nederlands haar nood: "Wat is toch het zinsdeel met chips in de zin De kinderen propten zich tijdens het verjaardagsfeestje vol met chips? Mijn methodeboek zegt dat het een bijwoordelijke bepaling is, maar waarom is het geen voorzetselvoorwerp? Dat met is toch een vast voorzetsel?" Kan de taalprof deze noot kraken? Zal hij ook deze zaak tot een goed einde brengen?

dinsdag 20 juni 2006

Het verraderlijke voorzetselvoorwerp


Trammelant in taalkundeland! Onder de veelzeggende titel Worstelen met het voorzetselvoorwerp publiceerde de taalkundige Ina Schermer-Vermeer in het laatste nummer van het tijdschrift Nederlandse Taalkunde een artikel over de definitie van het voorzetselvoorwerp. Dat is nog een hele klus. Blijkbaar bestaat er veel onenigheid onder taalkundigen over wat nou precies een voorzetselvoorwerp is, en wat je daar wel en niet onder mag rekenen. Mooi is dat! Het voorzetselvoorwerp, dat wordt toch al jaren onderwezen op de middelbare scholen? Als de geleerden daar nu nog over bekvechten, hoe moeten die arme leerlingen er dan wijs uit worden?